ECLI:NL:RBNNE:2025:5713
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Toelatingsverzoek WSNP met beroep op hardheidsclausule
In deze zaak heeft verzoekster op 22 oktober 2025 een verzoekschrift ingediend voor de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De schuldhulpverlener heeft aanvullende stukken ingediend en het verzoek is behandeld op 3 december 2025. Verzoekster, die in een moeilijke financiële situatie verkeert, heeft een schuldenlast van ruim € 22.000,-. De schulden zijn ontstaan door de psychische problemen van haar partner, waardoor zij de financiën overnam en in de veronderstelling verkeerde dat rekeningen automatisch werden geïncasseerd. Dit leidde tot betalingsachterstanden en uiteindelijk tot het indienen van het verzoekschrift.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoekster niet als te goeder trouw kan worden aangemerkt, omdat de schulden zijn ontstaan in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek. Echter, op basis van artikel 288 lid 3 van de Faillissementswet kan het verzoek toch worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat verzoekster de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen. De rechtbank oordeelt dat verzoekster, door zelfstandig hulp te zoeken en budgetbeheer te hebben, haar situatie heeft verbeterd. Ze is gemotiveerd om aan haar schulden te werken en heeft een stabiele financiële situatie.
De rechtbank besluit om de WSNP toe te passen, met een ingangsdatum van 10 augustus 2025, en stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden. De rechtbank benoemt mr. H.J. Idzenga tot rechter-commissaris en wijst het meer of anders verzochte af. Het vonnis is uitgesproken op 10 december 2025.