ECLI:NL:RBNNE:2025:503
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen gewoontewitwassen en gedeeltelijke toewijzing ontnemingsvordering
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 13 februari 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen veroordeelde, geboren in 1983, wegens het medeplegen van gewoontewitwassen in samenhang met het dealen van hennep en cocaïne. De officier van justitie had een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €28.299 ingediend.
Tijdens de terechtzitting van 30 januari 2025 heeft de verdediging betoogd dat een bedrag van €6.000, bestaande uit jaarlijkse schenkingen van de moeder van veroordeelde, in mindering gebracht moest worden op het gevorderde bedrag. De rechtbank oordeelde echter dat deze schenkingen niet aannemelijk waren gemaakt en dat het volledige bedrag van €28.299 als wederrechtelijk verkregen voordeel moest worden vastgesteld.
De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op het proces-verbaal witwassen en het vonnis van de meervoudige strafkamer. De rechtbank legde de betalingsverplichting van dit bedrag op aan veroordeelde en bepaalde de maximale duur van gijzeling op 565 dagen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer onder voorzitterschap van M.B.W. Venema, met medewerking van R. Baluah en S. Zwarts.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €28.299 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.