ECLI:NL:RBNNE:2025:5607
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep op erkenning en tenuitvoerlegging van een Belgische beslissing tot confiscatie
Op 4 maart 2025 heeft de veroordeelde beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie van 28 januari 2025, die de erkenning en tenuitvoerlegging van een Belgische confiscatiebeslissing van 31 mei 2017 betrof. De confiscatie betrof een bedrag van 100.000 euro, waarvan nog 99.600 euro ten uitvoer gelegd moest worden. De mondelinge behandeling vond plaats op 10 september en 3 december 2025, waarbij de veroordeelde werd bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Nieuwburg, en het openbaar ministerie vertegenwoordigd was door officier van justitie mr. A.J. Kemkers.
De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, is bevoegd om het beroep te behandelen. Het beroep is tijdig en correct ingesteld. De toetsing vindt plaats op basis van de Verordening (EU) 2018/1805 en artikel 39 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (WWETGC). De rechtbank moet toetsen of de officier van justitie in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen, zonder in het buitenlandse rechtsgeding te treden.
De raadsman heeft aangevoerd dat het certificaat onvolledig of manifest onjuist is, omdat het vermeldt dat de veroordeelde in Nederland woont en geen Belgische belangen heeft. De officier van justitie heeft echter aangetoond dat er een afbetalingsregeling van 50 euro per maand is toegekend, wat de eerdere informatie corrigeert. De rechtbank concludeert dat de officier van justitie in redelijkheid heeft kunnen afzien van de weigeringsgronden en verklaart het beroep ongegrond. De beslissing is op 17 december 2025 genomen door de rechtbank.