Aan verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken.
De
rechtbanktrekt zich terug ter beraadslaging. Na de beraadslaging zet de rechtbank het onderzoek voort. De
voorzitterdeelt vervolgens de beslissingen op de onderzoekswensen mede en geeft daarbij aan dat de beslissingen op de onderzoekswensen gelden in de zaken van zowel verdachte als de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .
1.
Horen van medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] als getuige
De rechtbank is evenals de officier van justitie van oordeel dat een (nadere) bevraging van medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] van belang zou kunnen zijn voor de beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en/of 350 Sv. De rechtbank zal het horen van deze getuigen daarom toewijzen.
2)
Horen van undercoveragenten en begeleiders als getuige
De rechtbank is van oordeel dat een (nadere) bevraging van de undercoveragenten, te weten [nummer] , [nummer] en [nummer] , en de begeleiders van de undercoveragenten, te weten [nummer] en [nummer] , van belang zou kunnen zijn voor de beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en/of 350 Sv. Nu het Openbaar Ministerie zich heeft verzet tegen het horen van de begeleiders overweegt de rechtbank daartoe het volgende. Door mr. Meijering, advocaat van medeverdachte [medeverdachte 2] , is geciteerd uit de uitgewerkte OVC gesprekken van de undercoveracties. Of sprake is geweest van bedreiging of wederrechtelijke vrijheidsberoving is een conclusie die op dit moment niet getrokken kan worden. Gelet daarop is het echter wel van belang dat het duidelijk wordt welke instructies de undercoveragenten hebben gehad van de begeleiders, mede voor de toetsing van de rechtmatigheid van
het undercovertraject. De rechtbank zal het horen van deze getuigen daarom toewijzen, met inachtneming van artikel 190 Sv zodat deze getuigen niet herkenbaar in beeld zullen komen.
3)
Verstrekken geluidsopnames undercovertraject
De rechtbank is van oordeel dat er voor de verdediging een belang bestaat om kennis te kunnen nemen van de opgenomen gesprekken die zijn gevoerd door de undercoveragenten met medeverdachte [medeverdachte 2] . De rechtbank ziet ook het belang zoals door de officier van justitie is aangevoerd - namelijk de veiligheid en afscherming van de undercoveragenten - en is daarom van oordeel dat het op dit moment te ver gaat om alle opnames te verstrekken. De verdediging zal eerst in de gelegenheid worden gesteld om op het politiebureau kennis te nemen van de geluidsopnames. Als er vervolgens door de verdediging een beroep wordt gedaan op eventuele ontoelaatbaarheden die in de opnames naar voren komen, moeten deze opnames aan het dossier worden toegevoegd omdat de rechtbank hier dan ook kennis van zal moeten nemen. Het is van belang dat de verdediging in de gelegenheid wordt gesteld om vóór 8 januari 2026 kennis te kunnen nemen van de geluidsopnames zodat op de volgende pro forma
zitting gesproken kan worden over het eventueel toevoegen van de geluidsopnames aan het dossier. De rechtbank bepaalt dat ook medeverdachte [medeverdachte 2] in de gelegenheid moet worden gesteld om kennis te kunnen nemen van die geluidsopnames. Op welke manier dit dient te gebeuren laat de rechtbank in het midden. Dit zou kunnen door het verstrekken van een USB-stick maar ook door bijvoorbeeld medeverdachte [medeverdachte 2] te lichten en hem op het politiebureau kennis laten nemen van de opnames.
4)
Horen van zaaksofficier als getuige
De rechtbank is anders dan de verdediging van oordeel dat er geen bijzondere omstandigheden aan de orde zijn die met zich meebrengen dat de zaaksofficier van justitie als getuige dient te worden gehoord. De rechtbank ziet wel het belang van de verdediging om meer toelichting te krijgen over de totstandkoming van de beslissing om over te gaan tot urgente veiligheidsverhoren en het uit laten gaan van de opsporingsberichten, maar is van oordeel dat een minder ingrijpend alternatief, namelijk het laten opstellen van een uitgebreid proces-verbaal door de zaaksofficier, volstaat. De rechtbank verzoekt aan de zaaksofficier om in dit proces-verbaal in te gaan op de beslissing tot het inzetten van de opsporingsberichtgeving en de gronden waarop deze beslissing is genomen. Tevens zou in dit proces-verbaal aan de orde moeten komen waarom ervoor gekozen is om meerdere urgente veiligheidsverhoren plaats te laten vinden alsmede de gronden waarop die beslissing is genomen. Tevens is van belang dat daarbij wordt aangegeven wie bij de totstandkoming van die beslissing betrokken is geweest en in hoeverre deze beslissingen zijn genomen op het niveau van het parket Noord-Nederland en/of het Parket-Generaal hierbij betrokken is geweest. Daarnaast wil de rechtbank in dit proces-verbaal geïnformeerd worden in hoeverre de voormalig Minister van Justitie D.M. van Weel betrokken is geweest of inmenging heeft gehad.
5)
Horen van teamleider politie en minister van justitie als getuige
De rechtbank is van oordeel dat het horen van de teamleider van de politie, [naam 2] , en het horen van de voormalig Minister van Justitie, D.M. van Weel, niet van belang zijn voor de beantwoording van de vragen vermeld in de artikelen 348 en/of 350 Sv. De rechtbank zal daarom de verzoeken afwijzen.
6)
Verstrekken camerabeelden Drents Museum
De rechtbank is evenals de officier van justitie van oordeel de camerabeelden van het Drents Museum kunnen worden verstrekt aan de verdediging. De rechtbank zal het verzoek tot verstrekking van de camerabeelden daarom toewijzen en bepalen dat deze beelden ook aan het dossier worden toegevoegd.
7)
Horen van officier van justitie van het Team Bijzondere Getuige als getuige
De rechtbank is van oordeel dat door de verdediging onvoldoende is onderbouwd waarom het horen als getuige van de officier van justitie van het Team Bijzondere Getuige relevant is voor de beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en/of 350 Sv. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen.
8)
Proces-verbaal over uitbreiding heimelijk traject
De rechtbank overweegt dat de officier van justitie ter zitting heeft toegelicht dat in de eerste plaats het heimelijke traject enkel gericht is geweest op medeverdachte [medeverdachte 2] . Het heimelijk traject is vervolgens uitgebreid in die zin dat gepoogd is om medeverdachte [medeverdachte 2] in contact te brengen met verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 4] . Nu de raadsman ter zitting zijn verzoek heeft ingetrokken hoeft de rechtbank hieromtrent geen beslissing te nemen.
9)
Proces-verbaal betrokkenheid AIVD/MIVD/andersoortige opsporingsinstantie
De rechtbank is van oordeel dat het opmaken van een proces-verbaal over de mogelijke betrokkenheid bij onderhavig onderzoek van de AIVD, MIVD, dan wel andersoortige (buitenlandse) opsporingsinstanties niet van belang is voor de beantwoording van de vragen vermeld in de artikelen 348 en/of 350 Sv. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen.
10)
Toevoegen JIT-overeenkomst aan het dossier
De rechtbank is eveneens van oordeel dat het toevoegen van de JIT-overeenkomst aan het dossier niet van belang is voor de beantwoording van de vragen vermeld in de artikelen 348 en/of 350 Sv. De overeenkomst ziet in zijn algemeenheid op de samenwerking tussen Nederland en Roemenië en niet op de inzet van specifieke opsporingsbevoegdheden. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen.
11)
Toevoegen LIRC proces-verbaal aan het dossier
De rechtbank is van oordeel dat het toevoegen van het LIRC proces-verbaal aan het dossier niet van belang is voor de beantwoording van de vragen vermeld in de artikelen 348 en/of 350 Sv. Ook is het de rechtbank onduidelijk waarom het toevoegen van dit proces-verbaal voor verdachte en de medeverdachten relevant zou zijn.
Verwijzen rechter-commissaris
De toegewezen verzoeken zullen gesloten worden verwezen naar de rechter-commissaris omdat de rechtbank zelf zicht wil houden op het verloop van het onderzoek en de uitvoering van de onderzoekswensen. Voor wat betreft het horen van medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] geldt dat deze getuigen ook nog de status van verdachte hebben. Het staat de rechter-commissaris daarom vrij om op voorhand na te gaan of de getuigen van plan zijn om zich te beroepen op hun verschoningsrecht. Als dat het geval is, kan de rechter-commissaris afzien van het plannen van het verhoor, met eventueel de aantekening in het proces-verbaal dat de verdediging geen afstand van deze getuige doet.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank is van oordeel dat ernstige bezwaren en de gronden - die door de verdediging niet zijn bestreden - onverkort van toepassing zijn. De rechtbank zal daarom de voorlopige hechtenis continueren.
Aanhouden van de zaak
De
rechtbankschorst vervolgens het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd, doch maximaal 3 maanden, waarbij de insteek is dat de onderhavige zaak op 8 januari 2026 om 10:30 uur opnieuw pro forma zal worden behandeld. De reden om langer dan een maand aan te houden bestaat hierin dat niet te verwachten is dat het zittingsrooster van de rechtbank een eerdere behandeling toelaat.
De
rechtbankstelt vervolgens de stukken in handen van de rechter-commissaris in deze rechtbank om de navolgende personen als getuige te horen:
[medeverdachte 2] ,geboren [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] , wonende aan [adres] , thans gedetineerd te [instelling] ;
[medeverdachte 3], geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] , wonende aan [adres] ;
Politoneel-inwinner [nummer] ; Politioneel-inwinner [nummer] ; Politioneel-inwinner [nummer] ; Begeleider [nummer] ; Begeleider [nummer] .
De
voorzitterbeveelt de oproeping van verdachte tegen een nader te bepalen terechtzitting en tijdstip met kennisgeving daarvan aan de raadslieden van verdachte.
Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.