ECLI:NL:RBNNE:2025:5708
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks schulden in afgelopen drie jaar
Verzoeker diende op 15 september 2025 een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) wegens een schuldenlast van bijna €205.000,-, ontstaan onder meer na een langdurige ziekteperiode en het beëindigen van een onderneming. De rechtbank stelde vast dat verzoeker niet volledig te goeder trouw was bij het ontstaan van een deel van de schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek, wat normaal gesproken een weigeringsgrond vormt.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat op grond van de hardheidsclausule in artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro het verzoek toch kan worden toegewezen indien aannemelijk is dat de oorzaak van de schuldenproblematiek onder controle is. Uit het dossier en de zitting bleek dat verzoeker een bestendige gedragsverandering heeft doorgemaakt, met beëindiging van de onderneming, het zoeken van financiële en psychologische hulp, het instellen van beschermingsbewind en het actief solliciteren.
De rechtbank concludeerde dat verzoeker zich volledig wil inzetten voor een schuldenvrije toekomst en dat de situatie wezenlijk is verbeterd ten opzichte van de periode waarin de schulden ontstonden. Daarom werd het verzoek tot toepassing van de WSNP toegewezen voor een termijn van 18 maanden vanaf de datum van het vonnis.
Daarnaast werd mr. H.J. Idzenga benoemd tot rechter-commissaris en de bewindvoerder gemachtigd tot het openen van aan verzoeker gerichte brieven en telegrammen. Verzoeker kan binnen acht dagen hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt toegewezen voor een termijn van 18 maanden.