Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van 17 december 2025
wonende te [adres ] ,
hierna te noemen: verzoeker.
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak heeft verzoeker op 13 juni 2025 een verzoekschrift ingediend voor de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek is behandeld op 8 december 2025, waarbij verzoeker aanwezig was met zijn schuldhulpverlener van de Gemeentelijke Kredietbank. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker in een toestand verkeert waarin hij niet in staat is zijn schulden te betalen, en dat zijn schulden zijn ontstaan door het exploiteren van hennepkwekerijen in de jaren 2012, 2017 en 2022. De rechtbank heeft geconstateerd dat deze schulden buiten de driejaarstermijn vallen, wat een belangrijke factor is in de beoordeling van het verzoek.
De rechtbank heeft overwogen dat verzoeker in de afgelopen jaren heeft geprobeerd zijn schuldenlast te verlichten, maar dat zijn eerdere pogingen tot hennepteelt niet hebben geleid tot een oplossing van zijn financiële problemen. Verzoeker heeft tijdens de zitting verklaard dat hij van zijn verleden heeft geleerd en dat hij nu in staat is om zijn vaste lasten zelfstandig te betalen. De schuldhulpverlener heeft bevestigd dat verzoeker goed heeft meegewerkt in het minnelijk traject.
Uiteindelijk heeft de rechtbank besloten het verzoek tot toepassing van de WSNP toe te wijzen, met een termijn van 18 maanden, te rekenen vanaf de datum van het vonnis. De rechtbank heeft mr. S. van Gessel benoemd tot rechter-commissaris en mr. F.S.E. Cremers tot bewindvoerder. De uitspraak is gedaan op 17 december 2025, en verzoeker kan binnen acht dagen na deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.