Op 24 oktober 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure betreffende een verkeersboete die aan de betrokkene was opgelegd op basis van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De boete van € 309,00 was opgelegd voor het niet volgen van de voorsorteerstrook op een kruispunt op 3 maart 2024. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld, maar de officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond. Hierop heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van betrokkene, M.J.M. Bergers van Boete.nu, aangevoerd dat de feitcode niet klopt en dat de verklaring van betrokkene niet volledig is weergegeven in het zaakoverzicht. Betrokkene heeft zijn standpunt toegelicht en betoogd dat hij de verkeerssituatie als veilig inschatte. De vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. Z. Fluitsma, was ook aanwezig en stelde dat het beroep ongegrond verklaard moest worden.
De kantonrechter heeft de argumenten van betrokkene overwogen, maar concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die aanleiding gaven om de boete te matigen of te vernietigen. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd opgemerkt dat betrokkene zijn standpunt voldoende had kunnen toelichten en dat zijn rechtspositie niet was geschaad. De uitspraak werd gedaan door mr. H.J. Bastin, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.