ECLI:NL:RBNNE:2025:5457

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
C/18/21/189 R
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging van de schuldsaneringsregeling met schone lei na voldoening van nieuwe schuld

Op 5 december 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in de zaak van een schuldenares die onder de schuldsaneringsregeling valt. De schuldsaneringsregeling was op 22 september 2021 van toepassing verklaard en verlengd op 26 april 2024. Tijdens een verificatievergadering op 7 augustus 2025 heeft de bewindvoerder verslag uitgebracht over de beëindiging van de regeling. De rechtbank heeft de zaak behandeld op 19 september 2025, waar de schuldenares, haar moeder en de bewindvoerder aanwezig waren. De rechtbank moest beoordelen of de schuldenares tekortgeschoten was in haar verplichtingen. Uit de verslagen bleek dat de schuldenares haar boedelafdrachten had voldaan en dat er geen boedelachterstand meer was. De moeder van de schuldenares was bereid om de resterende belastingaanslagen te voldoen. De rechtbank concludeerde dat de schuldenares aan haar verplichtingen had voldaan en besloot de schuldsaneringsregeling met 'schone lei' te beëindigen. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld op € 5.991,78. De rechtbank heeft bepaald dat de schuldsaneringsregeling van rechtswege eindigt zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
zaaknummer: C/18/21/189 R

vonnis van 5 december 2025

in de zaak van:
[schuldenares], geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , hierna te noemen de schuldenares,
bewindvoerder: [bewindvoerder] .

PROCESGANG

Bij vonnis van deze rechtbank van 22 september 2021 is ten aanzien van de schuldenares de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.
Bij vonnis van 26 april 2024 is de looptijd van de schuldsaneringsregeling verlengd met twaalf maanden.
Op 7 augustus 2025 heeft een verificatievergadering inzake de schuldsaneringsregeling van de schuldenares plaatsgevonden.
Door de bewindvoerder is op 23 juni 2025 schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
De rechter-commissaris heeft de rechtbank voorgedragen de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
De zaak is behandeld ter zitting van 19 september 2025, alwaar de schuldenares is verschenen tezamen met haar moeder alsmede haar beschermingsbewindvoerder de heer
[beschermingsbewindvoerder] . De bewindvoerder is eveneens verschenen.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank dient te beoordelen of de schuldenares toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. In geval van een toerekenbare tekortkoming zal de rechtbank vervolgens beoordelen of dat tot de beëindiging van de schuldsaneringsregeling moet leiden onder onthouding van “de schone lei”.
Uit de verslagen van de bewindvoerder is het volgende gebleken. In het laatste kwartaal van 2024 zijn de aanslagen IB en ZVW en de daaraan gekoppelde beschikkingen huur- en zorgtoeslag en kindgebonden budget van de jaren 2022 en 2023 opgelegd. De nog openstaande aanslagen bedragen in totaal € 17.960,00. Door toedoen van de te betalen beschikkingen is gebleken dat de berekende boedelafdrachten voor de jaren 2022 en 2023 niet juist waren. De bewindvoerder heeft de beschikkingen huur- en zorgtoeslag en kindgebonden budget verwerkt in de eerder opgestelde vtlb-berekeningen van de jaren 2022 en 2023. De boedelafdrachten zijn per maand opnieuw berekend. Hieruit volgt dat de boedelachterstand van € 12.871,58, zoals die is gemeld op 10 januari 2024 en waarvoor een betalingsregeling is getroffen, volledig is voldaan. Er resteert, na verrekening van de nog achterstallige boedelafdrachten, een bedrag van € 1.172,23 aan teveel betaalde boedelafdracht, welke kan worden aangewend voor de betaling van de nieuwe schuld. De schuldenares kan daarnaast vanuit het budget bij de beschermingsbewindvoerder een bedrag van € 1.722,00 voldoen. De moeder van verzoekster is bereid het resterende deel van de aanslagen te betalen.
Ter zitting heeft de beschermingsbewindvoerder verklaard dat de schuldenares zich sinds het instellen van beschermingsbewind in 2023 goed houdt aan alle verplichtingen. Ze onderhoudt goed contact, kan rondkomen van het budget en is steeds blijven werken. Er is orde op zaken gesteld en de belastingaangiftes zijn aangepast.
De bewindvoerder heeft dit ter zitting bevestigd. De schuldenares heeft de drie openstaande belastingaanslagen inmiddels voldaan en er is geen boedelachterstand meer. Het enige openstaande punt is nu nog de resterende aanslagen van € 15.000,-. De moeder van de schuldenares is bereid deze aanslagen bij wijze van schenking te voldoen.
De rechtbank heeft de beslissing vervolgens aangehouden teneinde de moeder van de schuldenares in de gelegenheid te stellen om de nu nog openstaande vorderingen van de belastingdienst, welke dateren van na datum toelating tot de wsnp, te voldoen.
De bewindvoerder heeft op 18 november 2025 een overzicht van de belastingdienst toegezonden waaruit blijkt dat de betreffen aanslagen inmiddels volledig zijn voldaan.
Gelet op bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de schuldenares alsnog heeft voldaan aan haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. De rechtbank zal derhalve de schuldsaneringsregeling met ‘schone lei’ beëindigen.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder vaststellen. De vergoeding voor de bewindvoerder is berekend op € 5.991,78 (inclusief onkosten en omzetbelasting). Voor zover actief aanwezig is, kan de bewindvoerder de vergoeding als salaris opnemen. Voor zover de kosten van het griffierecht ad € 797,00 voor het deponeren van de slotuitdelingslijst niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.
Ingevolge artikel 356 lid 2 van de Faillissementswet (Fw) zal de schuldsaneringsregeling van rechtswege geëindigd zijn, zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Alsdan zijn de vorderingen die vallen onder de werking van de schuldsaneringsregeling van de schuldenares krachtens artikel 358 lid 1 Fw niet langer afdwingbaar.

BESLISSING

De rechtbank:
- verstaat dat de schuldsaneringsregeling van rechtswege zal zijn geëindigd zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden;
- stelt vast dat de schuldenaar niet is tekortgeschoten in de nakoming van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen;
- stelt het salaris voor de bewindvoerder, inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op
€ 5.991,78.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.F. Clement en in het openbaar uitgesproken op
5 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.