ECLI:NL:RBNNE:2025:5717
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toelatingsverzoek WSNP wegens onduidelijkheid over goede trouw en instabiliteit verslaving
Op 10 december 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in de zaak van een verzoeker die een toelatingsverzoek voor de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) had ingediend. De verzoeker, geboren in 1982 en handelend onder een handelsnaam, had te maken met een aanzienlijke schuldenlast van ruim € 141.000,-, voornamelijk ontstaan tussen 2023 en 2025. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verzoeker sinds 1 april 2004 een onderneming drijft in de agrarische sector, maar dat hij te maken heeft gehad met diverse tegenslagen, waaronder de verliezen van zijn veestapel door blauwtong en voerproblemen. Daarnaast heeft de verzoeker te maken gehad met persoonlijke problemen, waaronder alcoholmisbruik, waarvoor hij sinds mei 2025 in behandeling is.
De rechtbank heeft het verzoek tot WSNP afgewezen, omdat niet voldoende aannemelijk was gemaakt dat de verzoeker te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek. De rechtbank heeft opgemerkt dat de verslaving van de verzoeker nog te instabiel is en dat er aanwijzingen zijn dat de verzoeker niet eerlijk heeft gehandeld, zoals het niet melden van de verkoop van een mestscheider en het niet op de hoogte stellen van de leasemaatschappij over de status van geleasede machines. De rechtbank concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die aanleiding geven om de verzoeker toch toe te laten tot de schuldsaneringsregeling.
Met de afwijzing van het WSNP-verzoek herleeft het faillissementsverzoek van de schuldeisers van rechtswege zodra de afwijzing onherroepelijk is geworden. De rechtbank heeft de beslissing openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.