ECLI:NL:RBNNE:2025:5352
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule
Verzoekster heeft op 22 september 2025 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank stelde vast dat verzoekster een schuldenlast heeft van €15.296,87, waaronder belastingschulden en terugvorderingen van het UWV. De schulden zijn ontstaan tussen 2022 en 2024. De rechtbank oordeelde dat verzoekster ten aanzien van een deel van de schulden niet te goeder trouw was, waardoor zij in principe niet kon worden toegelaten tot de Wsnp.
Echter, op grond van de hardheidsclausule (artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro) kan de regeling toch worden toegewezen indien aannemelijk is dat verzoekster de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen. De rechtbank vond dat verzoekster sinds de instelling van beschermingsbewind op 23 april 2025 geen nieuwe schulden heeft gemaakt en zich bewust is van haar eerdere goedgelovigheid. Dit duidt op een bestendige gedragsverandering.
De rechtbank stelde de ingangsdatum van de Wsnp vast op 1 januari 2025, omdat verzoekster vanaf die datum maximaal heeft afgedragen en vanwege haar medische situatie niet in staat was om betaalde arbeid te verrichten. De Wsnp zal 18 maanden duren, tot 1 juli 2026. De rechtbank benoemde tevens een rechter-commissaris en gaf last aan de bewindvoerder voor correspondentie gericht aan verzoekster.
Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling met ingang van 1 januari 2025 voor een termijn van 18 maanden.