ECLI:NL:RBNNE:2025:5287

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
LEE 25/4153
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring bezwaar omgevingsvergunning voor nieuwbouw appartementenvilla

Op 3 december 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende de omgevingsvergunning voor de nieuwbouw van een appartementenvilla. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf had op 27 mei 2025 een omgevingsvergunning verleend, maar verklaarde het bezwaar van eisers niet-ontvankelijk omdat zij geen belanghebbenden zijn volgens artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eisers, inwoners van de gemeente, stelden dat zij wel belanghebbenden zijn omdat de gemeente het terrein aan de vergunninghouder had verkocht tegen dumpprijzen, wat zij als diefstal uit de gemeentekas beschouwen. De rechtbank oordeelde dat eisers geen zicht hebben op de planlocatie en dat hun belang bij een integer college niet persoonlijk genoeg is om als belanghebbende te worden aangemerkt. Daarom was het college gerechtigd om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank deed uitspraak zonder zitting, omdat het beroep kennelijk ongegrond was, zoals mogelijk gemaakt door artikel 8:54 van de Awb. De rechtbank verklaarde het beroep van eisers kennelijk ongegrond en wees het verzoek om een rechter-commissaris in te schakelen af, omdat eisers geen belanghebbenden zijn bij het besluit.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/4153

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 december 2025 in de zaak tussen

[eisers], uit [plaats], eisers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf.

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Zethoven Vastgoed Groep B.V. uit Heerenveen (de vergunninghouder).

Procesverloop

1. Met het besluit van 27 mei 2025 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor de nieuwbouw van een appartementenvilla op de locatie [locatie]. Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen dat besluit en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Dat verzoek is geregistreerd onder zaaknummer LEE 25/2414.
1.1.
Op 27 augustus 2025 heeft de voorzieningenrechter dat verzoek afgewezen omdat het verzoek kennelijk ongegrond is. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter zijn eisers namelijk geen belanghebbende bij het besluit de omgevingsvergunning te verlenen.
1.2.
Met het bestreden besluit van 16 september 2025 heeft het college het bezwaar van eisers niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbenden zijn in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eisers hebben hiertegen beroep ingesteld. Ook hebben eisers de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Dat verzoek is geregistreerd onder zaaknummer LEE 25/3773.
1.3.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Awb maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

Zijn eisers belanghebbende?
2. Eisers stellen dat zij wel belanghebbenden zijn bij het besluit de omgevingsvergunning te verlenen. Eisers voeren daartoe aan dat de gemeente het terrein waarop de vergunning ziet aan de vergunninghouder heeft verkocht tegen dumpprijzen, hetgeen diefstal is uit de gemeentekas. Omdat zij inwoners van de gemeente zijn, stellen eisers daarom belanghebbenden te zijn bij het besluit.
2.1.
Het college stelt zich op het standpunt dat eisers geen belanghebbenden zijn. Het college legt daaraan als eerste ten grondslag dat eisers geen zicht hebben op de planlocatie. Het college stelt ten tweede dat het belang van eisers bij een integer college en een integere gemeenteraad geen eigen en persoonlijk belang is dat rechtstreeks door het besluit wordt geraakt, omdat het zich onvoldoende van anderen onderscheidt.
2.2.
Alleen belanghebbenden kunnen bezwaar en beroep instellen tegen een besluit. Dit staat in artikel 7:1 en artikel 8:1 van de Awb. Op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Om van belanghebbendheid te kunnen spreken, moet sprake zijn van een objectief, persoonlijk, eigen, rechtstreeks én actueel belang bij het besluit waarmee de betrokkene zich onderscheidt van anderen. [1] Uitgangspunt daarbij is dat de betrokkene rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van het besluit.
2.3.
De rechtbank stelt vast dat eisers aan de [adres] wonen. De woning is gelegen op ongeveer 500 meter afstand van de planlocatie. Tussen de woning en de planlocatie staan meerdere gebouwen en bomen. Daardoor hebben eisers geen zicht op de planlocatie.
2.4.
De rechtbank overweegt verder dat het belang van eisers bij een integer college en een integere gemeenteraad zich onvoldoende onderscheidt van andere inwoners van de gemeente. Daarom hebben eisers geen persoonlijk belang bij het besluit.
2.5.
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat eisers geen belanghebbende zijn bij het besluit. Daarom heeft het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Mocht het college het bezwaar van eisers zelfstandig niet-ontvankelijk verklaren?
3. Eisers stellen verder dat het college het besluit om hun bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren niet mocht nemen zonder beoordeling door de commissie van advies voor de bezwaarschriften.
3.1.
Op grond van artikel 7:2, eerste lid, van de Awb, dient een bestuursorgaan belanghebbenden in de gelegenheid te stellen te worden gehoord, voordat het op het bezwaar beslist. Op grond van artikel 7:2, aanhef en onder a, van de Awb, kan van het horen van een belanghebbende worden afgezien als het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is.
3.2.
Gelet op hetgeen is overwogen onder 2.3 tot en met 2.5 zijn eisers geen belanghebbende bij het besluit de omgevingsvergunning te verlenen. Hun bezwaar tegen dat besluit was dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank oordeelt daarom dat het college in redelijkheid heeft kunnen afzien van het horen van eisers door de commissie van advies voor de bezwaarschriften.
Het verzoek om toepassing van artikel 8:12 van de Awb
4. Eisers hebben de rechtbank verzocht een rechter-commissaris in te schakelen. Hierin leest de rechtbank dat eisers haar verzoeken gebruik te maken van haar bevoegdheid om het vooronderzoek op te dragen aan een rechter-commissaris, als bedoeld in artikel 8:12 van de Awb.
4.1.
De rechtbank overweegt dat zij toepassing
kangeven aan de bevoegdheid in artikel 8:12 van de Awb. Het is aan de rechtbank om te bepalen of zij behoefte heeft aan een instructie door een rechter-commissaris. Gelet op hetgeen de rechtbank heeft overwogen onder 2.3 tot en met 2.5 zijn eisers geen belanghebbenden bij het besluit de omgevingsvergunning te verlenen, waardoor het college het bezwaar van eisers terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep is dan ook kennelijk ongegrond. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om het vooronderzoek of een deel daarvan op te dragen aan een rechter-commissaris.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Mulder, rechter, in aanwezigheid van E.D.M. Nijbroek, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 november 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3474, r.o. 5.2.