ECLI:NL:RBNNE:2025:5172
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen besluit intrekking ALO-kop wegens onjuiste BRP-registratie
Eiseres maakt bezwaar tegen het besluit van verweerder dat zij vanaf 1 januari 2024 geen recht meer heeft op de aanvullende tegemoetkoming voor alleenstaande ouders (de ALO-kop) omdat in de Basisregistratie Personen (BRP) bij haar een echtgenoot staat geregistreerd. Eiseres stelt dat haar echtgenoot in 2011 in het buitenland is overleden en dat de BRP-registratie onjuist is. Zij heeft een vertaalde overlijdensverklaring overgelegd, maar deze is niet gelegaliseerd en wordt door de gemeente niet geaccepteerd voor mutatie van de BRP.
Verweerder stelt dat hij gebonden is aan de gegevens in de BRP en dat zolang de registratie niet is aangepast, eiseres geen recht heeft op de ALO-kop. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het besluit heeft genomen omdat eiseres niet heeft voldaan aan de vereiste om de BRP-registratie te laten muteren met een gelegaliseerde overlijdensakte. De rechtbank wijst het beroep af en laat het bestreden besluit in stand.
De rechtbank benadrukt dat eiseres verplicht is om haar burgerlijke staat tijdig en correct aan te passen in de BRP, ook als de feiten zich in het buitenland hebben voorgedaan. Het ontbreken van een gelegaliseerde overlijdensakte betekent dat het document niet als objectief verifieerbaar kan worden beschouwd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om griffierecht- en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de ALO-kop in te trekken blijft in stand.