de rechtbank mag bij haar beoordeling evenmin treden in het in het buitenland gevoerde rechtsgeding en de in het buitenland genomen beslissingen.
5. De verdediging heeft primair gesteld dat de officier van justitie in redelijkheid niet tot zijn beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging heeft kunnen komen. Deze stelling is niet nader onderbouwd met argumenten en behoeft daarmee geen bespreking.
6. De verdediging heeft subsidiair gesteld dat er sprake is van de facultatieve weigeringsgrond van artikel 19, eerste lid aanhef en onder h van de Verordening 2018/1805, omdat er sprake is van een manifeste schending van artikel 47 van het Handvest van de Europese Unie en van artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat het recht op behandeling binnen een redelijke termijn is geschonden omdat de Nederlandse autoriteiten pas na meer dan vijf jaar zijn overgegaan tot het innen van het opgelegde bedrag. Veroordeelde heeft gedurende die periode geen enkele berichtgeving ontvangen. Hierdoor is bij veroordeelde het gerechtvaardigd vertrouwen ontstaan dat de beslissing niet aan Nederland zou worden overgedragen. De erkenning van de Belgische beslissing zou in deze omstandigheden in strijd zijn met een goede procesorde en rechtsorde en diende daarom te worden
geweigerd. Daarnaast is gesteld dat veroordeelde door een conversiestoornis indertijd lichamelijk en geestelijk niet in staat was om beroep aan te tekenen tegen de in België genomen beslissing.
Veroordeelde heeft daarnaast aangegeven dat zij van haar Belgische advocaat te horen had gekregen dat hoger beroep niets uit zou maken en dat zij de eerste Nederlander zou zijn die het opgelegde bedrag ook feitelijk zou moeten betalen. Hierdoor zou veroordeelde geen effectieve verdediging hebben kunnen voeren. Veroordeelde blijft bovendien van mening dat zij onschuldig is.
7. De officier van justitie heeft aangevoerd dat de door de verdediging gegeven argumenten niet kunnen leiden tot mogelijke toepassing van enige facultatieve weigeringsgrond.
8. De rechtbank overweegt als volgt.
9. Er is in de onderhavige zaak geen sprake van een vervolging van veroordeelde maar van de tenuitvoerlegging van een tegen veroordeelde gewezen en inmiddels onherroepelijk geworden vonnis.
Uit het recht volgt niet dat overschrijding van een bepaald tijdverloop
tussen het onherroepelijk worden van het vonnis en de tenuitvoerlegging daarvan - binnen de wettelijke executietermijn - in strijd is met een goede procesorde of rechtsorde. Het openbaar ministerie heeft daarnaast aangegeven dat de Belgische autoriteit in juni 2023 nog een betalingsherinnering heeft gestuurd naar het Nederlandse woonadres van veroordeelde.
Ten overvloede geldt dat uit het recht niet voortvloeit dat uit het enkele verstrijken van tijd een gerechtvaardigd vertrouwen voortvloeit dat de bevoegde autoriteit ook in de toekomst niets zal doen.
10. De rechtbank mag bij haar beoordeling niet treden in het in het buitenland gevoerde rechtsgeding en de in het buitenland genomen beslissingen. Dat veroordeelde geen beroep heeft ingesteld tegen de gewezen beslissing is daarmee een gegeven dat verder niet door de rechtbank getoetst kan worden. Hetzelfde geldt voor de stelling van veroordeelde dat zij het feit niet heeft gepleegd.
11. Een mededeling van een Belgische advocaat over de kans dat de beslissing daadwerkelijk tenuitvoergelegd zal worden, wekt geen gerechtvaardigd vertrouwen op. Het is immers niet de advocaat die beslist of de bevoegde autoriteit wel of niet gebruik zal maken van de bij de wet geregelde mogelijkheden om de beslissing ten uitvoer te leggen.
12. De rechtbank verwerpt de gevoerde verweren.
13. De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie in redelijkheid heeft kunnen afzien van het gebruikmaken van een van de weigeringsgronden van artikel 19 van Verordening 2018/1805 en dat hij in redelijkheid tot de beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging heeft kunnen komen. De rechtbank zal het ingestelde beroep dan ook ongegrond verklaren.