ECLI:NL:RBNNE:2025:5700
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks niet te goeder trouw bij belastingschulden
Verzoeker diende op 9 september 2025 een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank behandelde het verzoek op 8 december 2025, waarbij verzoeker en zijn hulpverleners verschenen. Verzoeker heeft een schuldenlast van €87.829,05, waarvan €50.120,00 aan belastingschulden, deels binnen de driejaarstermijn. De schulden zijn deels ontstaan door zijn onderneming die in januari 2025 werd gestaakt.
De rechtbank constateerde dat verzoeker niet te goeder trouw was ten aanzien van de belastingschulden en dat het zwart bijverdienen niet past binnen de WSNP. Desondanks werd het verzoek op grond van de hardheidsclausule (artikel 288 lid 3 Fw Pro) toegewezen, omdat verzoeker zijn problematiek onder controle heeft gekregen, fulltime in loondienst werkt en stappen heeft gezet met hulpverlening.
Het verzoek om een eerdere ingangsdatum werd afgewezen. De rechtbank stelde de duur van de regeling vast op 18 maanden vanaf het vonnis en benoemde een rechter-commissaris en bewindvoerder. Het vonnis werd uitgesproken op 17 december 2025 door mr. D.J. Klijn.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt toegewezen op grond van de hardheidsclausule, met een regeling van 18 maanden.