Deze uitspraak betreft de afwijzing van het verzoek van eiseres om compensatie voor kinderopvangtoeslag, naar aanleiding van de toeslagenaffaire. Eiseres is het niet eens met de afwijzing en heeft verschillende beroepsgronden aangevoerd. De rechtbank heeft de afwijzing beoordeeld en geconcludeerd dat eiseres niet in aanmerking komt voor compensatie. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen sprake is van institutioneel vooringenomen handelen door verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen. Eiseres had een aanvraag ingediend voor compensatie, maar deze werd afgewezen met een primair besluit op 3 september 2021. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld, maar de rechtbank oordeelt dat het procesbelang van eiseres is komen te vervallen, omdat verweerder inmiddels een besluit heeft genomen op het bezwaar van eiseres. De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Verweerder moet wel het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden. De rechtbank heeft de uitspraak gedaan op 9 december 2025, waarbij de rechter is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen.