ECLI:NL:RBNNE:2025:5175

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
C/18/250749 KG RK 25-370
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:20 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens eerdere betrokkenheid

In deze bestuursrechtelijke procedure bij de Rechtbank Noord-Nederland heeft mr. C.H. de Groot een verzoek tot verschoning ingediend. Hij is een van de behandelend rechters in de meervoudige kamer die de hoofdzaak zal behandelen, maar was reeds als voorzieningenrechter betrokken bij een eerder stadium van dezelfde zaak.

De rechtbank beoordeelt het verzoek op basis van artikel 8:20 Awb Pro en stelt vast dat verschoning kan worden toegewezen zonder mondelinge behandeling. De kern van het verzoek is dat de rechter zich niet vrij voelt om onpartijdig te oordelen vanwege zijn eerdere betrokkenheid.

De verschoningskamer overweegt dat het waarborgen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid essentieel is en dat ook de schijn van partijdigheid zwaarwegend kan zijn. Gezien de omstandigheden acht de kamer het verzoek gegrond en wijst het toe. De behandeling van de hoofdzaak zal worden voortgezet door een andere rechter, waarbij het proces wordt voortgezet in de stand van het moment van het verzoek.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025 en er staat geen rechtsmiddel tegen open.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van mr. C.H. de Groot wordt toegewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Verschoningskamer
Locatie Leeuwarden
zaaknummer: C/18/250749 KG RK 25-370
beslissing van de meervoudige kamer van 12 december 2025 op het verzoek tot verschoning van
mr. C.H. de Groot
rechter in deze rechtbank,
in de zaak van:
[eiser]
eiser,
tegen
Stichting Beoordeling Ethiek Biomedisch Onderzoekverweerder,
gemachtigde: mr. E.C. Pietermaat.

1.Het procesverloop

1.1.
Bij de rechtbank Noord-Nederland, cluster bestuursrecht, locatie Groningen is een zaak aanhangig bekend onder zaaknummer [zaaknummer] . In die zaak ligt ter beoordeling een beslissing van de verweerder op het verzoek van de eiser strekkende tot openbaarmaking van documenten die betrekking hebben op afgeronde en lopende studies naar een geneesmiddel voor het behandelen van Alzheimer.
1.2.
Op 9 december 2025 heeft mr. C.H. de Groot (hierna: de rechter) een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.

2.Het verschoningsverzoek en de beoordeling daarvan

2.1.
Aan zijn verschoningsverzoek heeft de rechter ten grondslag gelegd dat hij een van de behandelend rechters is op de zitting van de meervoudige kamer op 29 januari 2026 waarop de zaak met zaaknummer [zaaknummer] dient en dat hij als voorzieningenrechter in een eerder stadium al betrokken is geweest bij voornoemde zaak. Gelet op die eerdere betrokkenheid als voorzieningenrechter voelt de rechter zich niet vrij om de zaak te behandelen.
2.2.
Uit artikel 8:20 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb) valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter zitting behoeft plaats te vinden. De verschoningskamer zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
2.3.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
2.4.
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. In zulks geval dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
2.5.
Uit het verschoningsverzoek blijkt dat in dit geval sprake is van zodanige
omstandigheden dat de rechter zich niet meer voldoende vrij voelt om in deze zaak een
beslissing te nemen. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor
verschoning gelegen. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen. Dit
betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden
overgenomen.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
wijst het verzoek tot verschoning van mr. C.H. de Groot toe;
3.2.
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot verschoning;
3.3.
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
- mr. C.H. de Groot;
- de teamvoorzitter van het cluster waarin mr. C.H. de Groot werkzaam is;
- de partijen in de hoofdzaak.
Aldus gegeven door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. I. Zetstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Toussaint als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025.
griffier voorzitter
(De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen)
Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.