ECLI:NL:RBNNE:2025:5164

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
24/4146
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag in het kader van de toeslagenaffaire

Deze uitspraak betreft de afwijzing van het verzoek van eiseres om compensatie voor kinderopvangtoeslag, naar aanleiding van de toeslagenaffaire. Eiseres is het niet eens met de afwijzing en heeft verschillende beroepsgronden aangevoerd. De rechtbank heeft de afwijzing beoordeeld en geconcludeerd dat eiseres niet in aanmerking komt voor compensatie. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen sprake is van institutioneel vooringenomen handelen door verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen. Eiseres had een aanvraag ingediend voor compensatie, maar deze werd afgewezen met een primair besluit op 3 september 2021. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld, maar de rechtbank oordeelt dat het procesbelang van eiseres is komen te vervallen, omdat verweerder inmiddels een besluit heeft genomen op het bezwaar van eiseres. De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Verweerder moet wel het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden. De rechtbank heeft de uitspraak gedaan op 9 december 2025, waarbij de rechter is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 24/4146

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. B. van Dijk),
en

Belastingdienst/Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het verzoek van eiseres om compensatie kinderopvangtoeslag. Eiseres is het niet eens met de afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiseres niet voor compensatie in aanmerking kan komen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. In de bijlage staan wetsartikelen die van belang zijn.

Procesverloop

2.1.
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor compensatie kinderopvangtoeslag. Zij heeft dit gedaan naar aanleiding van de toeslagenaffaire [1] . Met het primaire besluit van
3 september 2021 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen de afwijzing. Daarop heeft de rechtbank aan verweerder opgedragen alsnog te beslissen.
2.3.
Op 22 oktober 2024 heeft eiseres opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door verweerder.
2.4.
Op 28 oktober 2024 heeft verweerder het besluit genomen op het bezwaar van eiseres. Met dit besluit is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.5.
Het beroep van eiseres is van rechtswege ook gericht tegen het besluit op bezwaar van 28 oktober 2024 [2] . Desgevraagd heeft eiseres de rechtbank laten weten dat zij dit besluit bestrijdt voor wat betreft de afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag voor het jaar 2010 en het jaar 2015. Eiseres handhaaft daarom haar beroep.
2.6.
Eiseres heeft beroepsgronden ingediend en deze later aangevuld. Verweerder heeft gereageerd met een verweerschrift en deze later ook aangevuld.
2.7.
De rechtbank heeft het beroep op 16 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Het beroep niet tijdig beslissen
3. Als een bestuursorgaan niet op tijd een besluit neemt op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Met het beroep wil diegene bereiken dat verweerder alsnog een besluit neemt op het bezwaarschrift.
3.1.
Met het besluit van 28 oktober 2024 heeft verweerder alsnog beslist op het bezwaarschrift van eiseres. Het doel van eiseres met deze beroepsprocedure is daarmee bereikt. Het (proces)belang van eiseres bij een beslissing op haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daardoor weggevallen. De rechtbank zal daarom het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaarschrift, niet-ontvankelijk verklaren. Overeenkomstig het standpunt van verweerder zal de rechtbank hem opdragen het griffierecht aan eiseres te vergoeden en ook de proceskosten die eiseres heeft gemaakt voor het beroep niet tijdig beslissen.
De omvang van het geding
4. Het beroep richt zich nu tegen het besluit van 28 oktober 2024 (het bestreden besluit). Op de zitting heeft eiseres haar beroepsgronden ingetrokken ten aanzien van het toeslagjaar 2015. De rechtbank beoordeelt daarom hierna de overgebleven gronden van beroep.
Heeft verweerder terecht geconcludeerd dat er ten aanzien van eiseres geen sprake was van institutioneel vooringenomen handelen in het toeslagjaar 2010?
5.1.
Eiseres stelt dat er door verweerder institutioneel vooringenomen is gehandeld. Zij vindt dat verweerder heeft miskend dat zij hiervoor gecompenseerd moet worden. Eiseres voert daartoe aan dat verweerder haar aanvankelijk op apert onjuiste gronden kinderopvangtoeslag over het jaar 2010 (gedeeltelijk) heeft geweigerd. Pas na enkele maanden heeft verweerder deze beslissing hersteld.
5.2.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van institutioneel vooringenomen handelen. Het klopt dat hij in eerste instantie ten onrechte (gedeeltelijk) geen kinderopvangtoeslag voor 2010 heeft toegekend aan eiseres. Maar doordat eiseres bezwaar heeft gemaakt, werd hij zich bewust van deze administratieve vergissing. Verweerder heeft deze vergissing daarop ongedaan gemaakt door eiseres de toeslag voor 2010 alsnog volledig toe te kennen. Zij heeft dus ontvangen waar zij recht op had. Eiseres is ook niet geconfronteerd met terugvorderingen. Daarom komt eiseres niet in aanmerking voor compensatie en ook niet voor het toepassen van de hardheidsclausule, aldus verweerder.
6. De rechtbank overweegt als volgt. Als gevolg van de kinderopvangtoeslagaffaire kan een gedupeerde worden gecompenseerd, wanneer hij aantoonbaar schade heeft geleden als gevolg van institutionele vooringenomenheid [3] van verweerder.
6.1.
De rechtbank stelt vast dat eiseres in beroep vrijwel letterlijk de gronden van bezwaar heeft herhaald, zoals zij die bij verweerder heeft ingediend. Daarop gelet overweegt de rechtbank dat verweerder in het bestreden besluit gemotiveerd is ingegaan op wat door eiseres is gesteld in bezwaar. Verweerder is tot de conclusie gekomen dat eiseres geen recht heeft op compensatie, omdat niet is gebleken van institutionele vooringenomenheid of geleden schade. Aangezien eiseres in beroep niet heeft geconcretiseerd op welke punten de motivering van verweerder ontoereikend is, kan de enkele herhaling van wat zij in bezwaar heeft aangevoerd in beroep niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit.
6.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich dan ook op het standpunt kunnen stellen dat er ten aanzien van eiseres niet is gebleken van institutioneel vooringenomen handelen. Het betoog van eiseres faalt.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen, is niet-ontvankelijk, omdat verweerder inmiddels een besluit heeft genomen en eiseres in zoverre geen procesbelang meer heeft. Het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit, is ongegrond. Dat betekent voor eiseres dat zij niet in aanmerking kan komen voor een compensatie door verweerder.
7.1.
Verweerder moet wel het griffierecht aan eiseres vergoeden en eiseres krijgt ook een vergoeding van proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift niet tijdig beslissen ingediend. Omdat die zaak een zeer licht gewicht heeft, is op de waarde een factor van 0,25 toegepast. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 226,75.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep, voor zover het is gericht tegen het niet tijdig beslissen, niet-ontvankelijk;
  • verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
  • bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden;
  • veroordeelt verweerder tot betaling van € 226,75 aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ketelaars-Mast, rechter, in aanwezigheid van
K.D. Bosklopper, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 9 december 2025.
griffier
De rechter is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht
Artikel 2:4
1. Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid.
Wet hersteloperatie toeslagen
Artikel 2.1. Compensatie en aanvullende compensatie voor aanvrager kinderopvangtoeslag
1. De Dienst Toeslagen kent op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem:
a. voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen; (…)
Besluit Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken
(geldend van 8 september 2020 tot en met 4 november 2022, vervallen per 2 februari 2023 met terugwerkende kracht tot en met 5 november 2022)
2.2.
Vergelijkbare (CAF-)onderzoeken
(…)
De Adviescommissie heeft in haar advies de (CAF-)onderzoeken geïdentificeerd waarin waarschijnlijk sprake is geweest van een institutioneel vooringenomen handelwijze of waarin mogelijk sprake is geweest van een institutioneel vooringenomen handelwijze. De Belastingdienst/Toeslagen zal voor deze (CAF-)onderzoeken aan de hand van de door de Adviescommissie beschreven kenmerken beoordelen of daadwerkelijk sprake was van een institutioneel vooringenomen handelwijze. Het gaat hierbij om de volgende kenmerken:
1. Een collectieve stopzetting zonder een voorafgaande individuele beoordeling die dit rechtvaardigde (‘zachte stop’).
2. Het breed uitvragen van bewijsstukken over één of meerdere jaren.
3. Een zero tolerance-onderzoek naar fouten, tekortkomingen en ontbrekende bewijsstukken met (soms/veelal) een tweede check wanneer bij eerste lezing geen grond voor afwijzing was gevonden.
4. Het niet nader uitvragen van informatie bij gebleken tekortkoming in de door de ouder verstrekte bewijsstukken.
5. Het afwijzen of reduceren van de aanspraak op kinderopvangtoeslag bij de minste of geringste onregelmatigheid in de door de ouder verstrekte bewijsstukken.
Bij de beoordeling van de (CAF-)onderzoeken aan deze kenmerken gaat het niet om de optelsom van deze kenmerken of het afzonderlijk aanwezig zijn daarvan, maar om het in samenhang voorkomen daarvan in een onderzoek. De afwezigheid van één kenmerk betekent niet dat er geen sprake is van een institutioneel vooringenomen handelwijze evenmin als dat de aanwezigheid van meerdere kenmerken per definitie een institutioneel vooringenomen handelwijze betekent. De beoordeling geschiedt op basis van alle op de zaak betrekking hebbende stukken, inclusief het onderzoeksdossier.
(…)

Voetnoten

1.Dit kan op grond van artikel 2.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen.
2.Deze bepaling staat in artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
3.De kenmerken van institutionele vooringenomenheid zijn opgenomen in het Besluit Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken.