ECLI:NL:RBNNE:2025:564
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning bouw recreatiewoning
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening van verzoeker tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen heeft verleend voor de bouw van een recreatiewoning op een perceel naast dat van verzoeker.
Verzoeker betoogt dat het maximaal aantal recreatiewoningen op grond van het bestemmingsplan is overschreden en dat de woning niet binnen de bestemming past, hetgeen leidt tot waardevermindering, verstoring van rust en privacy, en nadelige gezondheidseffecten. Het college stelt dat de vergunning terecht is verleend, mede op basis van een ruimtelijke onderbouwing en het feit dat de woning op een recreatiepark wordt gebouwd.
De voorzieningenrechter overweegt dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan, maar dat het college hiervoor een omgevingsvergunning voor afwijking heeft verleend met een onderbouwing die niet inhoudelijk is betwist. De belangen van verzoeker wegen niet zwaarder dan het belang van het versterken van de recreatieve bestemming. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat geen sprake is van gelijke gevallen.
Gelet op het spoedeisend belang en de belangenafweging ziet de voorzieningenrechter geen reden om de voorlopige voorziening toe te wijzen. De vergunninghouder kan gebruik maken van de vergunning en er is geen aanleiding voor vergoeding van kosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de bouw van een recreatiewoning wordt afgewezen.