Eiseres diende een aanvraag in voor vergoeding van schade aan een mestkelder, nadat zij eerder een schikking met finale kwijting had getroffen met de NAM over deze schade. Het Instituut Mijnbouwschade (IMG) wees de aanvraag af wegens onbevoegdheid, omdat de schade reeds was afgehandeld via een vaststellingsovereenkomst.
Eiseres voerde aan dat toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd was vanwege de omvang van de schade en het procesverloop, waaronder de lange afhandelingstijd en de noodzaak tot schikking om andere schade te kunnen afhandelen. De rechtbank oordeelde dat de schikking met finale kwijting een vaststellingsovereenkomst is die het Instituut uitsluit van bevoegdheid.
De rechtbank stelde vast dat er geen bijzondere omstandigheden waren die onbillijkheden van overwegende aard zouden veroorzaken en dat er geen sprake was van een buitengewoon procesverloop. Daarom werd de hardheidsclausule niet toegepast en bleef het besluit van het Instituut in stand.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter J.Y.B. Jansen op 7 februari 2025.