ECLI:NL:RBNNE:2025:5628
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen invordering dwangsom opslag autowrakken
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een beschikking van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân tot invordering van een dwangsom van €6.000 wegens het niet beëindigen van het opslaan van autowrakken op een niet aaneengesloten bodemvoorziening.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat verzoeker niet heeft gereageerd op herhaalde verzoeken om zijn spoedeisend belang te onderbouwen, ondanks meerdere aanmaningen via e-mail en brief. Hierdoor is niet gebleken dat verzoeker in financiële nood verkeert, wat noodzakelijk is voor het aannemen van spoedeisend belang bij een financieel geschil.
Omdat er geen sprake is van spoedeisend belang en het bestreden besluit niet evident onrechtmatig is, is het verzoek kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen en wijst het verzoek af.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, en de uitspraak is gedaan zonder zitting op 19 december 2025 door de voorzieningenrechter L. Mulder.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de invordering van de dwangsom wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en gegrondheid van het besluit.