ECLI:NL:RBNNE:2025:5699

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
C/18/249129 / FT RK 25/1111
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord wegens onvoldoende transparantie en onvolledige inkomstenverantwoording

Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden waarbij preferente en concurrente schuldeisers een klein percentage van hun vorderingen ontvangen. Dit akkoord is door alle schuldeisers behalve de verweerders aanvaard. Verweerders betwisten het aanbod vanwege onduidelijkheden, met name over de huurprijs en de inkomsten uit een door de partner geëxploiteerde Bed & Breakfast (B&B).

De rechtbank constateert dat de partner van verzoeker inkomsten uit de B&B heeft, maar dat deze niet zijn meegenomen in de berekening van het vrij te laten bedrag (vtlb). De schuldhulpverlener heeft geen onderzoek gedaan naar deze inkomsten en beschikt niet over onderliggende stukken. Hierdoor is het aanbod onvoldoende gedocumenteerd en niet transparant.

De rechtbank benadrukt dat schuldeisers in beginsel vrij zijn om een schuldregeling te weigeren en dat een bevel tot instemming slechts onder bijzondere omstandigheden kan worden gegeven. Gezien het ontbreken van inzicht in de inkomsten van de partner, oordeelt de rechtbank dat verweerders terecht hun instemming hebben geweigerd.

Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt daarom afgewezen. Verzoeker krijgt de gelegenheid om binnen een gestelde termijn aan te geven of hij zijn verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) handhaaft. Bij uitblijven van reactie wordt het Wsnp-verzoek als ingetrokken beschouwd.

Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt afgewezen wegens onvoldoende transparantie en het niet meenemen van de inkomsten van de partner in de vtlb-berekening.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Assen
zaaknummer: C/18/249129 / FT RK 25/1111

vonnis van 22 december 2025

in de zaak van:
[verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1944 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: verzoeker,
tegen
De erven van de heer [verweerders],
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: verweerders.

PROCESGANG

Op 14 oktober 2025 is ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift tot vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet (Fw) en tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) ontvangen. Beide verzoeken zijn ingediend door de Gemeentelijke Kredietbank (hierna: de GKB).
Het verzoekschrift tot vaststelling van een dwangakkoord is behandeld ter zitting van
8 december 2025. Verzoeker heeft de heer [schuldhulpverlener] van de GKB (hierna te noemen: de schuldhulpverlener) gemachtigd om namens hem het woord te voeren op de zitting. Hoewel daartoe deugdelijk te zijn opgeroepen, is er niemand namens verweerders verschenen.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

RECHTSOVERWEGINGEN

Verzoeker heeft op 15 oktober 2024 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers. Dit akkoord houdt – samengevat – in: betaling ineens van 0,31% op de vorderingen van de preferente schuldeisers en 0,16% op de vorderingen van de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting voor het restant. Verzoeker heeft hiertoe een bedrag van € 979,47 gespaard.
De schuldregeling is door alle schuldeisers behalve verweerders aanvaard.
Verweerders hebben kort samengevat niet ingestemd, omdat het aanbod verschillende vragen oproept. Zo betaalt verzoeker een (te) lage huur, afgezet tegen de marktwaarde van de woning (met daarin een onderneming) waarin hij woont. Ook huurt verzoeker nu de woning waarvan hij voorheen eigenaar was. Verder exploiteert de partner van verzoeker een Bed & Breakfast (hierna: B&B) in de woning, waar gasten volgens de website alleen contant kunnen betalen. Verweerders hebben verzoeker verzocht op dit punt meer duidelijkheid te geven, maar zij zijn van mening dat zij op hun vragen geen antwoord hebben gekregen. De rechtbank begrijpt uit het verweer dat verweerders zich op het standpunt stellen dat het aanbod niet voldoende transparant is om te kunnen beoordelen of verzoeker het maximaal haalbare heeft aangeboden.
Verzoeker heeft de rechtbank verzocht om verweerders te bevelen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij een AOW-uitkering ontvangt. Daarnaast is sprake van gezondheidsproblematiek. Volgens verzoeker is het aanbod het maximaal haalbare.
Desgevraagd heeft de schuldhulpverlener op de zitting verklaard dat geen rekening is gehouden met eventuele inkomsten die de partner uit de B&B ontvangt. De schuldhulpverlener heeft van 2025 geen onderliggende stukken en hij heeft verder ook geen onderzoek gedaan naar de inkomsten die uit de B&B worden verkregen.

BEOORDELING

De rechtbank stelt voorop dat het een schuldeiser in beginsel vrijstaat zijn medewerking aan een door de schuldenaar aangeboden schuldregeling – waarbij hij slechts een (beperkt) deel van zijn vordering betaald krijgt en voor het restant afstand moet doen van zijn recht op voldoening – te weigeren en dat bij toewijzing van een bevel tot instemming terughoudendheid geboden is. Slechts onder zeer bijzondere omstandigheden kan er plaats zijn voor een bevel tot instemming waarbij het in beginsel op de weg van de schuldenaar ligt de specifieke feiten en omstandigheden te stellen en, zo nodig, te bewijzen, waaruit kan worden afgeleid dat de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming met het akkoord heeft kunnen komen. Daarbij zal mede in aanmerking worden genomen de (on)evenredigheid tussen het belang dat de schuldeiser heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van de schuldenaar of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad.
Blijkens de wetsgeschiedenis (MvT Kamerstukken II 2004/05, 29 942, nr. 3 p. 18) bij de totstandkoming van art. 287a Fw kan een groot aantal toetsingscriteria van belang zijn bij de beantwoording van de vraag of de desbetreffende weigerende schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen. Zo is onder meer van belang of het voorstel goed en betrouwbaar is gedocumenteerd.
De rechtbank stelt vast dat het inkomen van de partner is bepaald op nihil en daardoor in het geheel niet is meegenomen in de berekening van het vrij te laten bedrag, terwijl met een inkomen wel rekening had moeten worden gehouden nu verzoeker met zijn partner een gezamenlijke huishouding voert. De hoogte van het inkomen van de partner van verzoeker heeft namelijk invloed op de hoogte van het vrij te laten bedrag van verzoeker. Nu daarmee geen rekening is gehouden en ook in het geheel niet inzichtelijk is hoeveel inkomsten er uit de B&B worden verkregen, kan niet worden gesteld dat het aanbod voldoende transparant is om te kunnen beoordelen of het aanbod het maximaal haalbare is voor verzoeker. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verweerders dan ook in redelijkheid tot weigering van instemming met de schuldregeling kunnen komen. Het verzoek zal dus worden afgewezen.
Nu het verzoek is afgewezen, zal de rechtbank verzoeker tot 8 januari 2025 in de gelegenheid stellen om kenbaar te maken of hij zijn toelatingsverzoek tot de Wsnp handhaaft. Wanneer de rechtbank op 8 januari 2025 niet van verzoeker heeft vernomen, zal het Wsnp-verzoek als ingetrokken worden beschouwd.

BESLISSING

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.J. Klijn, en in het openbaar uitgesproken op
22 december 2025, in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.