De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland heeft op 14 februari 2025 uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de aanleg van fase 1 van het Zuiderplantsoen in het noordelijk deel van het gemeentelijk monument Sterrebos in Groningen.
Het college van burgemeester en wethouders had op 23 juli 2024 de vergunning verleend voor aanlegactiviteiten en wijziging van het gemeentelijk monument. Verzoekers, bestaande uit drie stichtingen, maakten bezwaar en vroegen schorsing van de monumentenvergunning tot zes weken na besluitvorming op de bezwaren. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 10 februari 2025.
De voorzieningenrechter oordeelde dat geen sprake was van onverwijlde spoed zoals vereist voor een voorlopige voorziening. De graafwerkzaamheden voor de tegels waren al uitgevoerd en een groot deel van de tegels geplaatst. De aanleg van het nieuwe pad zou circa twee weken duren en geen bomen verwijderen of wortels beschadigen, hetgeen niet gemotiveerd werd bestreden. Er was geen onomkeerbare schade aan het monument te verwachten.
Daarom werd het verzoek afgewezen, waardoor vergunninghouder de werkzaamheden voor eigen risico mocht voortzetten. De voorzieningenrechter ging niet in op de inhoudelijke bezwaargronden en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.