ECLI:NL:RBNNE:2025:5024

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
24 oktober 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
11494401 BU VERZ 25-2
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke procedure inzake verkeersboete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

Op 24 oktober 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure betreffende een verkeersboete die aan de betrokkene was opgelegd op basis van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De boete van € 309,00 was opgelegd voor het niet volgen van de voorsorteerstrook op een kruispunt op 3 maart 2024. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld, maar de officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond. Hierop heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van betrokkene, M.J.M. Bergers van Boete.nu, aangevoerd dat de feitcode niet klopt en dat de verklaring van betrokkene niet volledig is weergegeven in het zaakoverzicht. Betrokkene heeft zijn standpunt toegelicht en betoogd dat hij de verkeerssituatie als veilig inschatte. De vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. Z. Fluitsma, was ook aanwezig en stelde dat het beroep ongegrond verklaard moest worden.

De kantonrechter heeft de argumenten van betrokkene overwogen, maar concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die aanleiding gaven om de boete te matigen of te vernietigen. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd opgemerkt dat betrokkene zijn standpunt voldoende had kunnen toelichten en dat zijn rechtspositie niet was geschaad. De uitspraak werd gedaan door mr. H.J. Bastin, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 264582757
zaaknummer: 11494401 BU VERZ 25-2
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 24 oktober 2025
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
(gemachtigde: M.J.M. Bergers, Boete.nu).

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft’, verricht op 3 maart 2024, om 15:26 uur, op de Laan Corpus den Hoorn in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 24 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. Z. Fluitsma.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Gemachtigde voert aan dat betrokkene zich afvraagt of de feitcode klopt. Hierbij merkt betrokkene op dat regel 8, 9 en 10 van het zaakoverzicht niet juist zijn. Betrokkene stond al een tijdje te wachten, vooraan bij het stoplicht. Toen hij voor het stoplicht stopte was er nog geen auto direct achter of direct naast hem. Er kwamen wel auto’s aanrijden op tien meter afstand. De auto van de verbalisant zat niet bij de eerste drie auto’s die door groen reden rechts van hem. Beide stoplichten sprongen tegelijk op groen. Betrokkene stond voor het linker stoplicht voor linksaf, dat op rood stond. De verbalisant reed op de rechterbaan en kwam eraan rijden op het moment dat betrokkene besloot om door het groene licht rechtdoor te rijden. Betrokkene zag dit omdat hij over zijn rechterschouder schuin naar achter keek, om te zien of het veilig was om rechtdoor te rijden. De zwarte Volkswagen kwam eraan en reed met hogere snelheid naast hem op het moment dat hij optrok en ging daarna direct voor hem rijden met het stopteken aan. De verbalisant kan betrokkene dus niet hebben zien rijden op de voorsorteerstrook of de Van Ketwich Verschuurlaan.
3. Verder heeft de verbalisant de verklaring van betrokkene veel te kort weergegeven. Betrokkene heeft uitgelegd dat hij het risico als erg laag inschatte en dat hij bij het volgende stoplicht pas linksaf hoefde. Hij heeft daarbij de verkeerssituatie uitgelegd. De verbalisant zei “ja zo snel kan ik niet schrijven”. Hij stopte met schrijven en stopte zijn boekje weg. Als naar de foto van de verkeersituatie op het kruispunt wordt gekeken ziet men dat de auto’s voor de stoplichten aan de overkant niet op zijn baan kunnen komen. Van de rechterkant was er geen actief verkeer, maar daar kunnen ook geen auto’s vandaan komen, want daar is enkel een fietspad met een stoplicht. Aan de linkerkant van het kruispunt zijn er twee banen met stoplichten. Daarvan kan slechts de baan voor linksaf, vanaf hun kant gezien, op zijn baan kan komen Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. De gedraging kan worden vastgesteld en komt overeen met de verklaring die betrokkene tijdens de staandehouding heeft gegeven: “
op de navigatie gaf hij aan de volgende links. Ik was 1 te vroeg. Ik stond vooraan en de verkeerslichten gingen gelijk op groen.”
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de gedraging niet, maar voert argumenten aan ter verklaring. Daarmee is de gedraging komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
6. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om de boete te matigen of te matigen. Het is niet aan betrokkene om naar eigen inzicht van de geldende verkeersregels af te wijken. Bovendien is niet gebleken dat hij niet anders had kunnen handelen, bijvoorbeeld door de rijrichting van de voorsorteerstrook te volgen.
7. Voor zover betrokkene heeft aangevoerd dat zijn verklaring niet volledig in het zaakoverzicht is opgenomen, overweegt de kantonrechter dat dit niet is komen vast te staan. Ook als dat wel zo zou zijn, heeft dit geen gevolgen voor de geldigheid van de beslissing en verandert er niets aan de rechtspositie van betrokkene. Betrokkene heeft zijn standpunt later in de procedure ook volledig kunnen toelichten, waardoor zijn rechtspositie niet is geschaad.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.
griffier kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.