ECLI:NL:RBNNE:2025:5572

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
LEE 25/5177
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake carbidschieten op oudejaarsdag in de gemeente Noardeast-Fryslân

Op 23 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over een verzoek om een voorlopige voorziening met betrekking tot carbidschieten op oudejaarsdag. Verzoekers, die sportpaarden houden, zijn het niet eens met de aanwijzing van een locatie voor het carbidschieten op 31 december 2025. Ze hebben bezwaar gemaakt tegen het aanwijsbesluit van de burgemeester van de gemeente Noardeast-Fryslân, waarin 55 locaties zijn aangewezen voor het carbidschieten. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, omdat de belangen van de verzoekers voldoende zijn gewaarborgd door de spelregels en het beoordelingskader die zijn opgesteld door de gemeente. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het carbidschieten zal plaatsvinden met inachtneming van bepaalde regels, zoals het gebruik van een melkbus met een maximale inhoud van 40 liter en het aanhouden van een afstand van minimaal 300 meter tot inrichtingen waar dieren worden gehouden. De voorzieningenrechter concludeert dat er geen aanleiding is voor het treffen van een voorlopige voorziening, waardoor het carbidschieten op de aangewezen locatie kan doorgaan. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/5177

uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 december 2025 in de zaak tussen

[naam 1] en [naam 2] , uit [woonplaats 1] , verzoekers

(gemachtigde: mr. ing. B.M. Brandenburg-Stroo),
en

de burgemeester van de gemeente Noardeast-Fryslân, verweerder

(gemachtigden: E. de Jong en A. Sjonger).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam 3] uit [woonplaats 2] (derde-partij).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over een aanwijsbesluit carbidschieten voor 31 december 2025. Verzoekers zijn het niet eens met de aanwijzing van één van de locaties. Zij verzoeken daarom om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Totstandkoming van het besluit en procesverloop

2. Verzoeker zijn woonachtig op het [adres 1] . Zij houden sportpaarden voor de dressuur. De voor carbidschieten aangewezen locatie die nu in geding is, betreft het [adres 2] waar derde-partij woonachtig is.
3. Voor carbidschieten op 31 december 2024 heeft verweerder bij aanwijsbesluit van 13 november onder meer deze locatie aangewezen. Hiertegen hebben verzoekers bezwaar gemaakt. Bij advies van 3 maart 2025 heeft de bezwaarcommissie geadviseerd het bezwaar gegrond te verklaren. Bij besluit van 22 april 2025 heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard en het besluit herroepen voor zover het de locatie in kwestie betreft.
4.1.
Bij aanwijsbesluit carbidschieten van 5 november 2025 heeft verweerder 55 locaties binnen de gemeente aangewezen waar op 31 december 2025 met carbid mag worden geschoten, waaronder het adres van derde-partij (hierna: de locatie).
4.2.
Op 4 december 2025 hebben verweerder en verzoekers overleg gehad, gevolgd door telefonische gesprekken op 8 en 10 december 2025. Op 15 december 2025 hebben verzoekers en derde-partij elkaar gesproken.
4.3.
Verzoekers hebben 11 december 2025 bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
4.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 18 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

5.1.
Zoals tussen partijen niet in geschil is, is het aanwijsbesluit een concretiserend besluit van algemene strekking op grond van artikel 2.73a, derde lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Noardeast-Fryslân 2020 (Apv). Dit artikel is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.
5.2.
Op de gemeentelijke website handelt een pagina over carbidschieten, met een mogelijkheid om de ‘Spelregels carbidschieten’ in te zien. Daarnaast heeft verweerder bij het verweerschrift het ‘Beoordelingskader carbidschieten’ overgelegd. Ter zitting hebben de gemachtigden van verweerder toegelicht dat dit geen beleidsregels zijn in de zin van Titel 4.3. van de Algemene wet bestuursrecht, maar dat dit een weergave is van de al langer gehanteerde vaste gedragslijn. Er wordt beleid ontwikkeld, maar dat proces is nu nog niet afgerond.
5.3.
De voorzieningenrechter overweegt dat het toetsingskader op dit moment lacunes vertoont. Dit beperkt voor de gemeentelijke handhavers de mogelijkheid om in geval van buitensporige overlast op te treden. Verzoekers hebben dit terecht aan de orde gesteld.
5.4.
Uit de stukken en na de behandeling ter zitting is echter wel duidelijk geworden welke situatie verweerder voor ogen heeft gehad bij het aanwijzen van de locatie. Deze situatie zal zijn dat het carbidschieten zal plaatsvinden met één melkbus met een inhoud van maximaal 40 liter, met afsluiting van de bus met zacht materiaal zoals een voetbal en niet met hard materiaal als een melkdeksel. Het schieten zal plaatsvinden op 551,8 meter afstand van het adres van verzoekers.
5.5.
De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat derde-partij voornemens is zich aan genoemde regels en genoemde afstand te houden. In dat geval wordt voldaan aan de ‘Spelregels carbidschieten’ en aan het ‘Beoordelingskader carbidschieten’, waarin onder meer is opgenomen dat minimaal een afstand van 300 meter wordt aangehouden tot inrichtingen waar dieren worden gehouden.
5.6.
Daarnaast is ter zitting aan de orde gekomen dat overleg tussen derde-partij en verzoekers kan leiden tot afspraken die de overlast voor de paarden van verzoekers beperken. Specifiek gaat het dan in ieder geval om de mogelijkheid dat de paarden enige tijd bij daglicht naar buiten gaan zonder dat er op dat moment carbid geschoten wordt.
5.7.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter wordt met het voorgaande voldoende aan de belangen van verzoekers tegemoetgekomen. Afweging van de betrokken belangen leidt daarom tot de conclusie dat er geen voorlopige voorziening getroffen hoeft te worden.

Conclusie en gevolgen

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het carbidschieten op de locatie door kan gaan op de wijze die hierboven is besproken. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Bijlage

Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Noardeast-Fryslân 2020
Artikel 2.73a Carbidschieten
1. Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een (melk)bus/container/opslagvat op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.
2. Carbidschieten is verboden.
3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor carbidschieten dat plaatsvindt op door de burgemeester aangewezen plaatsen op 31 december tussen 06:00 uur en 22:00 uur, mits:
a. daarbij gebruik gemaakt wordt van een (melk)bus/container/opslagvat met een maximale inhoud van 40 liter en
b. daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaren kunnen optreden voor mens en milieu.
4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.
5. Het is verboden op of aan de openbare weg gootsteenontstopper dan wel enig ander middel of stof bij zich te hebben met het kennelijke doel deze stof door middel van een thermische of chemische reactie in een afgesloten vat, bus, fles, ballon of ander soortgelijk voorwerp tot ontploffing te brengen.