ECLI:NL:RBNNE:2025:4928

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
LEE 25-453
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging maatwerkvoorziening individuele begeleiding en de vraag naar adequaatheid van algemene voorzieningen

In deze uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland, gedateerd 26 november 2025, wordt de beëindiging van een maatwerkvoorziening voor individuele begeleiding in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden beoordeeld. Eiser, vertegenwoordigd door mr. R. Imkamp, is het niet eens met de beëindiging van zijn maatwerkvoorziening, die hij nodig heeft voor zijn individuele begeleiding. De rechtbank oordeelt dat individuele begeleiding per definitie een maatwerkvoorziening is, omdat deze moet worden afgestemd op de specifieke behoeften van de cliënt. De rechtbank stelt vast dat het college onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft verricht naar de specifieke situatie van eiser en de benodigde ondersteuning. Hierdoor is de beëindiging van de maatwerkvoorziening onterecht. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op om een nieuw besluit te nemen, waarbij het pgb voor individuele begeleiding voorlopig wordt voortgezet. Eiser krijgt gelijk in zijn beroep, en het college wordt veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten en het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/453

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 november 2025 in de zaak tussen

[naam uit woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. R. Imkamp),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden, het college
(gemachtigde: S. van der Meulen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de vraag of het college de aan eiser toegekende maatwerkvoorziening voor individuele begeleiding in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) terecht heeft beëindigd, omdat de basisondersteuning waarvoor hij in aanmerking komt voor hem een adequate en passende algemene voorziening is.
1.1.
Eiser is het niet eens met de beëindiging van zijn maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank die beëindiging.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de maatwerkvoorziening voor individuele begeleiding ten onrechte heeft beëindigd omdat eiser volgens het college in aanmerking komt voor een adequate en passende algemene voorziening. Naar het oordeel van de rechtbank is ondersteuning voor individuele begeleiding namelijk per definitie een maatwerkvoorziening omdat deze naar haar aard moet worden afgestemd op de kenmerken van de individuele cliënt. Dit betekent dat eiser ook de vrijheid heeft om te kiezen voor een pgb. Verder is de rechtbank van oordeel dat aan het bestreden besluit geen voldoende zorgvuldig en volledig onderzoek ten grondslag ligt.
1.3.
Eiser krijgt dus gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Het college heeft de maatwerkvoorziening voor individuele begeleiding in de vorm van een pgb beëindigd met zijn besluit van 20 juni 2024. Met het bestreden besluit van 16 december 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de beëindiging van deze maatwerkvoorziening gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 28 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een begeleider van eiser en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten
3. Eiser heeft in de gemeente De Fryske Marren gewoond, waar hij op grond van de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb kreeg voor individuele begeleiding gedurende drie uur per week. Hij kreeg deze ondersteuning van zijn vaste begeleider.
4. In januari 2024 is eiser verhuisd naar de gemeente Leeuwarden en heeft hij zich gemeld met het verzoek de indicatie van zijn vorige gemeente over te nemen.
Bestreden besluit
5. Het college heeft aan eiser een pgb toegekend voor thuisondersteuning voor drie uren per week die een half jaar na het bestreden besluit eindigt. In aansluiting op deze overgangsperiode komt eiser in aanmerking voor basisondersteuning. Volgens het college is deze ondersteuning een algemene voorziening die voor eiser passend en adequaat is.
Beroepsgronden
6. Eiser is het niet eens met de beëindiging van zijn maatwerkvoorziening voor individuele begeleiding, die hij met een pgb bij zijn vertrouwde zorgverlener kan inkopen. Hij voert aan dat de begeleiding die hij nodig heeft afgestemd moet worden op zijn individuele behoeften. Volgens eiser miskent het college dat een voorziening voor individuele begeleiding op een persoon is afgestemd en daarom per definitie geen algemene voorziening kan zijn. De voorziening waarnaar het college verwijst is niet te kwalificeren als een algemene voorziening. Eiser stelt dat het college ook niet zorgvuldig beoordeeld heeft of de voorziening voor hem passend is en voldoende compensatie biedt.
Geschil
7. Niet in geschil is dat eiser is aangewezen op individuele begeleiding op grond van de Wmo 2015. Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of de individuele begeleiding geboden kan worden in de vorm van een algemene voorziening, zoals het college betoogt, of alleen als maatwerkvoorziening, zoals eiser meent. Alleen in het laatste geval is het mogelijk dat eiser een pgb krijgt ter bekostiging van de door hem verlangde voortzetting van de individuele begeleiding door zijn vaste hulpverlener. Partijen zijn het er ook niet over eens of de aan eiser toegekende basisondersteuning hem adequate en toereikende compensatie biedt en of het college hiernaar zorgvuldig onderzoek heeft verricht, hetgeen eiser betwist.
Onderzoek
8. De rechtbank wijst er in de eerste plaats op dat volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) [1] voorafgaand aan het onderzoek ter beoordeling van de vraag of en in hoeverre – voor zover hier van belang – algemene voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden, eerst bepaald moet worden welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van degene die ondersteuning aanvraagt.
8.1.
Uit de beschikbare gegevens blijkt niet dat het college in het geval van eiser heeft onderzocht welke concrete ondersteuning naar aard en omvang nodig is. Het college laat dit blijkbaar over aan de betrokken zorgverlener(s), gelet op de toelichting in het verweerschrift dat, als basisondersteuning wordt verleend, de mate van inzet van de ondersteuning niet wordt vastgelegd in een individueel aantal vastgestelde uren, maar afgestemd wordt op de behoefte, die in de periode dat de ondersteuning wordt ingezet kan fluctueren.
8.2.
Hiermee miskent het college naar het oordeel van de rechtbank dat de vraag of een algemene voorziening een adequate en toereikende oplossing kan bieden pas beantwoord kan worden als eerst de specifieke situatie van eiser, inclusief de aard en omvang van de ondersteuning die nodig is, volledig in kaart is gebracht. Gelet op het voorgaande voldoet het onderzoek dat ten grondslag ligt aan het bestreden besluit niet aan de daaraan te stellen eisen.
Maatwerkvoorziening
9. Zoals ook het college erkent, moet individuele begeleiding altijd worden afgestemd op de persoon; welke begeleiding eiser nodig heeft en voor hoeveel uur dit noodzakelijk is, moet worden afgestemd op zijn individuele behoefte. Zoals hiervoor al is overwogen, moet daartoe de specifieke situatie van eiser volledig in kaart worden gebracht, inclusief welke concrete ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan zijn zelfredzaamheid of participatie. Individuele begeleiding kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet worden gezien als ‘algemene voorziening’ zoals gedefinieerd in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wmo 2015: een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat individuele begeleiding dus beschouwd moet worden als ‘maatwerkvoorziening’ zoals gedefinieerd in voornoemd artikellid, te weten: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten. Dit brengt gelet op het bepaalde in artikel 2.3.6, eerste lid, van de Wmo 2015 mee dat eiser de vrijheid heeft om te kiezen voor een pgb en in het verlengde daarvan voor zijn vaste zorgverlener.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is gegrond omdat aan het bestreden besluit geen voldoende zorgvuldig onderzoek ten grondslag ligt en omdat het college daarbij ten onrechte heeft bepaald dat eiser na afloop van de daarin bedoelde overgangsperiode in aanmerking komt voor een algemene voorziening. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.
11. De rechtbank draagt het college op om met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Zij ziet aanleiding om ambtshalve met toepassing van artikel 8:72, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat het pgb dat eiser kreeg voor individuele begeleiding gedurende drie uur per week, wordt voortgezet tot twee weken na het nemen en de bekendmaking van het nieuwe besluit op bezwaar.
12. Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt hij ook een vergoeding van zijn proceskosten. Deze kosten bedragen € 1.814,00 (één punt voor het indienen van het beroepschrift, één punt voor het verschijnen op de zitting; waarde per punt van € 907,00; gewicht van de zaak: gemiddeld).

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep gegrond;
 vernietigt het bestreden besluit van 16 december 2024;
 draagt het college op een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
 bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat het pgb dat eiser kreeg voor individuele begeleiding gedurende drie uur per week, wordt voortgezet tot twee weken na het nemen en de bekendmaking van het nieuwe besluit op bezwaar;
 bepaalt dat het college het betaalde griffierecht van € 53,00 aan eiser moet vergoeden;
 veroordeelt het college in de proceskosten van eiser van € 1.814,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, rechter, in aanwezigheid van
mr. P.A. Schoenmakers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld uitspraak 8 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1430.