Eiseres verzocht nadeelcompensatie wegens schade aan haar bomen en een mollenplaag, die zij toeschrijft aan de aanleg van een stuw nabij haar perceel. Het dagelijks bestuur van het waterschap wees dit verzoek af, stellende dat geen causaal verband bestaat tussen de schade en de watervergunning voor de stuw.
De rechtbank oordeelt dat het dagelijks bestuur terecht zonder externe schadeadviseur heeft besloten dat het verzoek kennelijk ongegrond is. Eiseres slaagt er niet in het causaal verband te bewijzen, ondanks meerdere kansen en aanvullingen. De rechtbank volgt de uitleg dat het waterpeil ter hoogte van het perceel niet is gewijzigd door de stuw en dat de droogte in voorgaande jaren een aannemelijkere oorzaak is.
Het advies van de bezwaarschriftencommissie om een externe adviseur in te schakelen is niet bindend, en het dagelijks bestuur heeft gemotiveerd afgeweken. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van nadeelcompensatie in stand blijft en eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt.