Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
rechtbankhervat het onderzoek van de zaak in de stand waarin het zich op het tijdstip van de schorsing ter terechtzitting van 30 juli 2025 bevond.
voorzittervermaant verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen, deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden verplicht is en dat vandaag een regiezitting aan de orde is waarop de ingediende onderzoekswensen zullen worden besproken.
voorzitterdeelt het volgende mede:
officier van justitie,
mr. Von Bartheld, merkt desgevraagd op dat er hoogstwaarschijnlijk wel een vordering van de benadeelde partij zal volgen, maar die is op dit moment nog niet gereed.
officier van justitie,
mr. Von Bartheld, vordert vervolgens dat de door hem op schrift gestelde nadere omschrijving als bedoeld in artikel 314a Sv van de tenlastelegging zal worden toegelaten.
rechtbankwijst deze vordering toe, na de verdediging hierover te hebben gehoord, en past de tenlastelegging aan zoals in de vordering is omschreven. Deze vordering is aan het proces-verbaal gehecht en de inhoud daarvan dient als hier ingevoegd te worden beschouwd.
officier van justitie,
mr. Von Bartheld, draagt de zaak voor en deelt het volgende mede:
raadsman,
mr. Jonge Vos, deelt mede dat de verdediging geen verzoeken heeft ten aanzien van de voorlopige hechtenis.
voorzittermerkt op dat er namens de verdachten onderzoekswensen zijn ingediend en dat het Openbaar Ministerie daarop schriftelijk heeft gereageerd. Het verzoek is om de discussie te beperken tot de onderzoekswensen waar het Openbaar Ministerie zich tegen heeft verzet.
raadsman,
mr. Jonge Vos, voert het woord tot verdediging overeenkomstig de inhoud van een door hem overgelegde pleitnota, welke aan dit proces-verbaal is gehecht en waarvan de inhoud als hier ingevoegd moet worden beschouwd. In aanvulling voert hij het volgende aan:
officier van justitie, mr. Von Bartheld,geeft aan dat het Openbaar Ministerie ongeveer drie kwartier nodig heeft om te kunnen reageren op hetgeen namens de verdachten is aangedragen.
voorzittergeeft de rechters, de officieren van justitie en de verdediging de gelegenheid tot het stellen van vragen.
officier van justitie, mr. Von Bartheld,voert het woord aan de hand van een door hem op schrift gesteld requisitoir die aan dit proces-verbaal is gehecht. De inhoud van het requisitoir dient hier als ingevoegd te worden beschouwd.
De raadsvrouw, mr. Plas, reageert op het Openbaar Ministerie als volgt:
Verdachte verklaart:
De officier van justitie, mr. Von Bartheld, deelt het volgende mede:
Aan verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken.
rechtbanktrekt zich terug ter beraadslaging. Na de beraadslaging zet de rechtbank het onderzoek voort. De
voorzitterdeelt vervolgens de beslissingen op de onderzoekswensen mede en geeft daarbij aan dat de beslissingen op de onderzoekswensen gelden in de zaken van zowel verdachte als de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] .
rechtbankschorst vervolgens het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd, doch maximaal 3 maanden, waarbij de insteek is dat de onderhavige zaak op 8 januari 2026 om 10:30 uur opnieuw pro forma zal worden behandeld. De reden om langer dan een maand aan te houden bestaat hierin dat niet te verwachten is dat het zittingsrooster van de rechtbank een eerdere behandeling toelaat.
rechtbankstelt vervolgens de stukken in handen van de rechter-commissaris in deze rechtbank om de navolgende personen als getuige te horen:
[medeverdachte 1] ,geboren [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] , wonende aan [adres] , thans gedetineerd te [instelling ] ;
[medeverdachte 3], geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] , wonende aan [adres] ;
voorzitterbeveelt de oproeping van verdachte tegen een nader te bepalen terechtzitting en tijdstip met kennisgeving daarvan aan de raadslieden van verdachte.