Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[veroordeelde] ,
- tenuitvoerlegging disproportioneel is en zal leiden tot ernstige financiële ontwrichting;
- hij geen binding met België heeft en er geen praktisch belang of noodzaak is om de beslissing via Nederlandse autoriteiten ten uitvoer te leggen;
- het confiscatiebevel een vervolgstraf is na de strafrechtelijke afdoening waardoor het essentieel is dat de Nederlandse staat een proportionaliteitstoets toepast waarbij het EVRM vereist dat wordt gekeken naar draagkracht en individuele omstandigheden;
- er sprake is van schending van artikel 11 van Pro de Verordening 2018/1805 (onevenredige tenuitvoerlegging) en overtreding van de verplichtingen uit de artikelen 4:5, 4:93 en 4:94 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).