Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2025:5193

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
22 oktober 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
11685185 BU VERZ 25-968
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard beroep tegen boete voor stilstaan op trottoir in voetgangersgebied

Betrokkene kreeg een boete van €119 opgelegd wegens stilstaan op het trottoir op 11 december 2023 in Beilen. Hij stelde dat de plek een parkeerzone was en overhandigde foto's als bewijs. De officier van justitie handhaafde de boete. De kantonrechter behandelde het beroep op 22 oktober 2025.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant en de foto’s voldoende bewijs vormden. Betrokkene stond niet in een parkeervak, die herkenbaar zijn aan donkergekleurde bestrating, maar op het trottoir in het voetgangersgebied. Het feit dat anderen daar ook parkeren, legitimeert de overtreding niet.

Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor stilstaan op het trottoir wordt ongegrond verklaard en de boete van €119 gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 266634611
zaaknummer: 11685185 BU VERZ 25-968

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van

22 oktober 2025

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 11 december 2023, om 11:28 uur, op de Brink ter hoogte van nummer [huisnummer] in Beilen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 22 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: de gemachtigde en als vertegenwoordiger van de officier van justitie
mr. R. van der Velde.
1.3
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat de pleeglocatie een p-zone is. Dit is te zien bij de ingang van de markt. Hij heeft aan de andere kant geparkeerd naast de Hubo bus. Hij heeft hiervan een foto overgelegd. De pleeglocatie is een ruim stuk waar altijd auto’s worden geparkeerd en er staat een bord voor laden en lossen. Uit de door hem overgelegde foto’s blijkt dat de boete onterecht is.
4. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond verklaard moet worden. Op de zitting heeft zij een foto overgelegd van de verkeersovertreding. Betrokkene stond geparkeerd op het trottoir en niet in een parkeervak. De parkeervakken worden aangeduid door donkergekleurde bestrating. Op de foto is te zien dat betrokkene niet in een dergelijk vak staat geparkeerd. Daarnaast is betrokkene langs een bord gereden dat aangeeft dat het voetgangersgebied begint. Dat veel andere mensen daar ook parkeren betekent niet dat de boete onterecht is opgelegd.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld. De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Op de foto’s en op Google Maps is te zien dat betrokkene eerst een parkeerbord is gepasseerd waarbij zich vervolgens aan de linker- en rechterkant parkeervakken bevinden. Deze parkeervakken worden aangeduid met donkergekleurde bestrating. Daarna is betrokkene een bord van een voetgangersgebied gepasseerd. Na dit bord heeft betrokkene geparkeerd. Op de foto van de verkeersovertreding is te zien dat het gedeelte waar betrokkene stond niet is voorzien van donkergekleurde bestrating, terwijl de parkeervakken op de parkeerplaats dat wel hebben.
7. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen. Het feit dat veel mensen op de pleeglocatie parkeren betekent niet dat het mag. De verbalisant heeft een discretionaire bevoegdheid om een boete of een waarschuwing op te leggen als hij een overtreding ziet. De boete is daarom terecht opgelegd.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. M. Hidding, griffier mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.