ECLI:NL:RBNNE:2025:5766
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroepen tegen acht verkeersboetes wegens termijnoverschrijding
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen acht boetes opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De boetes betreffen onder meer het niet dragen van een helm, het niet afsluiten van de vereiste verzekering voor bromfietsen, en het niet correct bevestigen van kentekenplaten.
De kantonrechter heeft de beroepen op 15 december 2025 behandeld, waarbij betrokkene digitaal is gehoord vanwege verblijf in Spanje. In alle zaken is vastgesteld dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld en dat de beroepen te laat zijn ingediend, met overschrijding van de zeswekentermijn. Betrokkene voerde persoonlijke omstandigheden aan, waaronder psychische klachten en financiële problemen, maar deze werden onvoldoende geacht om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen.
De kantonrechter oordeelt dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn. Tijdens de zitting is toegezegd dat het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) de administratieve verhogingen zal intrekken, zodat alleen de originele boetebedragen blijven staan. Betrokkene wordt geadviseerd zijn adresgegevens bij officiële instanties te actualiseren en verzekeringen voor voertuigen te regelen om toekomstige boetes te voorkomen.
Uitkomst: De beroepen tegen acht verkeersboetes zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening; administratieve verhogingen worden ingetrokken.