Eiser diende vijf verzoeken in op grond van de Wet open overheid (Woo) om informatie te verkrijgen over een incident waarbij een geluidmeter op zijn erf beschadigd raakte. Verweerder, de directeur van de Omgevingsdienst Drenthe, verklaarde de bezwaren tegen het niet nemen van besluiten op deze verzoeken niet-ontvankelijk, omdat hij niet bevoegd was te beslissen en de mandaatregelingen dit niet voorzagen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht stelde dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen het verantwoordelijke bestuursorgaan is voor de Woo-verzoeken. Verweerder beschikte niet over documenten betreffende de opdrachtverstrekking, omdat deze telefonisch was gegeven, en dit werd voldoende onderbouwd. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat dergelijke documenten wel bij verweerder berusten.
Hoewel er sprake was van een motiveringsgebrek in één van de besluiten, werd dit gepasseerd omdat de toelichting op de zitting de strekking niet wijzigde. De rechtbank veroordeelde verweerder wel tot vergoeding van het griffierecht in die zaak. De beroepen werden ongegrond verklaard en verweerder werd bevestigd als niet-bevoegd bestuursorgaan voor de Woo-verzoeken.