ECLI:NL:RBNNE:2025:5166
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging omgevingsvergunning gebruik bassin voor duikactiviteiten wegens grondslagverlating
De zaak betreft een omgevingsvergunning aangevraagd op 7 juni 2023 voor het gebruik van een buitenvijver (bassin) bij een hotel in Dwingeloo voor duikactiviteiten en cursussen 'auto te water'. Het perceel heeft de bestemming Horeca-1 volgens het bestemmingsplan Lhee, Eemster en Geeuwenbrug. Het college verleende op 8 september 2023 de vergunning, die later in bezwaar werd gehandhaafd.
Eiser, wonende naast het perceel, maakte beroep tegen het besluit. De rechtbank oordeelt dat het college in het bestreden besluit de grondslag van de aanvraag heeft verlaten door de vergunning mede van toepassing te verklaren op cursussen en trainingen in het hotelgebouw, terwijl de aanvraag alleen het bassin betrof. Dit is een verruiming die niet uit de aanvraag blijkt en niet door de bijlagen wordt gedekt.
Daarnaast ligt het perceel volgens de rechtbank binnen de bebouwde kom, wat van belang is voor de toepasselijkheid van artikel 4 van Pro bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het gebruik van het bassin is echter geen gebruik van bouwwerken en aansluitend terrein in de zin van dat artikel, omdat de cursussen niet ten behoeve zijn van het horecagebruik van het hotelgebouw. De rechtbank concludeert dat het college niet de juiste procedure heeft gevolgd en vernietigt het besluit.
Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken, met inachtneming van de uitspraak. Tevens moet het college het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning wordt vernietigd vanwege grondslagverlating en procedurefouten.