In deze uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland, gedateerd 17 december 2025, wordt het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om nadeelcompensatie ongegrond verklaard. Eiseres stelt schade te lijden door de aanleg van een stuw in de nabijheid van haar woning, wat volgens haar heeft geleid tot het afsterven van bomen op haar perceel en een mollenplaag door gewijzigde waterstanden. Het dagelijks bestuur van waterschap Noorderzijlvest betwist echter het causaal verband tussen de schade en de aanleg van de stuw en heeft de aanvraag voor nadeelcompensatie afgewezen zonder inschakeling van een externe schadeadviseur.
De rechtbank oordeelt dat het dagelijks bestuur terecht heeft besloten geen externe adviseur in te schakelen, omdat het verzoek kennelijk ongegrond was. Eiseres heeft niet voldoende bewijs geleverd dat de schade aan de bomen het gevolg is van de stuw. De rechtbank wijst erop dat eiseres de bewijslast heeft om aan te tonen dat de schade door de stuw is veroorzaakt, en dat het dagelijks bestuur zich op het standpunt heeft gesteld dat er geen verband is tussen de schade en de verleende watervergunning voor de stuw. De rechtbank concludeert dat de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie in stand blijft, en dat eiseres geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.