Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. De kantonrechter constateert dat de hiervoor genoemde data met betrekking tot de verschenen en verdere rente niet aaneensluitend zijn en elkaar doorkruisen. Hierdoor is het voor de kantonrechter onduidelijk tot wanneer de verschenen wettelijke rente werkelijk is berekend en vanaf wanneer de verdere wettelijke rente door [eiseres] wordt gevorderd. Deze onduidelijkheid dient voor rekening van [eiseres] te komen. De kantonrechter zal de reeds verschenen rente als onvoldoende onderbouwd afwijzen en de verdere wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro toewijzen over: