ECLI:NL:RBNNE:2025:5249

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
C/18/234459 / KG ZA 24-73
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:403 BWArt. 6:203 lid 3 BWArt. 2:19 lid 5 BWArt. 22a lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting tot afgifte boekhouding en rekening en verantwoording in maritieme dienstverlening

In deze zaak vorderen meerdere eisers, waaronder scheepseigenaren en een vennootschap in liquidatie, dat Amasus Shipping en Amasus Fleet worden veroordeeld tot het afgeven van boekhoudkundige gegevens en het afleggen van rekening en verantwoording over de uitgevoerde zeereizen. De samenwerking tussen partijen is beëindigd, maar eisers stellen dat Amasus c.s. een omslachtig en ondoorzichtig factureringssysteem hanteert waardoor zij financieel benadeeld zijn.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de vennootschap in liquidatie nog steeds rechtsbevoegd is en dat eisers een spoedeisend belang hebben bij hun vorderingen. Uit onderzoek van onafhankelijke accountants blijkt dat er verschillen zijn tussen de door Amasus c.s. ontvangen bedragen en de bedragen die aan scheepseigenaren zijn doorbetaald, waarbij sprake is van een allocatiesysteem zonder transparante vastlegging.

Amasus c.s. heeft onvoldoende onderbouwd dat zij niet tot afgifte en verantwoording verplicht is en heeft zich terughoudend opgesteld in het verstrekken van gegevens. De rechtbank veroordeelt Amasus c.s. tot het afgeven van de gevraagde administratie en het afleggen van rekening en verantwoording, verhoogt de dwangsom en wijst het meer of anders gevorderde af.

Uitkomst: Amasus Shipping en Amasus Fleet worden veroordeeld tot afgifte van boekhouding, rekening en verantwoording en verhoging van de dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: C/18/234459 / KG ZA 24-73
Vonnis in kort geding van 12 december 2025
in de zaak van

1.[eiser sub 1] B.V.,

te [vestigingsplaats ] ,
2.
[eiser sub 2] B.V. in liquidatie,
te [vestigingsplaats ] ,
3.
[eiser sub 3],
te [woonplaats] ,
4.
[eiser sub 4],
te [woonplaats] ,
5.
[eiser sub 5],
te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisende partijen] ,
advocaat: mr. H.W. ten Katen,
tegen

1.AMASUS SHIPPING B.V.,

te Delfzijl,
2.
AMASUS FLEET B.V.,
te Delfzijl,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: Amasus c.s.,
advocaten: mr. M.W.G. Versendaal en mr. M. Verhagen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de producties van [eisende partijen] ;
- de conclusie van antwoord;
- de producties van Amasus c.s.;
- de mondelinge behandeling van 18 juni 2024, waar namens [eisende partijen] zijn verschenen [naam 1] en [eiser sub 5] , vergezeld van mr. Ten Katen; namens Amasus c.s. zijn verschenen [bestuurder Amasus c.s. 1 ] en [naam 2] , vergezeld van mr. Versendaal;
- de pleitnota van [eisende partijen] ;
- de pleitnota van Amasus c.s.;
- het proces-verbaal houdende een regeling tussen partijen in die zin dat een door hen gezamenlijk te benoemen accountant opdracht wordt gegeven een onderzoek in te stellen waarin de overeengekomen vraagstelling zal worden beantwoord; daarbij is tevens verzocht om aanhouding van de procedure;
- nadere producties van [eisende partijen] ;
- nadere producties van Amasus c.s.;
- akte houdende overlegging producties van [eisende partijen] , tevens houdende wijziging van eis;
- de voortzetting van de mondelinge behandeling op 17 november 2025, waar namens [eisende partijen] zijn verschenen [naam 1] , [naam 3] , [eiser sub 4] en [eiser sub 5] , vergezeld van mr. Ten Katen; namens Amasus c.s. zijn verschenen [bestuurder Amasus c.s. 1 ] en [naam 2] , vergezeld van mr. Versendaal alsmede van mr. Verhagen;
- de pleitnota van [eisende partijen] ;
- de pleitnota van mr. Versendaal;
- de pleitnota van mr. Verhagen.
1.2.
Het vonnis is bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
[eiser sub 1] exploiteert een zeeschip met de naam [eiser sub 1] .
[eiser sub 2] , dochter van [eiser sub 1] , exploiteerde het schip [eiser sub 2] . [eiser sub 2] heeft haar schip in 2015 aan een entiteit die deel uitmaakt van het Amasus-concern verkocht. [eiser sub 2] is op 1 januari 2016 ontbonden en sedertdien in liquidatie.
[eiser sub 3] exploiteert een zeeschip met de naam [eiser sub 3] .
2.2.
Het Amasus concern, waartoe Amasus Shipping en de besloten vennootschap Amasus Fleet B.V. behoren, is een maritieme dienstverlener, die deels als eigenaar en deels als operator schepen managet op de terreinen shortsea, bulk, stukgoed, offshore en de wereldwijde zware ladingmarkt. Scheepseigenaren kunnen naast bevrachting ook andere (administratieve) diensten afnemen. Shipping voert hoofdzakelijk administratieve taken uit voor scheepseigenaren. Amasus Fleet zorgt met name voor het commerciële scheepsmanagement, in welk verband in overleg met scheepseigenaren de bevrachting voor schepen wordt geregeld en georganiseerd.
2.3.
Tussen [eiser sub 1] en Shipping heeft een samenwerking bestaan op grond waarvan Shipping in ieder geval een deel van de boekhouding voor [eiser sub 1] heeft verzorgd. De samenwerking is gebaseerd op mondelinge afspraken. Ter zake van ‘accounting services’ heeft Shipping maandelijkse facturen aan [eiser sub 1] doen toekomen. De samenwerking is in september 2021 beëindigd.
2.4.
Ook tussen [eiser sub 1] en Amasus Fleet heeft een samenwerking bestaan. De samenwerking is gebaseerd op mondelinge afspraken. Ook die samenwerking is in september 2021 beëindigd.
2.5.
Bij e-mail van 22 mei 2023 heeft [eiser sub 1] in verband met het completeren van de administratie aan Shipping verzocht om de namens [eiser sub 1] verzonden ‘freight invoices’ vanaf 2016 en de ‘fixture recaps’ betreffende [eiser sub 1] vanaf 2016.
Evenals in een e-mail van 6 oktober 2023 heeft Shipping bij e-mail van 30 oktober 2023 aangegeven dat de ‘fixture recaps’ tot Amasus Fleet behoren en niet zullen worden afgegeven; bij die laatste e-mail heeft Shipping verder aangegeven wel bereid te zijn de vrachtfacturen te overleggen, waarop de commercieel gevoelige informatie onleesbaar zal worden gemaakt.
2.6.
Bij e-mail van 2 november 2023 heeft [eiser sub 1] aan Shipping onder verwijzing naar de eisen van de belastingdienst omtrent boekhoudingen doen weten op korte termijn de integrale ongecensureerde administratie/boekhouding te willen ontvangen.
2.7.
Bij vonnis van 12 januari 2024 is Amasus Shipping op een vordering van [eiser sub 1] veroordeeld tot afgifte van de boekhouding van [eiser sub 1] met alles wat daar toe behoort in geschrift en digitaal, onder verbeurte van een dwangsom. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld door partijen.
2.8.
Omdat [eiser sub 1] stelde dat zij niet de gehele boekhouding had ontvangen, heeft zij opnieuw een kort geding aanhangig gemaakt waarbij is gevorderd de aan Amasus Shipping opgelegde dwangsom te verhogen.
Daarbij hebben [eiser sub 2] B.V. in liquidatie en de [eiser sub 3] alsmede haar vennoten [eiser sub 4] en [eiser sub 5] soortgelijke vorderingen jegens Amasus c.s. ingesteld. Bovendien heeft [eisende partijen] enige aanvullende vorderingen jegens Amasus c.s. ingesteld.
2.9.
Zoals hiervoor onder ‘De procedure’ is vermeld hebben partijen ter zitting van 18 juni 2024 een regeling getroffen die zin dat een door hen gezamenlijk te benoemen accountant opdracht wordt gegeven een onderzoek in te stellen waarin de overeengekomen vraagstelling zal worden beantwoord.
Vervolgens is in opdracht van Amasus c.s. door Integis een (forensisch) accountantsonderzoek verricht. Dat is uitgemond in een rapport van 20 december 2024.
Daarnaast is in opdracht van [eisende partijen] door [accountant ] (verder: [accountant ] ) een accountantsonderzoek verricht, dat is gevolgd door een (eind)rapport van 5 september 2025.

3.Het geschil

3.1.
De vorderingen van [eiser sub 1] strekken er – na wijziging van eis – toe, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • de dwangsom waartoe Amasus Shipping bij vonnis van 12 januari 2024 is veroordeeld te verhogen tot € 10.000,00 per dag en wel binnen 14 dagen na betekening van het vonnis;
  • Amasus Fleet en Amasus Shipping te veroordelen rekening en verantwoording af te leggen in de zin van artikel 7:403 BW Pro aan de hand van objectieve en verifieerbare gegevens, dat zijn bankbetalingen aangetoond met bankafschriften gekoppeld aan de bevrachtingsovereenkomsten die [eiser sub 1] met [eiser sub 2] en/of [eiser sub 1] uitgevoerd heeft voor haar klant en waarvoor Amasus Fleet commissie, cp- en ttp-kosten in rekening bracht en wel binnen 14 dagen na betekening van het vonnis;
3.2.
De vorderingen van [eiser sub 3] , [eiser sub 4] , [eiser sub 5] alsmede [eiser sub 2] strekken er – na wijziging van de eis – toe, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • Amasus Shipping te veroordelen tot afgifte van de boekhouding van [eiser sub 3] en/of [eiser sub 2] met alles wat daartoe behoort in geschrift en digitaal, en wel binnen 14 dagen na betekening van het vonnis;
  • Amasus Shipping te veroordelen tot afgifte van alle namens [eiser sub 3] en/of [eiser sub 2] gesloten bevrachtingsovereenkomsten die zich onder Shipping bevinden, en wel binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
Amasus Shipping te veroordelen om aan [eiser sub 3] en/of [eiser sub 2] een dwangsom te betalen van € 10.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan de bovenstaande veroordelingen voldoet;
(5) Amasus Fleet en Amasus Shipping te veroordelen rekening en verantwoording af te leggen in de zin van artikel 7:403 BW Pro aan de hand van objectieve en verifieerbare gegevens, dat zijn bankbetalingen aangetoond met bankafschriften gekoppeld aan de bevrachtingsovereenkomsten die [eiser sub 3] met [eiser sub 3] uitgevoerd heeft voor haar klant en waarvoor Amasus Fleet commissie, cp- en ttp-kosten in rekening bracht;
Amasus Shipping en Amasus Fleet te veroordelen om aan [eiser sub 1] [eiser sub 3] , [eiser sub 4] , [eiser sub 5] alsmede [eiser sub 2] een dwangsom te betalen van € 10.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan de veroordelingen voldoet;
3.3.
De vorderingen van [eiser sub 1] , [eiser sub 3] , [eiser sub 4] , [eiser sub 5] alsmede [eiser sub 2] strekken er – na wijziging van de eis – toe, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
(6) Amasus Shipping en Amasus Fleet te veroordelen tot afgifte van een kopie van alle E-facturen die Amasus Shipping en/of Amasus Fleet sinds 2008 tot en met 2022 heeft verstuurd en wel binnen 14 dagen na betekening van het vonnis;
Amasus Shipping en Amasus Fleet te veroordelen om aan [eiser sub 1] [eiser sub 3] , [eiser sub 4] , [eiser sub 5] alsmede [eiser sub 2] een dwangsom te betalen van € 10.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan de bovenstaande veroordeling voldoet;
3.4.
[eiser sub 1] , [eiser sub 3] , [eiser sub 4] , [eiser sub 5] alsmede [eiser sub 2] verzoeken de Voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad
(7) Amasus Fleet en Amasus Shipping te veroordelen in de kosten van het geding.
3.5.
Amasus c.s. heeft verweer gevoerd.

4.De beoordeling

Ontvankelijkheid [eiser sub 2] in liquidatie
4.1.
Amasus c.s. heeft dienaangaande gesteld dat [eiser sub 2] een op 1 januari 2016 ontbonden en daarmee niet meer bestaande vennootschap is, die geen (rechts)vordering kan instellen en daarom niet-ontvankelijk is in de in dit kort geding ingestelde vordering.
[eisende partijen] heeft gesteld dat zolang een entiteit bezit heeft deze blijft bestaan en kan procederen. Dat [eiser sub 2] bezit heeft, is voor haar een gegeven; al is het maar de boekhouding die gedaagden niet afgeven, aldus [eisende partijen]
4.2.
De voorzieningenrechter overweegt dat ingevolge artikel 2:19 lid 5 de Pro rechtspersoon na ontbinding blijft voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is en dat in stukken en aankondigingen die van hem uitgaan, aan zijn naam moet worden toegevoegd:
In liquidatie.
Uit het door partijen ter zake overgelegde uittreksel uit het Handelsregister is gebleken dat [eiser sub 1] B.V. sedert de ontbinding van [eiser sub 2] op 1 januari 2016 in functie was als vereffenaar en op 28 mei 2024 als zodanig in het Handelsregister is geregistreerd.
Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter is niet aannemelijk geworden dat de vereffening van het vermogen van [eiser sub 2] op enig moment na de ontbinding en vóór de registratie als zojuist bedoeld op 28 mei 2024 tot een einde is gekomen.
Voorshands is de voorzieningenrechter dan ook van oordeel dat de rechtspersoon [eiser sub 2] B.V. in liquidatie voortbestaat en in die hoedanigheid een rechtsvordering kan instellen.
[eiser sub 2] wordt derhalve ontvankelijk verklaard in haar vorderingen.
Spoedeisend belang
4.3.
Naar vaste jurisprudentie dient de vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, beantwoord te worden aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. De omstandigheid dat de eisende partij enige tijd heeft stilgezeten, kan bij die afweging een rol spelen, doch rechtvaardigt niet zonder meer het oordeel dat de eisende partij geen spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening (meer) heeft.
Eveneens naar vaste jurisprudentie ligt het alleszins voor de hand dat eisers een spoedeisend belang bij hun vordering hebben, indien een voorziening wordt gevraagd die ertoe strekt een einde te maken aan een stelselmatige inbreuk op eisers toekomende subjectieve rechten als gevolg waarvan eisers doorlopende schade ondervinden.
4.4.
De voorzieningenrechter is – gelet op het hierna volgende – van oordeel dat in het onderhavige geval de spoedeisendheid voortvloeit uit de aard van de vordering, hetzij omdat deels sprake is van een stelselmatige inbreuk op een subjectief recht van [eisende partijen] , te weten het eigendomsrecht van [eisende partijen] aangaande de boekhouding, hetzij omdat dat voortvloeit uit de verplichting zijdens Amasus c.s. jegens [eisende partijen] tot het doen van rekening en verantwoording.
Daarmee is het spoedeisende belang van [eisende partijen] bij de ingestelde vorderingen gegeven.
Wijziging van eis wordt toegestaan
4.5.
[eisende partijen] heeft haar vorderingen gewijzigd. Amasus c.s. heeft daartegen geen bezwaar gemaakt. Ambtshalve ziet de voorzieningenrechter ook geen reden om de wijziging van eis niet toe te staan, zodat op de gewijzigde eis zal worden beslist.
[eisende partijen] houdt belang bij de ingestelde vorderingen
4.6.
Met de brief van 18 juni 2025 [1] aan Amasus c.s. heeft mr. Ten Katen namens [eiser sub 3] , [eiser sub 1] en [eiser sub 2] in liquidatie alle tussen partijen gesloten overeenkomsten vernietigd op grond van primair bedrog en subsidiair dwaling en meer subsidiair misbruik van omstandigheden. [eiser sub 3] , [eiser sub 1] en [eiser sub 2] hebben daarbij aanspraak gemaakt op alle betaalde (commissie)vergoedingen en op schadevergoeding aangaande onder meer gederfde inkomsten. Amasus c.s stelt daarom dat nu de vorderingen van [eisende partijen] zijn gestoeld op een contractuele grondslag (artikel 7:403 BW Pro) en door de vernietiging deze grondslag geacht wordt nooit te hebben bestaan, de vorderingen van [eiser sub 1] moeten worden afgewezen wegens gebrek aan belang.
4.7.
De voorzieningenrechter kan zich deels verenigen met de stelling van Amasus c.s. dat voor zover die vernietiging doel treft, aan de tussen partijen gesloten overeenkomsten de contractuele grondslag ontvalt en de verplichting op grond van artikel 7:403 BW Pro tot het afleggen van rekening en verantwoording geacht wordt nooit te hebben bestaan; dat brengt ook mee dat op die grond evenmin de verplichting bestaat tot het afgeven van boekhoudkundige bescheiden.
De voorzieningenrechter is voorshands echter van oordeel dat door de vernietiging op grond van artikel 6:203 lid 3 BW Pro een ongedaanmakingsverplichting ontstaat, hetgeen meebrengt dat een vergelijkbare verplichting ontstaat tot het afleggen van rekening en verantwoording en tot het afgeven van boekhoudkundige bescheiden.
Daarnaast is de stelling van mr. Ten Katen onbetwist gebleven dat de bemiddelingsovereenkomsten weliswaar zijn vernietigd, maar dat de reisovereenkomsten die de schepen hebben uitgevoerd, daardoor niet zijn getroffen. Met andere woorden, [eisende partijen] houdt een belang bij haar vorderingen zowel in de situatie dat de vernietiging heeft doel getroffen als in de situatie dat zou komen vast te staan dat contractuele relaties pas zijn geëindigd door de opzegging in september 2021.
De processuele houding van Amasus c.s.
4.8.
Teneinde de vorderingen van [eisende partijen] te kunnen beoordelen, acht de voorzieningenrechter het van belang om allereerst te schetsen op welke wijze Amasus c.s. zich heeft verweerd tegen de ingestelde vorderingen. De voorzieningenrechter heeft geconstateerd dat Amasus c.s. zich zeer terughoudend heeft opgesteld met het verstrekken van de relevante gegevens. Zo heeft Amasus Shipping in het kort geding dat heeft geleid tot het vonnis van 12 januari 2024 met stelligheid beweerd dat het gebruikte boekhoudsysteem geen zogenaamde audit files kan generen. Maar in dit kort geding heeft Amasus c.s. moeten toegeven dat dit onjuist was. In de 59 pagina’s lange conclusie van antwoord van Amasus c.s. die in dit kort geding is ingediend kort voor de mondelinge behandeling van 18 juni 2024 is weliswaar in één zin genoemd dat “
Bij de toekenning of afwikkeling van reizen kan rekening gehouden worden met een compensatie vanuit de Amasus-vloot [2] , maar pas in het Integisrapport dat voorafgaande aan de tweede mondelinge behandeling van 17 november 2025 is ingediend door Amasus c.s. heeft zij uiteengezet hoe deze compensatie zou hebben plaatsgevonden. Namelijk door afroming van ontvangen vrachtpenningen, waarbij het overigens niet duidelijk is geworden dat de aldus geïncasseerde bedragen daadwerkelijk aan andere scheepseigenaren ten goede zijn gekomen. De proceshouding van Amasus c.s. kenmerkt zich door een moeizame verhouding tot de waarheid.
De werkwijze van Amasus c.s.
4.9.
Na de mondelinge behandeling van 18 juni 2024 zijn er gegevens door Amasus c.s. beschikbaar gesteld aan [eisende partijen] heeft vervolgens [accountant ] opdracht gegeven tot het uitvoeren van een onderzoek. De resultaten van [accountant ] zijn in het geding gebracht en tijdens de mondelinge behandeling van 17 november 2025 besproken met partijen. Daaruit komt het volgende beeld naar voren.
4.10.
Van de elf door [accountant ] onderzochte scheepsreizen van het [eiser sub 1] is gebleken dat de in de financiële (scheeps)administratie van het [eiser sub 1] verwerkte omzet uit hoofde van zeevrachtopbrengsten en de daaruit volgende vordering op Amasus c.s. lager is dan de door Amasus c.s. voor de desbetreffende scheepsreizen in haar administratie verwerkte ontvangen hogere bedragen die blijken uit de door Amasus c.s. overgelegde betaalbewijzen. Het verschil beloopt volgens dat rapport in totaal ongeveer € 79.000,00.
Verder is in dat rapport ter zake van het [eiser sub 3] vermeld dat van vijf door [accountant ] onderzochte scheepsreizen is gebleken dat de in de financiële (scheeps)administratie van [eiser sub 3] verwerkte omzet en de daaruit volgende vordering op Amasus c.s. lager is dan de door Amasus c.s. voor de desbetreffende scheepsreizen in haar administratie verwerkte ontvangen bedragen die blijken uit de door Amasus c.s. overgelegde betaalbewijzen. Het verschil beloopt volgens dat rapport in totaal ongeveer € 40.000,00.
4.11.
Deze werkwijze wordt door Amasus c.s. aangeduid met het begrip ‘allocatie’. Zij heeft in dit verband het volgende uiteengezet [3] . [eisende partijen] (en op haar input ook [accountant ] ) gaat ervan uit dat Amasus Fleet telkens 100% van de door Amasus Fleet ontvangen vracht moet doorbetalen aan de kapitein/scheepseigenaar. Zo werkt dat niet en [eisende partijen] weet dat. Vrachten worden in R-C verrekend met de kosten (zoals bunkers, havenkosten en soms zelfs verzekeringspremies en bemanningskosten als het kantoor dat verzorgt). In goede en slechte tijden worden de beschikbare reizen en opbrengsten zo goed mogelijk over de participerende schepen verdeeld. Dat heeft ook vele kaptein-eigenaren gered van de ondergang toen in 2008 de vrachtenmarkt instortte. Zo is in juni 2025 een toelichting gegeven op de vermeende verschillen bij de 21 reizen. Die toelichting is ook bij [accountant ] bekend. Amasus Fleet is de contractspartij bij de bevrachtingsovereenkomsten en verdeelt de opbrengsten. [eisende partijen] noemt telkens dat zij ‘te weinig’ heeft ontvangen, en dat er dus wel sprake moet zijn van fraude, oplichting, bedrog etc. Maar daar is geen sprake van, aldus Amasus c.s.
4.12.
Dat daadwerkelijk op deze wijze afroming van vrachtpenningen heeft plaatsgevonden tussen de verschillende schepen van de vloot van Amasus c.s. waaronder de [eiser sub 1] en [eiser sub 3] , is ook gebleken uit het rapport van [accountant ] .
4.13.
Amasus c.s. heeft ook zelf opdracht gegeven aan bureau Integis tot het uitvoeren van een ‘forensisch’ onderzoek naar de door haar gehanteerde werkwijze. In dit rapport wordt onder meer duidelijk dat ten behoeve van de ‘allocatie’ gebruik wordt gemaakt van zogenaamde Cancell-facturen en E-facturen in de scheepsadministratie. Zo heeft [director controlling ] (director controlling Amasus) blijkens nummer 82 van het Integis-rapport aangegeven dat E-facturen ook worden gebruikt ingeval van allocatie:
“82 In het verslag van het interview met [director controlling ] is over de tweede reden het volgende vermeld:
Stel de met een vrachteigenaar overeengekomen vergoeding bedraagt € 33.500. De
opbrengst van een reis c.q. een door een schip vervoerde vracht wordt deels gealloceerd
naar aan andere reis c.q. ander schip, om er op die manier voor te zorgen dat ook die
reis rendabel is.
Amasus Fleet factureert € 33.500 aan een vrachteigenaar. Deze factuur wordt gecreëerd
in SNAIR, geprint en verstuurd aan de vrachteigenaar. Vervolgens wordt de factuur in
SNAIR gecanceld en omdat de factuur dus niet is goedgekeurd in SNAIR, wordt deze
factuur niet geboekt in SNACS en bevindt deze factuur zich dus ook niet in een
company(code).
Vervolgens wordt in SNAIR in ieder geval een nieuwe factuur aangemaakt voor het schip
dat de reis heeft uitgevoerd, bijvoorbeeld voor € 28.500. Deze nieuwe factuur wordt niet
verzonden aan de vrachteigenaar, maar wordt goedgekeurd in SNAIR en aldus verwerkt
in SNACS.
Een factuur voor een ander schip ter hoogte van het verschil wordt niet altijd
opgesteld, maar deze verschillen worden verwerkt als overige omzet of demurrage omzet.
Hier kan een E-factuur voor opgesteld worden. (onderstreping, voorzieningenrechter)”.
4.14.
Ter zake van de zogenaamde E-facturen is door Amasus c.s. [4] vermeld dat het correct is dat er incidenteel een factuur opgesteld dient te worden die niet vanuit Shipnet (het reguliere door Amasus c.s. gehanteerde boekhoudprogramma, opm. voorzieningenrechter) gegenereerd kan worden, in welk geval wordt teruggevallen op het programma Excel; een factuur opstellen in Excel geeft meer vrijheid om facturen met een bijzondere grondslag aan te maken en te verzenden, aldus Amasus c.s.
4.15.
Behalve met E-facturen wordt met Cancell-facturen gewerkt. Ter zake van de Cancell-facturen is door Amasus c.s. [5] vermeld dat die Cancell-facturen worden gebruikt om fouten te corrigeren, die hetzij door de ladingeigenaar/klant/broker hetzij door Amasus Fleet zelf zijn geconstateerd.
4.16.
Deze toelichting in de conclusie van antwoord blijkt echter niet juist dan wel niet volledig. De conclusie van antwoord geeft daarmee een misleidende voorstelling van zaken aan de voorzieningenrechter. In het door Amasus c.s. overgelegde rapport van Integis is immers [6] vermeld dat er een
tweedereden is voor het cancelen van facturen door Amasus Fleet, te weten omdat op basis van specifieke marktomstandigheden verrekening c.q. allocatie plaatsvindt. Dat rapport is eerst na de mondelinge behandeling van 18 juni 2024 beschikbaar gekomen.
4.17.
Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft Amasus zich bediend van een omslachtig en ondoorzichtig systeem van facturering waarbij voor één zeereis twee verschillende facturen zijn opgemaakt en uitgereikt, zoals uit het rapport van [accountant ] blijkt [7] . Dit wordt ook beschreven in het rapport Integis. De ladingeigenaar verkreeg een factuur op briefpapier van Amasus Fleet waarop een hoger factuurbedrag werd vermeld dan het voor dezelfde reis op blanco-papier opgemaakte factuur die in de scheepsadministratie werd verwerkt.
4.18.
Op de aan de ladingeigenaar verzonden factuur is het BTW-nummer vermeld van de eigenaar van het schip dat de reis heeft uitgevoerd en de vracht heeft vervoerd. Dat is blijkens het in het Integis-rapport [8] opgenomen verslag van het interview met [director controlling ] gebeurd vanwege “fiscale redenen”. Welke redenen is voor de voorzieningenrechter echter onduidelijk gebleven.
4.19.
In het rapport [accountant ] is onder 3.3.2.4 vermeld dat er volgens Amasus c.s. geen verdeelstaat wordt bijgehouden met de afgetrokken en verdeelde bedragen van scheepsreizen per schip:
“3.3.2.4 Door Amasus c.s. is aan ons toegelicht dat de bevrachters van de afdeling Chartering van Amasus c.s. per reis bepalen wat de hoogte is van het deel aan zeevrachtopbrengst dat wordt verdeeld of toebedeeld aan één of meerdere andere schepen. Amasus c.s. heeft aan ons toegelicht dat er geen vastlegging wordt gemaakt van de verdeling van reisresultaten op zodanige wijze dat deze per schip zijn te volgen. Er wordt volgens Amasus c.s. geen verdeelstaat bijgehouden met de afgetrokken en verdeelde bedragen van scheepsreizen per schip. Amasus c.s. heeft voorts aan ons toegelicht dat op het moment van de bevrachting door de afdeling Chartering een keuze wordt gemaakt voor het in te zetten schip en door deze afdeling wordt bepaald welke verdeling van zeevracht acceptabel is.
3.3.2.5 De hiervoor beschreven wijze van verdeling van reisresultaten, zoals door Amasus c.s. op 1 juli 2025 aan ons toegelicht, is ook beschreven in het Rapport Integis. (…)”.
4.20.
Het door Amasus c.s. gehanteerde factureringssysteem heeft er hoe dan ook toe geleid dat ladingeigenaren meer hebben betaald dan de (kapitein-)scheepeigenaren hebben ontvangen. Dat er daadwerkelijk verevening van ontvangen vrachtpenningen tussen scheepseigenaren die ‘aan het kantoor van’ Amasus c.s. hebben gevaren heeft plaatsgevonden ten laste van scheepseigenaren die de zogenaamde ‘goede reizen’ hebben kunnen varen en ten gunste van scheepseigenaren die ‘slechte reizen’ toegedeeld hebben gekregen, is in de onderhavige procedure niet met enig objectief en verifieerbaar document onderbouwd. En zoals uit het verslag van het gesprek met [director controlling ] (hiervoor reeds geciteerd) blijkt werd er ook niet altijd een factuur opgemaakt maar werden de verschillen geboekt als ‘overige omzet of demurrage omzet’.
[director controlling ] laat daarbij echter volledig in het midden aan welke partij deze extra omzet ten goede is gekomen indien deze omzet niet gefactureerd werd aan de scheepseigenaar die de ‘slechte reis’ heeft gevaren.
4.21.
Amasus c.s. heeft zich op het standpunt gesteld dat de kapitein-eigenaren bekend waren met de werkwijze ter zake van de allocatie van gelden: “
Eisers lijken te stellen dat de allocatie van gelden door gedaagden geen onderdeel is van het grotere geheel aan afspraken tussen partijen. Gedaagden betwisten dat. De werkwijze zoals die heeft plaatsgevonden, is de werkwijze van gedaagden waaraan eisers zich hebben gebonden en verbonden door zich aan te sluiten bij de Amasusvloot, met alle voordelen die daarbij horen [9] .
Deze stelling wordt gelogenstraft in het Integisrapport. Daarin staat het verslag van het interview met middellijk bestuurders van Amasus c.s., [bestuurder Amasus c.s. 1 ] en [bestuurder Amasus c.s. 2] , waarin zij aan Integis hebben verklaard [10] : “
Desgevraagd geven [bestuurder Amasus c.s. 1 ] en [bestuurder Amasus c.s. 2] aan dat (kapitein)-eigenaren niet op de hoogte zijn van de markt en de allocatie; (…)”.
4.22.
De voorzieningenrechter is voorts van oordeel dat, anders dan Amasus c.s. naar voren heeft gebracht, uit de in de punten 35 en 36 van de conclusie van antwoord van Amasus c.s. genoemde berichten [11] niet is af te leiden dat de (kapitein)-eigenaren kennis van die werkwijze hebben gehad en daarmee hebben ingestemd. Ook op dit punt staat de inhoud van de conclusie van antwoord op gespannen voet met de waarheid.
4.23.
De voorzieningenrechter komt daarom tot het voorlopig oordeel dat de manier van werken van Amasus c.s. (kort gezegd: van allocatie van gelden) heeft plaatsgevonden zonder dat de (kapitein)-eigenaren van de [eiser sub 1] en [eiser sub 3] daarvan tevoren op de hoogte zijn gesteld, laat staan daarmee hebben ingestemd nadat zij met Amasus c.s. in zee zijn gegaan.
De gevorderde dwangsomverhoging
4.24.
In het vonnis van 12 januari 2024 dat is gewezen tussen [eiser sub 1] en Amasus Shipping is in overweging 4.4. het volgende vermeld
“4.4. Vast staat dat in 2011 tussen partijen een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen uit hoofde waarvan Shipping als opdrachtnemer boekhoudkundige werkzaamheden voor [eiser sub 1] heeft verricht.
De overeenkomsten van opdracht zijn in september 2021 tot een einde gekomen. [eiser sub 1] heeft haar vordering gebaseerd op het eigendomsrecht op haar administratie. Dat zij eigenaresse van de (gehele) administratie is, is door Shipping niet gemotiveerd betwist. Bovendien geldt in de rechtsverhouding tussen [eiser sub 1] en Shipping nog het volgende. Op grond van het bepaalde in artikel 7:403 lid 2 BW Pro dient een opdrachtnemer aan de opdrachtgever rekening en verantwoording af te leggen over de wijze waarop hij de opdracht heeft uitgevoerd. Aangenomen kan worden dat dit tevens de verplichting omvat voor de opdrachtnemer om bij het einde van de opdracht alles wat hij uit hoofde van de overeenkomst voor de opdrachtgever onder zich heeft aan de opdrachtgever af te dragen of af te geven ( [opdracht]
).Deze afgifteplicht ziet niet alleen op materiaal dat de opdrachtnemer van de opdrachtgever heeft aangenomen ten behoeve van de opdracht, maar ook op (een kopie van het) materiaal dat de opdrachtnemer zelf heeft samengesteld om de opdracht te kunnen uitvoeren, zoals een (elektronisch) dossier. Dat klemt te meer daar ter zake van het materiaal dat de opdrachtgever ten behoeve van de opdracht aan de opdrachtnemer heeft verstrekt geldt dat dit tot de eigendom van de opdrachtgever behoort.
Aan artikel 7:403 lid 2 BW Pro kan [eiser sub 1] dan ook de rechtsgrond ontlenen om afgifte te vorderen van de stukken die Shipping onder zich heeft in het kader van de uitoefening van de overeenkomst van opdracht ten behoeve van [eiser sub 1] . Dat geldt zowel voor de stukken die Shipping fysiek tot haar beschikking heeft alsook die zij digitaal onder zich heeft.”
4.25.
Het voornaamste – inhoudelijke – verweer van Amasus c.s. komt erop neer dat de volledige boekhouding reeds aan [eiser sub 1] . is afgegeven. Zij heeft besloten om geen hoger beroep in te stellen tegen het vonnis en heeft de maximale dwangsom aan [eiser sub 1] betaald. Deze wil Amasus c.s. in een bodemprocedure terugvorderen.
4.26.
Van belang is om onderscheid te maken tussen de dwangsomrechter en de executierechter. De dwangsomrechter is namelijk niet bevoegd om zich uit te laten over de vraag of de hoofdveroordeling is nagekomen. Dat oordeel komt toe aan de rechter die bevoegd is om van een executiegeschil kennis te nemen. In deze zaak oordeelt de voorzieningenrechter dan ook als dwangsomrechter.
4.27.
De voorzieningenrechter stelt het volgende voorop. In de rechtspraak is de mogelijkheid aanvaard tot verhoging van de opgelegde dwangsom ingeval van gewijzigde omstandigheden, waaronder mede wordt verstaan het feit dat inmiddels is gebleken dat de eerder opgelegde dwangsom een onvoldoende prikkel heeft gevormd tot nakoming.
4.28.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de gevorderde verhoging van de bij vonnis van 12 januari 2024 opgelegde dwangsom toe te wijzen. Hierbij speelt een rol dat Amasus c.s. op schoorvoetende wijze met haar relaas naar voren is gekomen. Kennelijk is de in het vonnis van 12 januari 2024 opgelegde dwangsom onvoldoende prikkel geweest om de veroordeling na te komen.
De gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd als in het dictum is opgenomen.
De tweede vordering van [eiser sub 1] : Amasus Shipping en Amasus Fleet dienen rekening en verantwoording af te leggen
4.29.
Amasus c.s. heeft gedurende een reeks van jaren in opdracht van [eiser sub 1] werkzaamheden uitgevoerd. De werkzaamheden van Shipping lagen op het administratieve vlak en de activiteiten van Fleet bestonden in het regelen van de bevrachting van de schepen. Partijen verschillen van mening over de vraag wie partij is geweest bij de afgesloten ladingovereenkomsten. [eiser sub 1] stelt zich op het standpunt dat gegeven het feit dat haar B.T.W.-nummers op de verzonden vrachtfacturen werd vermeld en dat aan haar kosten in rekening werden gebracht voor het opmaken van ‘charter parties’ betekent dat zij partij was bij de bevrachtingsovereenkomsten met de ladingeigenaren.
4.30.
Amasus c.s heeft het volgende aangevoerd. De bevrachtingsovereenkomsten zijn gesloten op naam van Amasus Fleet. Zij is partij bij de bevrachtingsovereenkomsten. Blijkens de ‘legal opinion’ van mr. Jumelet (een kantoorgenoot van mr. Verhagen) kan de rechtsverhouding van de scheepeigenaar hoogstens worden gekwalificeerd als een overeenkomst van onderbevrachting.
4.31.
De voorzieningenrechter overweegt in dit verband het volgende. De stelling dat Amasus Fleet partij is bij de bevrachtingsovereenkomsten op grond waarvan het zeevervoer heeft plaatsgevonden, heeft Amasus c.s. niet met objectieve en verifieerbare stukken onderbouwd. Amasus c.s. heeft in dit verband geen enkel voorbeeld van een bevrachtingsovereenkomst getoond waaruit blijkt dat zij en niet de kapitein/scheepseigenaar partij is. Evenmin heeft Amasus c.s. gebruik gemaakt van de mogelijkheid die in artikel 22a lid 3 Rv is gegeven indien zij daadwerkelijk haar commerciële belangen wilde beschermen.
4.32.
Amasus c.s. heeft evenmin antwoord gegeven op de vraag waarom aan [eiser sub 1] (en aan [eiser sub 3] ) commissie en kosten voor het opmaken van charterpartijen in rekening is gebracht, terwijl [eiser sub 1] (of [eiser sub 3] ) geen partij zou(den) zijn bij de bevrachtingsovereenkomsten.
4.33.
De voorzieningenrechter merkt op dat wanneer er daadwerkelijk sprake zou zijn geweest van onderbevrachting, zoals mr Jumelet in zijn ‘legal opinion’ schrijft, niet goed te begrijpen is waarom Amasus c.s. zich heeft bediend van het hiervoor uitvoerig beschreven omslachtige en intransparante factureringsstelsel in plaats van het versturen van een factuur door Amasus Fleet aan de scheepseigenaar.
4.34.
De hiervoor genoemde omstandigheden wijzen veeleer in de richting die door [eiser sub 1] is bepleit in dit kort geding, te weten dat Amasus c.s. voor haar heeft bemiddeld bij het tot stand komen van de overeenkomsten van zeevervoer dan voor het door Amasus c.s. aangehangen standpunt. Een kort geding biedt echter geen ruimte voor nader onderzoek van de feiten. De voorzieningenrechter dient haar voorlopig oordeel daarom te baseren op de gegevens die in het kader van de onderhavige procedure voldoende aannemelijk zijn geworden. In dit kort geding kan daarom geen oordeel worden gegeven over de kwalificatie van de rechtsverhouding tussen [eiser sub 1] enerzijds en Amasus c.s. anderzijds. Deze omstandigheid staat evenwel niet in de weg aan het gegeven dat [eiser sub 1] recht en belang heeft bij de sub 2 gevorderde rekening en verantwoording door Amasus c.s.
4.35.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het voldoende aannemelijk is dat Amasus c.s. beschikt over gegevens met betrekking tot de door het [eiser sub 1] uitgevoerde zeereizen. Zij kàn en zij behoort hierover rekening en verantwoording af te leggen. Hetzij op basis van artikel 7:403 BW Pro indien de contractuele relaties pas door opzegging zijn geëindigd, hetzij op de voet van artikel 6: 203 BW indien de buitengerechtelijke vernietiging heeft doel getroffen. Valide redenen om rekening en verantwoording achterwege te mogen laten, heeft Amasus c.s. niet naar voren gebracht.
4.36.
De voorzieningenrechter is gelet op het vorenoverwogene van oordeel dat de vordering sub 2 kan worden toegewezen op de wijze als in het dictum nader wordt omschreven. Daaraan wordt geen dwangsom verbonden, aangezien dat niet is gevorderd.
De vorderingen van [eiser sub 3] en [eiser sub 2]
4.37.
Hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van [eiser sub 1] kan evenzeer (mutatis mutandis) worden gehanteerd voor de verplichtingen van zowel Amasus Shipping als Amasus Fleet jegens [eiser sub 2] in liquidatie en [eiser sub 3] . Amasus Fleet en Amasus Shipping zijn niet alleen verplicht om rekening en verantwoording af te leggen. Amasus Shipping dient tevens de boekhouding (of door haar liever genoemd: de administratie) van [eiser sub 3] en het [eiser sub 2] af te geven.
Amasus c.s. heeft zich op het standpunt gesteld dat Amasus Shipping niet beschikt over de bevrachtingsovereenkomsten. [eisende partijen] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit standpunt onjuist is. Haar vordering om Amasus Shipping te veroordelen tot afgifte van de bevrachtingsovereenkomsten stuit hierop af.
4.38.
De toe te wijzen vorderingen zullen worden toegewezen als verwoord onder beslissing.
4.39.
Amasus c.s. is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisende partijen] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
112,37
- griffierecht
688,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.085,37
4.40.
Amasus c.s. heeft verzocht een eventueel toewijzend vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Als uitgangspunt geldt dat degene die in een kort geding in het gelijk wordt gesteld een spoedeisend belang heeft om de beslissing ook ten uitvoer te kunnen leggen. Het verzoek van Amasus c.s. wordt reeds daarom niet gehonoreerd.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
verhoogt de dwangsom waartoe Amasus Shipping bij vonnis van 12 januari 2024 is veroordeeld tot € 10.000,00 per dag dat Amasus Shipping binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 200.000,00 is bereikt;
5.2.
veroordeelt Amasus Fleet en Amasus Shipping binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis rekening en verantwoording af te leggen aan de hand van objectieve en verifieerbare gegevens, dat zijn bankbetalingen aangetoond met bankafschriften gekoppeld aan de bevrachtingsovereenkomsten die [eiser sub 1] B.V. [eiser sub 1] en/of [eiser sub 2] uitgevoerd heeft/hebben voor haar klant en waarvoor Amasus Fleet commissie, cp- en ttp-kosten in rekening heeft gebracht;
5.3.
veroordeelt Amasus Shipping binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot afgifte van de boekhouding van [eiser sub 3] en/of [eiser sub 2] , die Amasus Shipping onder zich houdt, met alles wat daartoe behoort in geschrift en digitaal;
veroordeelt Amasus Shipping om aan [eiser sub 3] en/of [eiser sub 2] een dwangsom te betalen van
€ 10.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximum van € 200.000,00 is bereikt;
5.4.
veroordeelt Amasus Fleet en Amasus Shipping rekening en verantwoording af te leggen aan de hand van objectieve en verifieerbare gegevens, dat zijn bankbetalingen aangetoond met bankafschriften gekoppeld aan de bevrachtingsovereenkomsten die [eiser sub 3] met [eiser sub 3] uitgevoerd heeft voor haar klant en waarvoor Amasus Fleet commissie, cp- en ttp-kosten in rekening bracht;
veroordeelt Amasus Shipping en Amasus Fleet om aan [eiser sub 3] en haar vennoten, [eiser sub 4] en [eiser sub 5] , in gezamenlijkheid een dwangsom te betalen van € 10.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximum van € 200.000,00 is bereikt;
5.5.
veroordeelt Amasus Shipping en Amasus Fleet binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot afgifte van een kopie van alle E-facturen die Amasus Shipping en/of Amasus Fleet sinds 2008 tot en met 2022 heeft verstuurd voor zover dat betreft zeereizen die door [eiser sub 1] , [eiser sub 2] danwel [eiser sub 3] zijn uitgevoerd;
veroordeelt Amasus Shipping en Amasus Fleet om aan [eisende partijen] een dwangsom te betalen van € 10.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximum van € 200.000,00 is bereikt;
5.6.
veroordeelt Amasus c.s. in de proceskosten van € 2.085,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Amasus c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.B. Faber-Siermann en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025.
js (319)

Voetnoten

1.productie ZZ 41
2.conclusie van antwoord, randnummer 17
3.vgl. punten 19-21 van de pleitnota ten behoeve van de zitting van 17 november van mr. Versendaal
4.vgl. de conclusie van antwoord, randnummer 130
5.vgl. de conclusie van antwoord, nummers 114 tot en met 129
6.onder 6.3.3
7.onder 3.3.2.4 e.v.
8.nummer 69
9.punt 21 van de pleitnota ten behoeve van de zitting van 17 november 2025 van mr. Versendaal
10.onder 6.3.3
11.producties ZI en ZJ