Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2025:5456

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
C/18/249117 / FT RK 25/1108
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287b FwArt. 305 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing moratorium ter voorkoming ontruiming en bevordering schuldregeling

Verzoekster heeft op 14 oktober 2025 een verzoek ingediend tot toepassing van een moratorium op grond van artikel 287b Faillissementswet, gelijktijdig met een verzoek tot schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft op 15 oktober 2025 een tussenvonnis gewezen en de zaak verwezen naar de zitting van 17 november 2025, waarbij een tijdelijke voorziening werd getroffen.

Tijdens de zitting van 24 november 2025 verscheen verzoekster met haar schuldhulpverlener, maar de verhuurder was niet aanwezig. Verzoekster heeft verklaard dat haar woning in slechte staat verkeert met wateroverlast, schimmel en rioolvliegjes, terwijl de verhuurder geen herstelwerkzaamheden uitvoert. De huur voor oktober en november is tijdig voldaan. De schuldhulpverlener rapporteerde moeizaam contact met verzoekster en de verhuurder, en bevestigde de gebrekkige staat van de woning.

De rechtbank oordeelt dat het moratorium noodzakelijk is om verzoekster de kans te geven een minnelijke schuldregeling te treffen. Ondanks de huurachterstand is de betaling van toekomstige huur gewaarborgd. De voorziening wordt voor zes maanden toegekend, ingaande 15 oktober 2025, en vervalt indien de lopende verplichtingen niet worden nagekomen of het verzoek tot schuldsanering wordt ingetrokken. Het verzoek tot schuldsanering zelf wordt nog niet inhoudelijk behandeld.

De rechtbank schort de ontruiming op en verlengt de huurovereenkomst voor de duur van het moratorium. Tevens is bepaald dat de schuldhulpverlener uiterlijk twee weken voor het einde van het moratorium verslag uitbrengt over de voortgang.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot moratorium toe en schorst de ontruiming voor maximaal zes maanden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
zaaknummer: C/18/249117 / FT RK 25/1108

vonnis van 24 november 2025

in de zaak van:
[verzoekster], geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , hierna te noemen verzoekster,
tegen
[verhuurder], vertegenwoordigd door G.I.W., correspondentieadres [adres] , hierna te noemen de verhuurder.

PROCESGANG

Op 14 oktober 2025 is door verzoekster tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Faillissementswet (Fw).
Op 15 oktober 2025 heeft de rechtbank een tussenvonnis gewezen. Daarbij is de behandeling van de zaak verwezen naar de zitting van 17 november 2025, en is ter overbrugging van de tussenliggende periode een tijdelijke voorziening getroffen.
Bij de behandeling van de zaak is verzoekster verschenen tezamen met haar schuldhulpverlener, mevrouw [schuldhulpverlener] van de Volkskredietbank Noord-Oost Groningen.
Hoewel behoorlijk opgeroepen is de verhuurder niet verschenen.

RECHTSOVERWEGINGEN

De gevraagde voorziening houdt in het van toepassing verklaren van artikel 305 Fw Pro teneinde een ontruiming van de woning op 16 oktober 2025 te voorkomen.
Verzoekster heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat zij poogt een minnelijke schuldregeling met haar schuldeisers overeen te komen dan wel - als dat niet lukt - toelating tot de schuldsaneringsregeling zal verzoeken. De gevraagde voorziening is volgens noodzakelijk om rust te creëren, zodat de minnelijke schuldregeling kans van slagen heeft.
Op 10 november 2025 heeft de instelling die de buitengerechtelijke schuldregeling voor verzoekster uitvoert tussentijds verslag gedaan. Hieruit blijkt dat het contact met verzoekster wat moeizaam verloopt. Ze neemt niet op wanneer er wordt gebeld maar reageert wel op WhatsApp-berichten. De benodigde stukken heeft zij nog niet ingeleverd. Wel is de huur voor de maand november en het restant voor de maand oktober door verzoekster tijdig voldaan.
Ter zitting heeft verzoekster verklaard dat haar woning is zeer slechte staat verkeerd. Er staat een laag water in de slaapkamer, er is veel schimmel in de woning en ze heeft last van rioolvliegjes. De verhuurder weigert hier iets aan te doen. Verzoekster is naarstig op zoek naar een andere woning en hoopt tegen het eind van het jaar te kunnen verhuizen naar een recreatiepark in [plaats] . Verzoekster heeft inmiddels al wat stukken toegezonden, maar heeft moeite om overzicht te krijgen. Ze heeft een buddy toegewezen gekregen die haar daarmee gaat helpen.
De schuldhulpverlener is gestart met de inventarisatie van de schulden en voor verzoekster zal budgetbeheer worden opgestart. De schuldhulpverlener heeft bevestigd dat het contact met de verhuurder moeizaam loopt en dat de woning niet in orde is. Ook zijn er vraagtekens bij de hoogte van de huur. Hierover wordt contact gezocht met de deurwaarder. Mocht verzoeker op korte termijn verhuizen naar [plaats] , dan zal de schuldhulpverlener met de kredietbank in die regio en het dossier overdragen.
De rechtbank heeft geen kennis kunnen nemen van het standpunt van de verhuurder, aangezien deze niet bij de behandeling is verschenen noch schriftelijk verweer heeft gevoerd.
De rechtbank is van oordeel dat de gevraagde voorziening noodzakelijk en gerechtvaardigd is teneinde verzoekster in staat te stellen in het minnelijk traject tot overeenstemming te komen met de schuldeisers over een minnelijke schuldregeling. Van een situatie waarbij op voorhand duidelijk is dat de kans dat een minnelijke schuldregeling, gelet op de aard en de omvang van de schulden, tot stand komt zo klein is dat een moratorium niet gerechtvaardigd is, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. De rechtbank stelt weliswaar vast dat er een huurachterstand is ontstaan, maar constateert op basis van het verslag van de schuldhulpverlener dat de huur de afgelopen periode telkens tijdig en volledig is voldaan, zodat betaling van de toekomstige huur lijkt te zijn gewaarborgd.
Gelet op het belang van verzoekster om thans in relatieve rust aan de sanering van de schulden te kunnen gaan werken, acht de rechtbank de gevraagde voorziening dan ook gerechtvaardigd en zal het verzoek worden toegewezen. De rechtbank zal daarbij uitgaan van een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de datum van het tussenvonnis. Ter waarborging van de belangen van de verhuurder zal de rechtbank tevens bepalen dat de voorziening slechts geldt zolang de lopende verplichtingen uit de rechtsverhouding waar de voorziening betrekking op heeft tijdig en volledig worden voldaan.
Op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt thans nog niet beslist aangezien het minnelijk traject nog moet worden afgerond. Indien gedurende de looptijd van dit moratorium een minnelijke schuldregeling met de schuldeisers tot stand komt, dient dit zo spoedig mogelijk aan de rechtbank te melden en daarbij het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling in te trekken.

BESLISSING

De rechtbank
- schort de tenuitvoerlegging op van het op 26 augustus 2025 op verzoek van verhuurder uitgesproken vonnis tot ontruiming van de woning aan [adres] voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van deze voorziening;
- bepaalt dat genoemde voorziening geldt voor de duur van ten hoogste zes maanden, te rekenen vanaf 15 oktober 2025;
- bepaalt dat de voorziening in ieder geval vervalt op het moment dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt ingetrokken dan wel een beslissing daarop in kracht van gewijsde is gegaan;
- bepaalt dat genoemde voorziening vervalt als niet tijdig en volledig wordt voldaan aan de lopende verplichtingen uit de rechtsverhouding waar het moratorium betrekking op heeft;
- bepaalt dat degene die namens de buitengerechtelijke schuldregeling uitvoert, uiterlijk twee weken vóór het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b zesde lid Fw.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Idzenga en in het openbaar uitgesproken op
24 november 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.