ECLI:NL:RBNNE:2025:4940

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
C/18/249678 / KG ZA 25-181
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 705 RvArt. 431 RvArt. 10:3 BWArt. 217 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing opheffing conservatoir beslag en herbegroting vordering in internationaal octrooirechtelijk geschil

In deze civiele kortgedingprocedure vordert Shenzhen Foscam de opheffing van conservatoir beslag dat Portus heeft gelegd onder Euport, de Nederlandse distributeur van Shenzhen Foscam. Het beslag is gebaseerd op een Amerikaanse uitspraak waarin Foscam Inc. en Shenzhen Foscam zijn veroordeeld tot betaling wegens octrooi-inbreuk.

Euport verzoekt tevens om voeging in de hoofdzaak, omdat het beslag op toekomstige vorderingen haar bedrijfsvoering schaadt. De rechtbank staat Euport toe zich te voegen, gelet op haar belang. De rechtbank onderzoekt de bevoegdheid en toepasselijkheid van Nederlands recht en beoordeelt de spoedeisendheid en kans van slagen van de vorderingen.

De rechtbank oordeelt dat het Amerikaanse vonnis summierlijk deugdelijk is voor een bedrag van circa USD 532.791,-, maar dat de verdrievoudiging van de schadevergoeding (punitive damages) mogelijk strijdig is met de Nederlandse openbare orde. Dit leidt niet tot opheffing van het beslag, maar tot herbegroting van het beslagbedrag tot USD 695.000,-. De vordering tot verbod op het leggen van nieuwe beslagen wordt afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.

Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen en het beslagbedrag wordt herbegroot tot USD 695.000,-.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: C/18/249678 / KG ZA 25-181
Vonnis in kort geding van 2 december 2025
in de zaak van
de rechtspersoon naar vreemd recht,
SHENZHEN FOSCAM INTELLIGENT TECHNOLOGY CO. LTD.,
te Guangdong (China),
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident tot voeging,
hierna te noemen: Shenzhen Foscam,
advocaat: mr. P.E. Mazel,
tegen
de rechtspersoon naar vreemd recht,
PORTUS PTY LTD.,
te Sydney (Australië),
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident tot voeging,
hierna te noemen: Portus,
advocaat: mr. J.M. Wolfs,
en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
EUPORT B.V.,
te Groningen,
eiseres in het incident tot voeging,
hierna te noemen: Euport,
advocaat: mr. P.H.F. Yspeert.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de producties van Shenzhen Foscam,
- de producties van Portus,
- de incidentele conclusie tot voeging van Euport,
- de producties van Euport,
- de mondelinge behandeling van 18 november 2025, waar zowel het incident als de hoofdzaak is behandeld, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van Shenzhen Foscam,
- de pleitnota van Portus,
- de pleitnota van Euport.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident en in de hoofdzaak.

2.De feiten

2.1.
Shenzhen Foscam is een Chinese producente van beveiligingsapparatuur. Foscam Inc. is de dochteronderneming (geweest) van Shenzhen Foscam.
2.2.
Op 16 juni 2022 heeft Portus Singapore samen met haar Australische dochteronderneming Portus Ltd. een procedure tegen Foscam Inc. aanhangig gemaakt in de Verenigde Staten van Amerika, bij de District Court of Texas, Houston Division. Het geschil betrof de vraag of Foscam Inc. inbreuk heeft gemaakt op octrooien van Portus.
2.3.
Op 8 december 2023 is in voornoemd geschil uitspraak gedaan, waarin Foscam Inc. en Shenzhen Foscam hoofdelijk zijn veroordeeld tot (onder meer) betaling aan Portus van USD 1.598.373,-.
2.4.
Op 29 september 2025 heeft Portus aan de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, verzocht om verlof te verlenen om ten laste van Shenzhen Foscam conservatoir derdenbeslag te (doen) leggen onder Euport, die de Nederlandse distributeur is van Shenzhen Foscam. Het verlof is diezelfde dag verleend voor een bedrag van USD 1.950.000,-. Daarbij is bepaald dat de eis in de hoofdzaak ingesteld dient te worden binnen zestig dagen na beslaglegging.
2.5.
Op 30 september 2025 is beslag gelegd onder Euport, die heeft verklaard voor EUR 89.500,- aan Shenzhen Foscam verschuldigd te zijn.

3.Het geschil

in het incident
3.1.
Euport vordert dat zij in de hoofdzaak wordt toegelaten als voegende partij.
3.2.
Europort legt aan haar vordering ten grondslag dat de hoofdzaak gericht is op de opheffing van alle uit hoofde van het beslagverlof van 29 september 2025 gelegde beslagen en dat Euport belang heeft bij de opheffing van het onder haar gelegde conservatoire beslag op toekomstige vorderingen die uit de reeds bestaande rechtsverhouding met Shenzhen Foscam zullen ontstaan, omdat dit negatieve gevolgen heeft voor haar bedrijfsvoering. Om die reden stelt Euport belang te hebben bij voeging
3.3.
Euport heeft daarbij zelfstandig een vordering geformuleerd, die inhoudt dat Euport vordert, uitvoerbaar bij voorraad, de opheffing van het onder haar gelegde conservatoire derdenbeslag op toekomstige vorderingen, alsmede Portus te verbieden opnieuw beslag te doen leggen uit hoofde van het vonnis van 8 december 2023 op straffe van een dwangsom, met veroordeling in de proceskosten.
3.4.
Shenzhen Foscam en Portus hebben ter zitting verklaard geen bezwaar te hebben tegen het verzoek tot voeging.
in de hoofdzaak
3.5.
Shenzhen Foscam vordert, uitvoerbaar bij voorraad, de opheffing van alle uit hoofde van het beslagverlof van 29 september 2025 gelegde beslagen, alsmede Portus te verbieden andere beslagen te doen leggen uit hoofde van het vonnis van 8 december 2023 op straffe van een dwangsom, met veroordeling in de proceskosten.
3.6.
Portus voert verweer. Portus concludeert tot niet-ontvankelijkheid, dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling in de proceskosten.

4.De beoordeling

De bevoegde rechter en het toepasselijk recht
4.1.
Het onderhavige geschil heeft een internationaal karakter, nu Shenzhen Foscam in China gevestigd is, Portus in Australië gevestigd is en na verkregen verlof van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, conservatoir derdenbeslag gelegd is onder Euport die in Nederland gevestigd is. Vanwege het internationale karakter moet de voorzieningenrechter ambtshalve onderzoeken of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt en welk recht toepasselijk is.
4.2.
Artikel 705 lid 1 Rv Pro bepaalt dat de voorzieningenrechter die het verlof tot het beslag heeft gegeven, rechtdoende in kort geding, het beslag op vordering van elke belanghebbende kan opheffen, onverminderd de bevoegdheid van de gewone rechter. Deze bepaling waarborgt dat, als eenmaal verlof tot beslag is gegeven, er ook steeds een Nederlandse rechter bevoegd is over een vordering tot opheffing van het beslag te oordelen. [1] Dit leidt ertoe dat de Nederlandse rechter, meer in het bijzonder de voorzieningenrechter te Groningen, bevoegd is om van de opheffingsvordering kennis te nemen. Daarnaast is op de wijze van procederen ten overstaan van de Nederlandse rechter het Nederlandse recht van toepassing (artikel 10:3 BW Pro).
in het incident
4.3.
Ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen (artikel 217 Rv Pro).
4.4.
Euport vordert dat zij in de hoofdzaak wordt toegelaten als voegende partij en heeft daarbij tevens een zelfstandige vordering geformuleerd, maar de voorzieningenrechter constateert dat die vordering overlapt met de vordering van Shenzhen Foscam. De voorzieningenrechter vat de vordering van Euport daarom zo op dat Europort Shenzhen Foscam steunt in haar vordering en kwalificeert het incident daarom als een vordering tot voeging (en niet tot tussenkomst).
4.5.
Shenzhen Foscam en Portus hebben geen bezwaar gemaakt tegen voeging. Uit de onderbouwing van de incidentele vordering, namelijk dat het beslag op de toekomstige vorderingen negatieve gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering van Euport, volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat Euport een belang heeft bij het onderhavige geding. De voeging van Euport aan de zijde van Shenzhen Foscam wordt daarom toegestaan.
4.6.
Gelet op de uitkomst van de procedure in het incident zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.
in de hoofdzaak
4.7.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of Shenzhen Foscam ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
4.8.
Het is de voorzieningenrechter voldoende gebleken dat Shenzhen Foscam een spoedeisend belang heeft bij de door haar gevraagde voorziening, zodat zij in zoverre ontvankelijk is in haar vordering. Daarbij heeft te gelden dat een vordering tot opheffing van conservatoir beslag naar haar aard vrijwel altijd een spoedeisend karakter heeft.
4.9.
De opheffing van een conservatoir beslag kan onder meer worden bevolen, indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, als het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld (artikel 705 Rv Pro). Het ligt op de weg van degene die opheffing van een conservatoir beslag vordert om aannemelijk te maken, met inachtneming van de beperkingen van het kort geding, dat de door de beslaglegger gestelde vordering ondeugdelijk is.
Bij de beoordeling of het beslag moet worden opgeheven dienen verder de wederzijdse belangen te worden afgewogen, waarbij dient te worden beoordeeld of het belang van de beslaglegger bij handhaving van het beslag op grond van de door deze naar voren gebrachte omstandigheden zwaarder dient te wegen dan het belang van de beslagene bij opheffing van het beslag.
4.10.
Shenzhen Foscam stelt dat summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger (Portus) ingeroepen recht in de zin van artikel 705 Rv Pro. Ter onderbouwing voert Shenzhen Foscam aan dat beslag is gelegd op basis van een Amerikaanse beslissing die niet in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd, omdat deze beslissing niet voldoet aan de daarvoor geldende criteria. Om die reden vordert Shenzhen Foscam in kort geding opheffing van alle conservatoire beslagen.
4.11.
De beslagen die het onderwerp vormen van dit kort geding zijn gebaseerd op de Amerikaanse beslissing van 8 december 2023. Partijen zijn erover verdeeld of die beslissing in Nederland ten uitvoer zal kunnen worden gelegd. Die vraag zal definitief moeten worden beantwoord in de bodemprocedure, die nu nog niet aanhangig is, waarvoor Portus een termijn heeft gekregen van zestig dagen na beslaglegging. De voorzieningenrechter zal in dit kort geding beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop opheffing van de beslagen reeds nu gerechtvaardigd is.
4.12.
Hierbij geldt het volgende beoordelingskader. Tussen Nederland en de Verenigde Staten van Amerika is met betrekking tot de erkenning van vonnissen geen verdrag van kracht. Dit betekent dat de vraag of aan het vonnis gezag toekomt met toepassing van artikel 431 Rv Pro moet worden beantwoord aan de hand van de daarvoor door de Hoge Raad ontwikkelde criteria. [2] Deze criteria houden kort gezegd in dat een buitenlandse beslissing in Nederland in beginsel wordt erkend als:
1. de bevoegdheid van de rechter die de beslissing heeft gegeven berust op een bevoegdheidsgrond die naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbaar is;
2. de buitenlandse beslissing tot stand is gekomen in een gerechtelijke procedure die voldoet aan de eisen van behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging;
3. de erkenning van de buitenlandse beslissing niet in strijd is met de Nederlandse openbare orde, en
4. de buitenlandse beslissing niet onverenigbaar is met een tussen dezelfde partijen gegeven beslissing van de Nederlandse rechter, dan wel met een eerdere beslissing van een buitenlandse rechter.
Daarnaast moet het buitenlandse vonnis ook in het ‘land van herkomst’ nog executabel zijn. Als aan al deze voorwaarden is voldaan dan is een in het buitenland toegewezen vordering in Nederland in beginsel ook toewijsbaar.
Eerlijk proces?
4.13.
Shenzhen Foscam beroept zich er in de eerste plaats op dat de vordering die aan het beslag ten grondslag ligt ‘summierlijk ondeugdelijk’ is, omdat de Amerikaanse beslissing tot stand is gekomen in een gerechtelijke procedure die niet voldoet aan de eisen van een behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging. Ter onderbouwing voert Shenzhen Foscam aan dat de Amerikaanse beslissing is gegeven in een procedure tussen Portus en Foscam Inc. (de dochtervennootschap van Shenzhen Foscam). Zij wijst erop dat Foscam Inc. is gedagvaard en dat mr. Y. Yang zich als advocaat voor Foscam Inc. heeft gesteld. Daarentegen is Shenzhen Foscam in die procedure nimmer gedagvaard, voor haar heeft mr. Yang zich nimmer gesteld en Shenzhen Foscam is derhalve nooit procespartij geworden in die procedure. Dit heeft tot gevolg dat Shenzhen Foscam zich in die procedure niet over de vordering van Portus heeft kunnen uitlaten. Dat Shenzhen Foscam desondanks wel (mede) is veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan Portus, maakt dat geen sprake is geweest van een eerlijk proces, aldus nog steeds Shenzhen Foscam.
4.14.
De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat het door Shenzhen Foscam op dit punt aangevoerde faalt. Portus heeft verwezen naar pagina 2 van de Amerikaanse beslissing waarin staat:
‘’(…) Shenzhen Foscam recently communicates through counsel for Foscam that it does not wish to pursue a defense in the case. EFC No. 35-3 (email from Foscam’s attorney to the Court and Portus, stating that ‘’the Chinese company [Shenzhen Foscam] had decided not to involve in this case any more, [sic] and has instructed me to take a default on this case.’’).(…)’’.Hieruit blijkt ten eerste dat Shenzhen Foscam op de hoogte was van die procedure en ten tweede dat Shenzhen Foscam instructies heeft gegeven aan de advocaat van Foscam Inc. dat Shenzhen Foscam zich terugtrekt uit die procedure. Het doel van de dagvaardings- en betekeningsregels is om een partij op de hoogte te brengen van een rechtsgeding en de mogelijkheid te bieden om verweer te voeren. Uit het citaat van de Amerikaanse beslissing blijkt dat de Amerikaanse rechter zich ervan heeft vergewist dat Shenzhen Foscam op de hoogte was van het betreffende geding. Verder blijkt daaruit dat Shenzhen Foscam via een advocaat, weliswaar niet een advocaat die zich voor haar had gesteld maar wel iemand die ter zake kundig kan worden geacht, kenbaar heeft gemaakt dat zij geen verdediging wilde voeren en dat zij zich uit die procedure wilde terugtrekken. Weliswaar is niet gebleken dat in voornoemde procedure de dagvaarding formeel is betekend aan Shenzhen Foscam, maar naar het voorshands oordeel van de voorzieningenrechter is wel komen vast te staan dat is voldaan aan het doel waarvoor de dagvaarding en de betekening dient. Dat de Amerikaanse rechter vervolgens zowel Foscam Inc. als Shenzhen Foscam heeft veroordeeld, is het gevolg van het Amerikaanse materiële recht dat de mogelijkheid biedt van
‘’alter ego liability’’. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de stelling van Shenzhen Foscam dat zij geen enkel verweer heeft gevoerd in de Amerikaanse procedure, niet het gevolg van een oneerlijk proces maar van haar eigen keuzes. De conclusie is, naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, dat de vordering van Shenzhen Foscam op dit punt in een bodemprocedure niet een zodanige kans van slagen heeft, dat toewijzing van de vordering van Shenzhen Foscam in dit kort geding gerechtvaardigd is.
Strijd met de Nederlandse openbare orde?
4.15.
Shenzhen Foscam beroept zich er in de tweede plaats op dat de vordering die aan het beslag ten grondslag ligt ‘summierlijk ondeugdelijk’ is, omdat erkenning van de Amerikaanse beslissing strijdig zou zijn met de Nederlandse openbare orde. Shenzhen Foscam verwijst naar de uitspraak waarin de schade eerst wordt begroot op USD 532.791,- en vervolgens wordt verdrievoudigd vanwege verwijtbaar gedrag:
‘’(…)Therefore, the Court finds that Foscam’s infringement was willful and that treble damages are appropriate. Thus, Portus is entitled to $ 1,598,373 in damages.’’.Volgens Shenzhen Foscam is met deze verhoging sprake van zogenoemde ‘
treble damages’ dan wel ‘
punitive damages’, die een bestraffend karakter hebben. Shenzhen Foscam voert aan dat dit zich niet verdraagt met het fundamentele karakter van het Nederlandse aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht dat schadevergoeding de benadeelde in de positie moet brengen waarin hij zich zonder de schadeveroorzakende gebeurtenis had bevonden, en niet meer dan dat. Doelstellingen als bestraffing van de aansprakelijke persoon en specifieke en generieke preventie horen thuis in het strafrecht en in een strafrechtelijke procedure. De erkenning van de buitenlandse beslissing mag niet leiden tot gevolgen die afbreuk doen aan fundamentele waarden en beginselen van de Nederlandse rechtsorde. Om die reden komt de Amerikaanse beslissing niet voor erkenning in aanmerking, zodat het conservatoire beslag moet worden opgeheven, aldus nog steeds Shenzhen Foscam.
4.16.
Portus heeft de stelling van Shenzhen Foscam gemotiveerd betwist en aangevoerd dat de totale schadevergoeding ‘
actual damages’zijn, die geen strijdigheid opleveren met de Nederlandse openbare orde.
4.17.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de bodemrechter zal dienen te toetsen of de erkenning van de Amerikaanse beslissing al dan niet in strijd is met de Nederlandse openbare orde vanwege voornoemde verdrievoudiging van het schadebedrag. Vooralsnog is het antwoord daarop, gelet op wat partijen daarover thans naar voren hebben gebracht, te ongewis om daarop in dit kort geding vooruit te lopen. Tussen partijen is niet in geschil dat uit de Amerikaanse beslissing volgt dat de schade – zonder de verhoging met ‘
treble damages’, ‘
actual damages’dan wel ‘
punitive damages’ – in totaal USD 532.791,- bedraagt. Dit betekent dat de vordering waarop Portus zich beroept summierlijk deugdelijk wordt bevonden voor (slechts) dat bedrag.
4.18.
Anders dan Shenzhen Foscam heeft bepleit, leidt dat niet direct tot opheffing van alle beslagen, maar tot herbegroting van het bedrag waarvoor het beslagverlof is verleend. Dit heeft tot gevolg dat alle beslagen moeten worden opgeheven tegen zekerheidstelling door Shenzhen Foscam voor het herbegrote bedrag. Shenzhen Foscam heeft tot op heden echter geen (volledige) zekerheid aangeboden. Het bedrag waarvoor beslagverlof is verleend wordt herbegroot tot een bedrag van (USD 532.791,- vermeerderd met 30% rente en kosten =) USD 692.628,-. Dit bedrag zal worden afgerond op USD 695.000,-.
Is het non-peius beginsel geschonden?
4.19.
Euport heeft zich als derde-beslagene aan de zijde van Shenzhen Foscam gevoegd, specifiek ten aanzien van de opheffing van het beslag op
toekomstigevorderingen die uit de reeds bestaande rechtsverhouding met Shenzhen Foscam zullen ontstaan. Euport voert aan dat zij wordt bedreigd in haar voortbestaan, omdat Shenzhen Foscam geen goederen meer aan Euport wil verkopen vanwege voornoemd beslag. Euport heeft een beroep gedaan op het non-peius beginsel. Dit houdt in dat de derde als gevolg van het beslag niet in een slechtere positie mag komen te verkeren dan wanneer hij niet door de beslaglegger (Portus), maar door de beslagdebiteur (Shenzhen Foscam) zou zijn aangesproken. Euport voert verder aan dat Portus niets opschiet met het beslag, nu er door het beslag geen toekomstige vorderingen meer zullen ontstaan.
4.20.
Hiervoor is al overwogen dat de vordering waarop Portus zich beroept summierlijk deugdelijk wordt bevonden, zij het voor een lager bedrag van USD 532.791,-. Vaststaat dat USD 126.546,81 is afbetaald en dat beslag is gelegd onder Euport voor een bedrag van EUR 89.500,-. Dit betekent dat het beslag ook doel heeft getroffen voor zover er toekomstige vorderingen uit de bestaande rechtsverhouding met Euport zullen ontstaan. De voorzieningenrechter overweegt voorshands dat de stelling van Euport dat er geen belang bestaat bij het beslag op toekomstige vorderingen omdat er volgens haar toch geen toekomstige vorderingen zouden ontstaan, eveneens maakt dat Euport om diezelfde reden geen belang heeft bij de opheffing van het beslag. Verder is gebleken, zoals Euport tijdens de mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht, dat Shenzhen Foscam geen enkele leveringsverplichting aan Euport heeft en dat Euport evenmin een afnameplicht heeft. Tussen hen zou slechts een vijftien jaar oude distributieovereenkomst zijn gesloten die door Euport is bijgevoegd als productie 1, maar daarin zijn zoals Euport aanvoert dergelijke verplichtingen niet opgenomen. Portus heeft die overeenkomst overigens betwist en er onbetwist op gewezen dat die overeenkomst dateert uit 2024. Op basis van het voorgaande stelt de voorzieningenrechter voorshands vast dat de gevolgen voor Euport, nu Shenzhen Foscam niet langer goederen aan haar wil verkopen, in de eerste plaats het gevolg zijn van het ontbreken van contractuele afspraken op dat punt en niet zozeer van het beslag. De voorzieningenrechter is dan ook voorshands van oordeel dat het beroep op het non-peius beginsel faalt.
Verbod op leggen andere beslagen?
4.21.
Shenzhen Foscam heeft gevorderd om Portus te verbieden om andere beslagen te doen leggen uit hoofde van de Amerikaanse beslissing van 8 december 2023. Euport heeft zich ook op dit punt aan de zijde van Shenzhen Foscam gevoegd. Zoals hiervoor overwogen wordt de vordering van Portus summierlijk deugdelijk bevonden voor een bedrag van USD 532.791,-, is er USD 126.546,81 afbetaald en is beslag gelegd onder Euport voor een bedrag van EUR 89.500,-. Dit betekent dat er voor een deel van de vordering nog geen verhaalsmogelijkheid is. Voor het gevorderde verbod om andere beslagen te leggen bestaat daarom geen aanleiding. Die vordering zal worden afgewezen.
Conclusie
4.22.
Al met al is de conclusie dat de vordering tot opheffing van alle conservatoire beslagen wordt afgewezen, evenals de vordering tot het opleggen van een verbod aan Portus om andere beslagen te doen leggen. Het bedrag waarvoor beslagverlof is verleend wordt herbegroot tot USD 695.000,-.
4.23.
Nu beide partijen over en weer op punten in het (on)gelijk worden gesteld, worden de proceskosten verrekend, zoals hierna in de beslissing vermeld.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
in het incident
5.1.
staat Euport toe zich in de hoofdzaak aan de zijde van Shenzhen Foscam te voegen;
5.2.
compenseert de proceskosten, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;
in de hoofdzaak
5.3.
herbegroot de vordering waarvoor de voorzieningenrechter van deze rechtbank op 29 september 2025 beslagverlof heeft verleend op USD 695.000,-;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
compenseert de proceskosten, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;
5.6.
wijst de vorderingen van Shenzhen Foscam af voor het overige.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.B. Faber-Siermann en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.
c873

Voetnoten

1.HR 23 februari 1996, ECLI:NL:PHR:1996:AD2496 (
2.Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2838,