Op 1 oktober 2025 diende verzoeker een verzoekschrift in tot vaststelling van een dwangakkoord ex artikel 287a Faillissementswet en tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. Het verzoek betrof een prognoseakkoord met een nul-aanbod aan schuldeisers, waarbij definitieve aflossing pas na 18 maanden kan worden vastgesteld. Alle schuldeisers behalve verweerder stemden in met het akkoord.
Verweerder weigerde finale kwijting te verlenen en wilde een aflossingsregeling zodra er afloscapaciteit ontstaat. Verzoeker is momenteel arbeidsongeschikt en ontvangt een uitkering vanwege burn-out klachten, mede veroorzaakt door zijn financiële situatie. De schuldhulpverlener gaf aan dat het aanbod het maximaal haalbare is.
De rechtbank overwoog dat een schuldeiser in beginsel vrij is om medewerking te weigeren, maar dat bij toewijzing van een bevel tot instemming terughoudendheid geboden is en slechts onder bijzondere omstandigheden kan worden toegewezen. Gezien de prognose en het feit dat 95% van de schuldeisers instemde, achtte de rechtbank de weigering van verweerder niet redelijk en wees het verzoek toe. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling werd als ingetrokken beschouwd.