Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2025:5655

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
LEE 25/5363
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbWet maatschappelijke ondersteuning 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening schorsing nieuw toegevoegde voorwaarden Wmo-voorziening

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit van 22 augustus 2025, waarin een voorziening verblijf met 24-uurs toezicht is toegekend, te schorsen voor zover het betrekking heeft op nieuw toegevoegde voorwaarden en sancties in het onderzoeksverslag van 13 augustus 2025.

Het college heeft bevestigd dat alleen het onderzoeksverslag van 30 juli 2025 onderdeel uitmaakt van het besluit en dat het latere verslag met nieuwe voorwaarden niet is meegenomen. Hierdoor heeft verzoeker feitelijk bereikt wat hij wilde.

De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker geen procesbelang meer heeft bij het verzoek om voorlopige voorziening en wijst het verzoek daarom af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 31 december 2025.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/5363

uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 december 2025 in de zaak tussen

[naam uit woonplaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
1.2.
Met het bestreden besluit van 22 augustus 2025 heeft het college aan verzoeker voor de periode 31 juli 2025 tot en met 30 juli 2027 de voorziening verblijf met 24-uurs toezicht op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) toegekend. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoeker heeft aangevoerd dat in het onderzoeksverslag van 13 augustus 2025, waarnaar in het bestreden besluit wordt verwezen, wijzigingen staan ten opzichte van het eerder opgestelde (en wel door hem ondertekende) onderzoeksverslag van 30 juli 2025 waar hij het niet mee eens is. Het gaat dan om in dat verslag nieuw toegevoegde voorwaarden en sancties. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd om de voorlopige voorziening te treffen dat het bestreden besluit wordt geschorst voor zover het betreft de in het onderzoeksverslag van 13 augustus 2025 opgenomen nieuw toegevoegde voorwaarden en sancties.
3. Het college heeft de voorzieningenrechter op 30 december 2025 bericht dat zij heeft kennisgenomen van het feit dat er blijkbaar twee versies van het onderzoeksverslag zijn opgesteld. Het college heeft verder aangegeven dat enkel het onderzoeksverslag van
30 juli 2025 onderdeel uitmaakt van het besluit van 22 augustus 2025.
4. De rechtbank is van oordeel dat verzoeker geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van zijn verzoek. Verzoeker heeft immers bereikt wat hij om heeft verzocht: niet het onderzoeksverslag van 13 augustus 2025 met de nieuw toegevoegde voorwaarden en sancties maakt onderdeel uit van het bestreden besluit van 22 augustus 2025, maar het onderzoeksverslag van 30 juli 2025.

Conclusie en gevolgen

5. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van H. Siebers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 31 december 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.