Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
1.[eiser sub 1] B.V.,
[eiser sub 2] B.V. in liquidatie,
3.
[eiser sub 3],
4.
[eiser sub 4],
5.
[eiser sub 5],
1.AMASUS SHIPPING B.V.,
2.
AMASUS FLEET B.V.,
1.De procedure
- de producties van [eisende partijen] ;
- de conclusie van antwoord;
- de producties van Amasus c.s.;
- de mondelinge behandeling van 18 juni 2024, waar namens [eisende partijen] zijn verschenen [naam 1] en [eiser sub 5] , vergezeld van mr. Ten Katen; namens Amasus c.s. zijn verschenen [bestuurder Amasus c.s. 1 ] en [naam 2] , vergezeld van mr. Versendaal;
- de pleitnota van [eisende partijen] ;
- de pleitnota van Amasus c.s.;
- nadere producties van [eisende partijen] ;
- de pleitnota van mr. Versendaal;
2.De feiten
3.Het geschil
- de dwangsom waartoe Amasus Shipping bij vonnis van 12 januari 2024 is veroordeeld te verhogen tot € 10.000,00 per dag en wel binnen 14 dagen na betekening van het vonnis;
- Amasus Fleet en Amasus Shipping te veroordelen rekening en verantwoording af te leggen in de zin van artikel 7:403 BW Pro aan de hand van objectieve en verifieerbare gegevens, dat zijn bankbetalingen aangetoond met bankafschriften gekoppeld aan de bevrachtingsovereenkomsten die [eiser sub 1] met [eiser sub 2] en/of [eiser sub 1] uitgevoerd heeft voor haar klant en waarvoor Amasus Fleet commissie, cp- en ttp-kosten in rekening bracht en wel binnen 14 dagen na betekening van het vonnis;
- Amasus Shipping te veroordelen tot afgifte van de boekhouding van [eiser sub 3] en/of [eiser sub 2] met alles wat daartoe behoort in geschrift en digitaal, en wel binnen 14 dagen na betekening van het vonnis;
- Amasus Shipping te veroordelen tot afgifte van alle namens [eiser sub 3] en/of [eiser sub 2] gesloten bevrachtingsovereenkomsten die zich onder Shipping bevinden, en wel binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
4.De beoordeling
In liquidatie.
Eveneens naar vaste jurisprudentie ligt het alleszins voor de hand dat eisers een spoedeisend belang bij hun vordering hebben, indien een voorziening wordt gevraagd die ertoe strekt een einde te maken aan een stelselmatige inbreuk op eisers toekomende subjectieve rechten als gevolg waarvan eisers doorlopende schade ondervinden.
Daarmee is het spoedeisende belang van [eisende partijen] bij de ingestelde vorderingen gegeven.
Bij de toekenning of afwikkeling van reizen kan rekening gehouden worden met een compensatie vanuit de Amasus-vloot” [2] , maar pas in het Integisrapport dat voorafgaande aan de tweede mondelinge behandeling van 17 november 2025 is ingediend door Amasus c.s. heeft zij uiteengezet hoe deze compensatie zou hebben plaatsgevonden. Namelijk door afroming van ontvangen vrachtpenningen, waarbij het overigens niet duidelijk is geworden dat de aldus geïncasseerde bedragen daadwerkelijk aan andere scheepseigenaren ten goede zijn gekomen. De proceshouding van Amasus c.s. kenmerkt zich door een moeizame verhouding tot de waarheid.
Een factuur voor een ander schip ter hoogte van het verschil wordt niet altijd
tweedereden is voor het cancelen van facturen door Amasus Fleet, te weten omdat op basis van specifieke marktomstandigheden verrekening c.q. allocatie plaatsvindt. Dat rapport is eerst na de mondelinge behandeling van 18 juni 2024 beschikbaar gekomen.
[director controlling ] laat daarbij echter volledig in het midden aan welke partij deze extra omzet ten goede is gekomen indien deze omzet niet gefactureerd werd aan de scheepseigenaar die de ‘slechte reis’ heeft gevaren.
Eisers lijken te stellen dat de allocatie van gelden door gedaagden geen onderdeel is van het grotere geheel aan afspraken tussen partijen. Gedaagden betwisten dat. De werkwijze zoals die heeft plaatsgevonden, is de werkwijze van gedaagden waaraan eisers zich hebben gebonden en verbonden door zich aan te sluiten bij de Amasusvloot, met alle voordelen die daarbij horen” [9] .
Desgevraagd geven [bestuurder Amasus c.s. 1 ] en [bestuurder Amasus c.s. 2] aan dat (kapitein)-eigenaren niet op de hoogte zijn van de markt en de allocatie; (…)”.
De overeenkomsten van opdracht zijn in september 2021 tot een einde gekomen. [eiser sub 1] heeft haar vordering gebaseerd op het eigendomsrecht op haar administratie. Dat zij eigenaresse van de (gehele) administratie is, is door Shipping niet gemotiveerd betwist. Bovendien geldt in de rechtsverhouding tussen [eiser sub 1] en Shipping nog het volgende. Op grond van het bepaalde in artikel 7:403 lid 2 BW Pro dient een opdrachtnemer aan de opdrachtgever rekening en verantwoording af te leggen over de wijze waarop hij de opdracht heeft uitgevoerd. Aangenomen kan worden dat dit tevens de verplichting omvat voor de opdrachtnemer om bij het einde van de opdracht alles wat hij uit hoofde van de overeenkomst voor de opdrachtgever onder zich heeft aan de opdrachtgever af te dragen of af te geven ( [opdracht]
).Deze afgifteplicht ziet niet alleen op materiaal dat de opdrachtnemer van de opdrachtgever heeft aangenomen ten behoeve van de opdracht, maar ook op (een kopie van het) materiaal dat de opdrachtnemer zelf heeft samengesteld om de opdracht te kunnen uitvoeren, zoals een (elektronisch) dossier. Dat klemt te meer daar ter zake van het materiaal dat de opdrachtgever ten behoeve van de opdracht aan de opdrachtnemer heeft verstrekt geldt dat dit tot de eigendom van de opdrachtgever behoort.
5.De beslissing
€ 10.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximum van € 200.000,00 is bereikt;
veroordeelt Amasus Shipping en Amasus Fleet om aan [eisende partijen] een dwangsom te betalen van € 10.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximum van € 200.000,00 is bereikt;