ECLI:NL:RBNNE:2025:5008
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen heffingsbesluiten van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland op het verzoek om een voorlopige voorziening van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) tegen de heffingsbesluiten van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De staatssecretaris heeft de NAM heffingsbesluiten opgelegd van in totaal 1,3 miljard euro, welke de NAM aanvecht. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek kennelijk ongegrond, omdat de NAM geen spoedeisend belang heeft en er geen sprake is van evidente onrechtmatige besluiten. De uitspraak is gedaan zonder zitting, op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De voorzieningenrechter legt uit dat bij financiële geschillen niet snel sprake is van spoedeisend belang, tenzij er een onomkeerbare situatie dreigt, zoals faillissement. De NAM heeft in haar verzoek aangegeven dat er geen financiële noodsituatie is, maar de voorzieningenrechter oordeelt dat er geen ernstige gebreken zijn in de bestreden besluiten die niet hersteld kunnen worden in de bezwaarfase. Daarom wijst hij het verzoek af en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 8 december 2025 en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze uitspraak.