ECLI:NL:RBNNE:2025:5415

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
C/18/250340 KG RK 25-354
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
  • Th. A. Wiersma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 4 Wrakingsprotocol Rechtbank Noord-Nederland
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens overdracht zaak aan andere rechtbank

Verzoeker heeft op 27 november 2025 een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. W. Huizing, rechter, met betrekking tot een zaak die oorspronkelijk bij de rechtbank Noord-Nederland in behandeling was. Verzoeker baseerde het verzoek op het voornemen de zaak naar Rotterdam te verwijzen en verwees naar zijn persoonlijke omstandigheden.

De voorzitter van de wrakingskamer beoordeelde het verzoek en oordeelde dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was omdat de zaak op 5 juni 2025 was overgedragen aan de rechtbank Rotterdam en daardoor niet meer bij de rechtbank Noord-Nederland in behandeling was. Volgens artikel 4, tweede lid, van het Wrakingsprotocol kan een wrakingsverzoek zonder zitting worden afgewezen indien het verzoek niet ziet op een rechter die de zaak daadwerkelijk behandelt.

De voorzitter stelde dat het doel van het wrakingsverzoek, namelijk het voorkomen dat de rechter nog langer met de zaak bemoeienis heeft, niet meer bereikt kan worden omdat de gewraakte rechter niet langer de behandelende rechter is. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

De beslissing werd op 2 december 2025 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter van de wrakingskamer, mr. Th. A. Wiersma. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat de zaak niet meer bij de rechtbank Noord-Nederland in behandeling is.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Wrakingskamer
zaaknummer: C/18/250340 KG RK 25-354
Beslissing van 2 december 2025
van de voorzitter van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,verzoeker,
strekkende tot wraking van
mr. W. Huizing,rechter.

1.De procedure

1.1
Op 27 november 2025 heeft verzoeker een verzoek tot wraking ingediend.

2.Het wrakingsverzoek

2.1
In het verzoek tot wraking heeft verzoeker het zaaknummer [nummer]
genoemd. Verzoeker geeft aan dat de wraking is gebaseerd op het feit dat de rechter voornemens is om de zaak naar Rotterdam te sturen. Hierbij heeft verzoeker aangegeven dat hij op het moment staat ingeschreven in [plaats 1] , maar dat hij dakloos is en dat hij op het moment in een kamertje in [plaats 2] zit.

3.De beoordeling

3.1
Naar het oordeel van de voorzitter van de wrakingskamer is sprake van een kennelijk niet-ontvankelijk verzoek en daarom laat de voorzitter van de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank. Hierna legt de voorzitter van de wrakingskamer uit hoe hij tot deze beslissing is gekomen.
3.2
Op grond van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder e, van het Wrakingsprotocol Rechtbank Noord-Nederland (vastgesteld op 4 april 2023) kan de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren indien het verzoek geen betrekking heeft op de met de behandeling van de zaak belaste rechter of is gericht tegen het hele college.
3.3
De voorzitter van de wrakingskamer overweegt dat bij beslissing van 5 juni 2025 de zaak [nummer] is overgedragen van de rechtbank Noord-Nederland aan de rechtbank Rotterdam. Gelet hierop is deze zaak bij de rechtbank Noord-Nederland dan ook niet (meer) in behandeling. Artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het middel is toegekend aan een partij die wil voorkomen dat een rechter (nog langer) bemoeienis met de zaak heeft. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de zaak is overgedragen aan een andere rechtbank omdat de door verzoeker gewraakte rechter niet langer de rechter is die de zaak behandeld. Gelet hierop verklaart de voorzitter van de wrakingskamer het verzoek tot wraking van verzoeker van 27 november 2025 niet-ontvankelijk.

4.De beslissing

De voorzitter van de wrakingskamer verklaart het verzoek van 27 november 2025 van verzoeker niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. Th. A. Wiersma, voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.I. Havinga en in openbaar uitgesproken op 2 december 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.