ECLI:NL:RBNNE:2025:5173

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
LEE 24/3063
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om nadeelcompensatie door waterschap Noorderzijlvest na aanleg van een stuw

In deze uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland, gedateerd 17 december 2025, wordt het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om nadeelcompensatie ongegrond verklaard. Eiseres stelt schade te lijden door de aanleg van een stuw in de nabijheid van haar woning, wat volgens haar heeft geleid tot het afsterven van bomen op haar perceel en een mollenplaag door gewijzigde waterstanden. Het dagelijks bestuur van waterschap Noorderzijlvest betwist echter het causaal verband tussen de schade en de aanleg van de stuw en heeft de aanvraag voor nadeelcompensatie afgewezen zonder inschakeling van een externe schadeadviseur.

De rechtbank oordeelt dat het dagelijks bestuur terecht heeft besloten geen externe adviseur in te schakelen, omdat het verzoek kennelijk ongegrond was. Eiseres heeft niet voldoende bewijs geleverd dat de schade aan de bomen het gevolg is van de stuw. De rechtbank wijst erop dat eiseres de bewijslast heeft om aan te tonen dat de schade door de stuw is veroorzaakt, en dat het dagelijks bestuur zich op het standpunt heeft gesteld dat er geen verband is tussen de schade en de verleende watervergunning voor de stuw. De rechtbank concludeert dat de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie in stand blijft, en dat eiseres geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 24/3063

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: [naam 1] ),
en

het dagelijks bestuur van het waterschap Noorderzijlvest

(gemachtigden: R.J. Meijerink en R.A. van Leeuwen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het verzoek van eiseres om nadeelcompensatie. Eiseres meent dat zij schade lijdt door de aanleg van een stuw in de [water] ten zuiden van haar woning aan de [adres] in [plaats] . Volgens haar zijn de bomen op haar perceel daardoor doodgegaan. Ook is er door de gewijzigde waterstand sprake van een mollenplaag. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank deze afwijzing.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. De rechtbank is van oordeel dat het dagelijks bestuur zonder inschakeling van een externe schadeadviseur heeft mogen beslissen dat er geen nadeelcompensatie hoeft te worden vergoed. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 beschrijft de rechtbank hoe het bestreden besluit tot stand is gekomen. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Daarbij gaat de rechtbank in op de vraag of het dagelijks bestuur mocht afwijken van het advies van de bezwaarschriftencommissie en wie moet bewijzen wat de schadeoorzaak is. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.
1.3.
De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor nadeelcompensatie vanwege de (watervergunning voor) de aanleg van de stuw in de [water] . Het dagelijks bestuur heeft deze aanvraag met het besluit van 31 januari 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 25 juni 2024 op het bezwaar van eiseres is het dagelijks bestuur bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft een klacht ingediend bij het dagelijks bestuur en een beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling). Het dagelijks bestuur heeft deze klacht opgevat als een beroepschrift en doorgestuurd aan de rechtbank. [1] De Afdeling heeft de zaak verwezen naar de rechtbank. Eiseres heeft op verzoek van de rechtbank beroepsgronden ingediend en vervolgens een aanvullend stuk gestuurd. Het dagelijks bestuur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 8 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het dagelijks bestuur. De rechtbank heeft de behandeling geschorst en het dagelijks bestuur de mogelijkheid gegeven om binnen 4 weken schriftelijk een nadere onderbouwing te geven. Dit heeft het dagelijks bestuur gedaan. Eiseres heeft hierop gereageerd en een aanvullend stuk gestuurd.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 10 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het dagelijks bestuur. Ook was [naam 2] aanwezig namens het dagelijks bestuur.

Beoordeling door de rechtbank

Hoe is het bestreden besluit tot stand gekomen?
3. In maart 2023 heeft de gemachtigde van eiseres, op zijn eigen naam een aanvraag ingediend voor nadeelcompensatie. Hierop heeft hij geen reactie ontvangen. Op 1 augustus 2023 heeft eiseres een aanvraag ingediend. Naar aanleiding hiervan is via telefoon, e-mail en een gesprek op kantoor van het waterschap overleg geweest tussen de gemachtigde van eiseres en het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur heeft aan eiseres gevraagd om duidelijker uit te leggen waarom zij ervan overtuigd is dat de schade aan de bomen wordt veroorzaakt door de aanleg van de stuw. Eiseres heeft aangegeven dat zij nooit last heeft gehad van water op het perceel, maar dat de bomen zijn doodgegaan nadat de stuw is aangelegd. Zij heeft aangegeven de zaak te willen schikken voor € 4.000,-. De werkelijke schade is hoger, aldus eiseres.
3.1.
Het dagelijks bestuur heeft op 31 januari 2024 beide aanvragen afgewezen. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt.
3.2.
Het dagelijks bestuur heeft de Adviescommissie behandeling bezwaarschriften en klachten (bezwaarschriftencommissie) gevraagd om te adviseren over het bezwaar van eiseres. De bezwaarschriftencommissie heeft het dagelijks bestuur aangeraden om:
  • beter uit te leggen waarom op de twee aanvragen van eiseres en haar gemachtigde maar één besluit is genomen,
  • een externe schadeadviseur (SAOZ) in te schakelen, omdat de schade hoger is dan € 5.000,-.
3.3.
Het dagelijks bestuur heeft het advies van de bezwaarschriftencommissie niet opgevolgd. Het dagelijks bestuur heeft SAOZ niet ingeschakeld, omdat het dagelijks bestuur dat niet nodig vindt. Volgens het dagelijks bestuur is het duidelijk [2] dat de schade niet wordt veroorzaakt door de (watervergunning voor) de aanleg van de stuw. Daarom heeft het waterschap op 25 juni 2024 besloten de afwijzing in stand te laten, maar de uitleg ervan aangepast. Dit is het bestreden besluit.
Moest verweerder het advies van de bezwaarschriftencommissie volgen?
4. Eiseres is het niet eens met het feit dat het dagelijks bestuur het advies van de bezwaarschriftencommissie niet heeft opgevolgd. Volgens eiseres moet het dagelijks bestuur zich aan dit advies houden, anders heeft het instellen van een bezwaarschriftencommissie geen zin.
4.1.
Het is niet zo dat het dagelijks bestuur altijd het advies van de bezwaarschriftencommissie moet volgen. De bezwaarschriftencommissie geeft advies, maar het dagelijks bestuur mag daarvan afwijken. [3] Het dagelijks bestuur moet dan wel uitleggen waarom het dat doet. Ook moet het advies in dat geval worden meegestuurd met het besluit. Het dagelijks bestuur heeft zich aan deze verplichtingen gehouden. In het bestreden besluit van 25 juni 2024 heeft het dagelijks bestuur uitgelegd waarom het is afgeweken van het advies van de bezwaarschriftencommissie. Ook is het advies meegestuurd met het bestreden besluit.
5. Hierna beoordeelt de rechtbank of het dagelijks bestuur voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd waarom in dit geval geen externe schadeadviseur is ingeschakeld.
Mocht het dagelijks bestuur beslissen zonder een externe schadeadviseur in te schakelen?
6. Partijen zijn het erover eens dat bomen van eiseres zijn doodgegaan. Volgens eiseres moet dat wel komen door de aanleg van de stuw, omdat er daarvoor nooit problemen waren. Op de eerste zitting heeft zij daaraan toegevoegd dat meerdere medewerkers van het waterschap het hiermee eens zijn.
6.1.
Het dagelijks bestuur stelt zich op het standpunt dat het inschakelen van een externe adviseur geen verplichting is. Het dagelijks bestuur verwijst daarvoor naar de Nadeelcompensatieverordening waterschap Noorderzijlvest 2019 (Nadeelcompensatieverordening). Daarin staat in dat het dagelijks bestuur geen externe schadeadviseur hoeft in te schakelen als een verzoek kennelijk ongegrond is (artikel 4, tweede lid). Volgens het dagelijks bestuur is daarvan sprake. Het dagelijks bestuur wijst erop dat eiseres moet bewijzen dat de schade door de (watervergunning voor) de aanleg van de stuw komt. [4] Volgens het dagelijks bestuur heeft eiseres daar meerdere kansen voor gehad, maar is dat niet gelukt. Het dagelijks bestuur heeft zelf de situatie onderzocht en ziet geen verband tussen het afsterven van de bomen en de aanleg van de stuw. Daarom ziet het dagelijks bestuur geen reden een externe adviseur in te schakelen. Daartoe is het ook niet verplicht, aldus het dagelijks bestuur.
6.2.
In een aanvullend schrijven van 18 augustus 2025 heeft het dagelijks bestuur nader toegelicht dat de stuw (op een kaart aangeduid als stuw 2) tot gevolg heeft dat het waterpeil ten zuiden van die stuw hoger is (2,30 m boven NAP) dan voorheen (1,49 m boven NAP). Het waterschap hanteert ten noorden van die stuw nog steeds hetzelfde waterpeil als voorheen (1,49 m boven NAP). Dat betreft ook het gedeelte van [water] ter hoogte van het perceel van eiseres. Vanwege de afstand tussen stuw 2 en het perceel van eiseres (meer dan 500 meter) is het volgens het dagelijks bestuur niet mogelijk dat dat het perceel van eiseres droger is geworden door de verandering van het waterpeil ten zuiden van stuw 2. Verder geeft het dagelijks bestuur aan dat de [water] lager ligt dan het perceel van eiseres. Dat betekent dat het grondwater op het perceel van eiseres in periodes van droogte lager zal staan dan normaal. De zomers van 2018, 2019, 2020 en 2022 waren volgens het dagelijks bestuur zeer droog. Volgens het dagelijks bestuur is het daarom aannemelijker dat de bomen van eiseres last hebben gehad van deze droogte.
6.3.
Eiseres heeft op het aanvullend schrijven gereageerd. Zij geeft aan dat de stuw pas is aangelegd na de droge jaren. Volgens haar is het waterpeil wel verlaagd. Zij heeft een foto meegestuurd van de stuw. Zij vordert verder schade aan een raamkozijn dat is beschadigd doordat een boom daarop is gevallen.
6.4.
De rechtbank overweegt dat in de Waterwet [5] staat dat iemand die schade lijdt door de (rechtmatige) uitvoering van taken van het Waterschap, hiervoor een vergoeding kan krijgen. Dit heet nadeelcompensatie. Het algemeen bestuur van het waterschap Noorderzijlvest heeft een verordening opgesteld voor de manier waarop een aanvraag voor nadeelcompensatie gedaan en behandeld moet worden. Dat is de hiervoor genoemde Nadeelcompensatieverordening. In artikel 2, eerste lid, van de Nadeelcompensatieverordening staat dat de verzoeker de aanvraag moet onderbouwen met (onder andere) een omschrijving over het causale verband tussen de oorzaak van de schade en het besluit of het handelen van het waterschap. In de Nadeelcompensatieverordening staat verder dat het dagelijks bestuur kan besluiten tot vereenvoudigde behandeling van een aanvraag (zonder externe adviseur) als een aanvraag ‘kennelijk ongegrond’ is. [6] In artikel 5 van de Nadeelcompensatieverordening staat dat het dagelijks bestuur een externe adviseur kan inschakelen.
6.5.
De rechtbank overweegt dat eiseres moet bewijzen dat de schade aan de bomen wordt veroorzaakt door de stuw. De hoofdregel is namelijk dat de verzoeker die stelt dat hij voor nadeelcompensatie in aanmerking komende schade lijdt als gevolg een rechtmatige gedraging van een bestuursorgaan, bij gemotiveerde betwisting daarvan door het bestuursorgaan, het door hem gestelde causaal verband dient te bewijzen. [7]
6.5.1.
Eiseres heeft niet onderbouwd waarom het zeker is dat de bomen dood zijn gegaan door de aanleg van de stuw. Het waterpeil van het deel van de [water] dat langs het perceel van eiseres loopt, is niet gewijzigd door de aanleg van de stuw. De rechtbank kan de uitleg van het dagelijks bestuur volgen dat dit betekent dat de stuw geen invloed heeft op de grondwaterstand op het perceel van eiseres. De verhoging van het waterpeil ten zuiden van de stuw heeft alleen invloed op de grondwaterstanden in de directe omgeving van de stuw, en dan met name ten zuiden ervan, omdat het water in de [water] van zuid naar noord stroomt. Eisers stelt wel dat het waterpeil in de [water] ter hoogte van haar perceel is veranderd, maar levert daarvoor geen bewijs. Ook heeft zij niet (bijvoorbeeld met een deskundigenrapport) bewezen dat de verhoging van het waterpeil ten zuiden van de stuw invloed heeft op de grondwaterstand van haar perceel 500 meter verderop. De oorzaak van de gestelde mollenplaag is de rechtbank ook niet gebleken. Tot slot heeft eiseres geen stukken overlegd waaruit volgt dat medewerkers van het waterschap haar gelijk geven.
6.6.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het dagelijks bestuur ervoor mocht kiezen om geen externe adviseur in te schakelen, omdat er geen verband is tussen de schade en de verleende watervergunning voor de stuw. Het dagelijks bestuur mocht zich op het standpunt stellen dat sprake is van een kennelijk ongegrond verzoek. De beroepsgrond van eiseres slaagt daarom niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de afwijzing in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Hardenberg, rechter, in aanwezigheid van mr. A.P Voorham, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Invoeringswet Omgevingswet
Artikel 4.21. (nadeelcompensatie Waterwet)
1. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet schade is veroorzaakt door de uitoefening van een taak of bevoegdheid als bedoeld in artikel 7.14, eerste lid, van de Waterwet, blijft het oude recht van toepassing op een verzoek om schadevergoeding dat wordt ingediend binnen vijf jaar nadat de schade zich heeft geopenbaard of de benadeelde redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van de schade, maar in ieder geval binnen twintig jaar na de schadeveroorzakende gebeurtenis.
2. Het oude recht blijft van toepassing op het verzoek om schadevergoeding tot het besluit onherroepelijk wordt en, bij toewijzing van het verzoek, de toegewezen schadevergoeding volledig is betaald.
[…]
Waterwet
Artikel 7.14
1. Aan degene die als gevolg van de rechtmatige uitoefening van een taak of bevoegdheid in het kader van het waterbeheer schade lijdt of zal lijden, wordt op zijn verzoek door het betrokken bestuursorgaan een vergoeding toegekend, voor zover de schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en voor zover de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd.
2. Het verzoek tot vergoeding van de schade bevat een motivering, alsmede een onderbouwing van de hoogte van de gevraagde schadevergoeding. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur dan wel verordening van provincie of waterschap kunnen regels worden gesteld omtrent de inrichting, indiening en motivering van een verzoek tot schadevergoeding.
[…]
Nadeelcompensatieverordening waterschap Noorderzijlvest 2019

Artikel 2. Het verzoek om vergoeding

1. Een verzoek om vergoeding van schade wordt schriftelijk of elektronisch ingediend bij het bestuur. Indien het verzoek elektronisch wordt ingediend, maakt de verzoeker daarbij gebruik van een door het waterschap voorgeschreven formulier.
2. Het verzoek wordt ondertekend en bevat tenminste:
a. de naam en het adres van de verzoeker;
b. de dagtekening;
c. een aanduiding van het besluit of het handelen dat de schade naar het oordeel van de verzoeker heeft veroorzaakt.
d. Om het recht op eventuele vergoeding verder te onderbouwen, dient de verzoeker in zijn verzoek in ieder geval aandacht te besteden aan de volgende aspecten:
- causaal verband tussen het onder punt c bedoelde schadeoorzaak en de geleden schade, zoals bedoeld onder punt f;
- of er sprake is van een speciale last die niet voor de rekening van de verzoeker behoort te komen;
- of er sprake is van een abnormale last.
e. de datum of het tijdstip dat de schade zich aan de verzoeker voor het eerst heeft geopenbaard en een onderbouwing daarvan;
f. een opgave van de aard en omvang van de schade, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is;
g. een omschrijving van de wijze waarop de schade naar het oordeel van de verzoeker dient te worden vergoed;
h. een specificatie van het schadebedrag voor zover de verzoeker een vergoeding in geld wenst.

Artikel 4. Vereenvoudigde afhandeling van het verzoek

[…]
2.Het bestuur kan het verzoek zonder nader onderzoek of advies van de adviseur afdoen indien:
a. het naar zijn oordeel kennelijk ongegrond is;
[…]

Artikel 5. Advies door een externe adviseur.

1. Indien geen toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 3 en 4 van deze verordening kan het bestuur een adviseur aanstellen.
[…]

Voetnoten

1.Dit is verplicht op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht.
2.Het dagelijks bestuur omschrijft dit als een ‘kennelijk ongegrond verzoek’.
3.Dit staat in artikel 7:13 van de Awb.
4.Het dagelijks bestuur noemt dat ‘de causaliteit’.
5.Artikel 7.14 van de Waterwet. Deze is op deze zaak van toepassing omdat het gaat om een aanvraag die is gedaan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit volgt uit artikel 4.21 van de Invoeringswet Omgevingswet.
6.Artikel 4, tweede lid van de Verordening.
7.Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3510.