ECLI:NL:RBNNE:2025:5285

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
11551280 \ CV EXPL 25-660
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • E.A.Th. van Wijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 BWArt. 7:17 BWArt. 7:18a BWArt. 7:21 BWArt. 7:22 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consumentenkoop tweedehandsauto ontbonden wegens non-conformiteit met toewijzing schadevergoeding

De eiser heeft op 3 februari 2024 een tweedehands auto gekocht van de gedaagde, die handelt in de in- en verkoop van auto's. Kort na aankoop traden ernstige gebreken aan de versnellingsbak op, waardoor de auto niet meer gebruikt kon worden. Na diverse pogingen tot oplossing en ingebrekestelling ontbond eiser de koopovereenkomst buitengerechtelijk op 15 november 2024.

De rechtbank oordeelt dat de auto non-conform is omdat het gebrek zich binnen een jaar na aflevering openbaarde, waardoor wordt aangenomen dat het gebrek al bij aflevering aanwezig was. De verkoper is tekortgeschoten in zijn herstelplicht doordat hij niet bereid was de gebreken kosteloos te herstellen. Hierdoor mocht eiser de overeenkomst ontbinden.

De rechtbank veroordeelt de verkoper tot terugbetaling van de koopsom van €4.750,00, toekenning van schadevergoeding voor motorrijtuigenbelasting, verzekeringspremies en schorsingskosten van €933,92, en buitengerechtelijke incassokosten van €726,00. Tevens wordt de verkoper verplicht binnen 7 dagen een vrijwaringsbewijs te verstrekken onder dwangsom. De proceskosten worden aan de verkoper opgelegd.

Uitkomst: De koopovereenkomst is buitengerechtelijk ontbonden wegens non-conformiteit en de verkoper is veroordeeld tot terugbetaling van de koopsom, schadevergoeding en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Assen
Zaaknummer: 11551280 \ CV EXPL 25-660
Vonnis van 2 december 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. S. Yadegari,
tegen
[gedaagde], handelend onder de naam
[handelsnaam],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 6 mei 2025 en de daarin genoemde stukken;
- de mondelinge behandeling van 19 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] heeft een eenmanszaak waarmee hij handelt in de in- en verkoop van auto’s. [eiser] heeft bij hem op 3 februari 2024 een tweedehands auto gekocht.
2.2.
Op 10 februari 2024 ondervond [eiser] voor het eerst problemen met haar auto. Daarna kon [eiser] , na ruim een maand, niet meer met haar auto rijden. Zij heeft de ANWB gebeld, waarna de auto is gebracht naar een door [eiser] gekozen garage. Hier is de auto op 3 mei 2024 gediagnosticeerd en is vastgesteld dat de versnellingsbak stuk was en er olie uit stroomde wanneer de motor liep.
2.3.
Partijen hebben meermaals telefonisch contact gehad over een mogelijke oplossing. [eiser] heeft op 18 mei 2024 een ingebrekestelling verstuurd aan [gedaagde] .
2.4.
Partijen kwamen na het versturen van de ingebrekestelling niet tot een oplossing van het conflict. [eiser] heeft de auto op 14 augustus 2024 laten schorsen. Op
15 november 2024 heeft [eiser] middels een brief de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
I. primair, een verklaring voor recht dat de tussen partijen bestaande koopovereenkomst op 15 november 2024 rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden en [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de volledige koopsom van € 4.750,00;
II. subsidiair, ontbinding van de tussen partijen bestaande koopovereenkomst op grond van non-conformiteit dan wel vernietiging van de overeenkomst op grond van dwaling en [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de volledige koopsom van € 4.750,00;
III. meer subsidiair, [gedaagde] te veroordelen tot het ophalen van de auto en de gebreken kosteloos te herstellen. Indien [gedaagde] de auto nog niet onder zich heeft, wordt gevorderd dat hij op straffe van de genoemde dwangsom veroordeeld zal worden tot het (laten) ophalen van de auto en daarbij de kosten voor eigen rekening te nemen, alsook tot het aan [eiser] verschaffen van kosteloos (gelijkwaardig) vervangend vervoer gedurende de herstelperiode;
IV. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 726,00, berekend over de hoofdsom, als ook de wettelijke rente berekend over de hoofdsom, te rekenen vanaf datum van verzuim, althans datum van ontbinding dan wel de datum van de dagvaarding, tot de dag der algehele voldoening;
V. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 933,92, bestaande uit onder meer motorrijtuigenbelasting, verzekeringspremies en schorsingskosten in de periode van 3 februari 2024 tot 14 augustus 2024, het totaalbedrag te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 169,52, alsook de van toepassing zijnde wettelijke rente te rekenen vanaf datum verzuim, althans de datum van ontbinding dan wel de datum van de dagvaarding, tot de dag der algehele voldoening;
VI. [gedaagde] te veroordelen de auto onmiddellijk te vrijwaren, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per (onvoltooide deel van een) dag dat [gedaagde] geen deugdelijk vrijwaringsbewijs verschaft aan [eiser] en daarmee [eiser] bevrijdt van haar kentekenhouderverplichtingen, een en ander tot een maximum van € 20.000,00;
VII. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van het geding, waaronder begrepen een tegemoetkoming in het salaris van de gemachtigde en de nakosten.
3.2.
[eiser] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat partijen een overeenkomst hebben gesloten voor de koop van een auto die non-conform blijkt te zijn. De versnellingsbak van de auto ging kort na aankoop stuk en [eiser] stelt dat de gebreken aanwezig waren ten tijde van de koop. Zij heeft namelijk middels het doen van onderzoek na het openbaren van de gebreken, geconstateerd dat de auto een importauto is, een schadeverleden heeft en dat de kilometerstand mogelijk niet klopt. [gedaagde] zou deze tekortkomingen niet hebben medegedeeld voor het sluiten van de koopovereenkomst. [gedaagde] had ten tijde van de koop juist het beeld geschetst dat de auto keurig in orde was en hiervoor een oudere mevrouw [naam] eigenaar was, die slechts vanwege de onderhoudskosten de auto aan hem heeft verkocht. [eiser] heeft op grond hiervan een marktconforme prijs betaald voor de auto. Zij mocht verwachten dat deze langere tijd mee zou gaan. Als gevolg van het ernstige gebrek aan de auto heeft zij schade opgelopen in de vorm van onderzoekskosten, motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies vanaf de aankoop tot het moment van schorsing. [eiser] stelt dat [gedaagde] geen medewerking heeft verleend aan het kosteloos herstellen van de gebreken of het terugbetalen van de koopsom. De houding van [gedaagde] rechtvaardigt volgens [eiser] daarom de ontbinding van de koopovereenkomst en de dwangsom.
3.3.
[gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] . Volgens [gedaagde] heeft hij tijdens de verkoop garantie expliciet uitgesloten, waardoor hij het onredelijk vindt dat [eiser] eist dat hij de auto kosteloos moet herstellen. Hij heeft weliswaar zijn medewerking willen verlenen aan herstel, maar niet door het dragen van alle kosten. Bovendien heeft [gedaagde] de auto zonder gebreken en dus conform geleverd. De auto was wel degelijk in goede staat aan hem verkocht door mevrouw [naam] . [eiser] heeft de versnellingsbak van de auto waarschijnlijk zelf stuk gemaakt na aankoop door verkeerd te schakelen, aldus [gedaagde] .
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In deze procedure moet de vraag worden beantwoord of de gebreken aan de auto non-conformiteit opleveren en of [eiser] in haar recht stond toen zij de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbond. Bij de beoordeling hiervan stelt de kantonrechter voorop dat het hier gaat om een consumentenkoop (artikel 7:5 BW Pro). [eiser] is namelijk consument en [gedaagde] handelt in de uitoefening van zijn bedrijf.
4.2.
Op grond van artikel 7:17 BW Pro moet de auto aan de overeenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] beantwoorden. [eiser] mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik van de zaak nodig zijn en waarvan [eiser] de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen. Bij de koop van een tweedehands auto die bestemd is om aan het verkeer deel te nemen, wordt volgens rechtspraak aangenomen dat deze niet aan de overeenkomst beantwoordt als het gebruik ervan een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert door een gebrek dat niet op eenvoudige wijze door de koper kan worden ontdekt en hersteld (HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1338). Bij een consumentenkoop wordt verder op grond van artikel 7:18a lid 2 BW vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien de afwijking ten opzichte van de overeenkomst zich binnen één jaar na aflevering openbaart, tenzij de verkoper aantoont dat dit aan iets anders ligt.
4.3.
[eiser] heeft naar het oordeel van de kantonrechter voldoende onderbouwd dat er sprake is van een ernstig gebrek aan de auto en dat dit een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst oplevert; zij kon de auto immers al binnen enkele weken niet meer gebruiken. Het verweer van [gedaagde] dat [eiser] de auto zelf waarschijnlijk na de koop kapot heeft gemaakt, slaagt niet. Hij heeft dit namelijk onvoldoende met feiten en stukken omkleed. Dat [gedaagde] zegt dat hij nooit heeft geweten van een gebrek en dat hij altijd eerlijk is geweest, neemt niet weg dat de gebreken in onderhavig geval voor zijn rekening en risico komen: het gebrek heeft zich binnen één jaar na aflevering geopenbaard, waardoor moet worden aangenomen dat de auto bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde. Er is daarom sprake van non-conformiteit.
4.4.
Als sprake is van non-conformiteit, bepaalt artikel 7:21 BW Pro dat de koper, kort gezegd, recht heeft op herstel of vervanging. De kosten daarvan kunnen niet aan de koper in rekening worden gebracht. Of een verkoper al dan niet garantie heeft gegeven, is wat dit betreft van geen belang. Volgens artikel 7:22 BW Pro heeft de koper de bevoegdheid om de koopovereenkomst te ontbinden wanneer herstel of vervanging onmogelijk zijn of niet gevergd kunnen worden, of wanneer de verkoper daarin tekortschiet. Dit laatste is naar het oordeel van de kantonrechter het geval. [eiser] heeft [gedaagde] in de periode tussen de diagnosestelling van de auto op 3 mei 2024 en de ontbindingsverklaring op 14 november 2024 voldoende gelegenheid geboden voor herstel. Haar auto stond namelijk klaar om opgehaald te worden bij een voor [gedaagde] bekende garage en partijen hebben regelmatig contact gehad. Ter zitting is gebleken dat [gedaagde] weliswaar bedoeld heeft om bij te dragen aan een oplossing, maar dat hij nooit bereid is geweest om over te gaan tot volledig kosteloos herstel. Hierdoor heeft er geen herstel volgens de wet plaatsgevonden binnen een redelijke termijn en is [gedaagde] tekortgeschoten. Dat de emoties tussen partijen in die periode over en weer ook hoog zijn opgelopen staat hier verder los van. [gedaagde] is in verzuim geraakt en [eiser] mocht overgaan tot het buitengerechtelijk ontbinden van de overeenkomst. Dit betekent dat de kantonrechter, zoals gevorderd, voor recht zal verklaren dat de overeenkomst tussen partijen buitengerechtelijk is ontbonden op 15 november 2024. Uit de ontbinding van de koopovereenkomst ontstaat van rechtswege een verplichting tot ongedaanmaking van de ontvangen prestaties. Dit betekent dat de auto terug moet naar [gedaagde] en dat [gedaagde] de koopsom van € 4.750,00 aan [eiser] moet terugbetalen.
4.5.
Uit het bovenstaande volgt dat de kantonrechter ook het verzoek van [eiser] om [gedaagde] te veroordelen tot onmiddellijke vrijwaring van de auto zal toewijzen. De kantonrechter zal daaraan op verzoek van [eiser] ook een dwangsom verbinden. Ter zitting is namelijk gebleken dat [gedaagde] niet bereid is medewerking te verlenen aan de ontbinding van de koopovereenkomst. [eiser] heeft daarom voldoende belang gesteld bij het vorderen van de dwangsom als stok achter de deur. [gedaagde] zal worden veroordeeld om binnen 7 dagen na dagtekening van het vonnis een deugdelijk vrijwaringsbewijs te verstrekken aan [eiser] op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag (een deel van een dag daaronder begrepen) dat [gedaagde] daaraan niet voldoet, met een maximum van
€ 20.000,-.
4.6.
Nu het primair gevorderde onder I. zal worden toegewezen, bestaat er geen belang meer bij de bespreking van het subsidiair en meer subsidiair gevorderde onder II. en III. Ook is er geen belang meer om in te gaan op het gestelde schadeverleden en de mogelijk onjuiste kilometerstand. Hier zal de kantonrechter daarom aan voorbijgaan.
4.7.
Ingeval van non-conformiteit heeft de consument op grond van artikel 7:22 jo Pro 7:24 BW ook recht op schadevergoeding. [eiser] vordert een vergoeding voor de door haar als gevolg van de gebrekkige auto nodeloos gemaakte onderzoekskosten, motorrijtuigenbelasting, verzekeringspremies en schorsingskosten over de periode van
3 februari 2024 tot en met 14 augustus 2024 ter hoogte van € 933,92 (totaal motorrijtuigenbelasting € 471,31 + totaal verzekeringspremies € 433,51 + schorsingskosten € 29,10). [eiser] heeft naar het oordeel van de kantonrechter voldoende onderbouwd dat ze schade heeft geleden omdat ze eerdergenoemde kosten heeft moeten maken terwijl zij maar een korte periode gebruik heeft kunnen maken van de auto. [gedaagde] voert voorts geen verweer tegen deze vordering. De gevorderde schadevergoeding zal daarom worden toegewezen.
4.8.
In de dagvaarding stelt [eiser] overigens ook dat zij onderzoekskosten heeft gemaakt om te kunnen vaststellen wat er mis is met de auto, maar zij vordert hiervoor geen aparte kosten. Aan deze kosten zal de kantonrechter daarom voorbijgaan.
4.9.
[eiser] vordert tweemaal buitengerechtelijke incassokosten: eenmaal voor de hoofdsom ter hoogte van € 726,00 en eenmaal voor de schadevergoeding ter hoogte van
€ 169,52. De vorderingen moeten worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Zij heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. De gevorderde bedragen aan buitengerechtelijke incassokosten komen overeen met het in het Besluit bepaalde tarieven. [eiser] heeft echter onvoldoende onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht met betrekking tot de schadevergoeding afzonderlijk. Dit deel van de vordering zal daarom worden afgewezen. De kantonrechter zal een bedrag van € 726,00 aan buitengerechtelijke incassokosten toewijzen.
4.10.
De wettelijke rente zoals gevorderd onder IV. en V. zal worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. [gedaagde] heeft daar geen verweer tegen gevoerd.
4.11.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,90
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.218,90
4.12.
Voorts zal de veroordelen, zoals gevorderd en niet weersproken, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat de tussen partijen bestaande koopovereenkomst op
15 november 2024 buitengerechtelijk is ontbonden;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] de koopsom van € 4.750,00 terug te betalen; vermeerderd met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de hoofdsom vanaf de datum van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
5.3.
veroordeeld [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 933,92, bestaande uit motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies, vermeerderd met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de hoofdsom vanaf de datum van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een bedrag te betalen van € 726,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
5.4.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 7 dagen na dagtekening van het vonnis een deugdelijk vrijwaringsbewijs te verstrekken op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag met een maximum van € 20.000,00;
5.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.218,90, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A.Th. van Wijk en in het openbaar uitgesproken op
2 december 2025.
64444/ss