Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2025:5766

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
11670531 BU VERZ 25-879
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 11 WahvArtikel 6:7 AwbArtikel 6:8 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van beroepen tegen acht verkeersboetes wegens termijnoverschrijding

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen acht boetes opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De boetes betreffen onder meer het niet dragen van een helm, het niet afsluiten van de vereiste verzekering voor bromfietsen, en het niet correct bevestigen van kentekenplaten.

De kantonrechter heeft de beroepen op 15 december 2025 behandeld, waarbij betrokkene digitaal is gehoord vanwege verblijf in Spanje. In alle zaken is vastgesteld dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld en dat de beroepen te laat zijn ingediend, met overschrijding van de zeswekentermijn. Betrokkene voerde persoonlijke omstandigheden aan, waaronder psychische klachten en financiële problemen, maar deze werden onvoldoende geacht om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen.

De kantonrechter oordeelt dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn. Tijdens de zitting is toegezegd dat het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) de administratieve verhogingen zal intrekken, zodat alleen de originele boetebedragen blijven staan. Betrokkene wordt geadviseerd zijn adresgegevens bij officiële instanties te actualiseren en verzekeringen voor voertuigen te regelen om toekomstige boetes te voorkomen.

Uitkomst: De beroepen tegen acht verkeersboetes zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening; administratieve verhogingen worden ingetrokken.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummers: 259044088, 259811222, 254210470, 258861640, 264752805, 259811220, 258861641 en 264752806
zaaknummers: 11670454 BU VERZ 25-872, 11670465 BU VERZ 25-873, 11670476 BU VERZ 25-874, 11670488 BU VERZ 25-875, 11670495 BU VERZ 25-876, 11670503 BU VERZ 25-877, 11670519 BU VERZ 25-878 en 11670531 BU VERZ 25-879

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van15 december 2025

in de zaken van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] , Spanje.

Inleiding

1. Aan betrokkene zijn acht boetes opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
1.1.
De eerste overtreding (25-872) waarvoor een boete is opgelegd is: R536A – ‘bestuurder of passagier brom/snorfiets, brommobiel draagt geen goedgekeurde, goedpassende/deugdelijk bevestigde helm’, verricht op 29 juni 2023, om 16:42 uur, op de Woelwijk in Leeuwarden, met een snorfiets, met kenteken [kenteken 1] . De opgelegde boete bedraagt € 109,00 (inclusief administratiekosten).
1.2.
De tweede overtreding (25-873) waarvoor een boete is opgelegd is: A902 – ‘voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden’, geconstateerd bij een registercontrole door de RDW Veendam, op 19 juni 2023, om 17:03 uur, betreffende een snorfiets, met kenteken [kenteken 2] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).
1.3.
De derde overtreding (25-874) waarvoor een boete is opgelegd is: A902 – ‘voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden’, geconstateerd bij een registercontrole door de RDW Veendam, op 20 oktober 2022, om 17:06 uur, betreffende een snorfiets, met kenteken [kenteken 3] . De opgelegde boete bedraagt € 379,00 (inclusief administratiekosten).
1.4.
De vierde overtreding (25-875) waarvoor een boete is opgelegd is: P340B – ‘de losbreekreminrichting is niet op de vereiste wijze met het trekkend voertuig verbonden’, verricht op 24 juni 2023, om 13:56 uur, op de N31 bij Opeinde, met een personenauto, met kenteken [kenteken 4] . De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
1.5.
De vijfde overtreding (25-876) waarvoor een boete is opgelegd is: A902 – ‘voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden’, geconstateerd bij een registercontrole door de RDW Veendam, op 30 januari 2024, om 17:06 uur, betreffende een snorfiets, met kenteken [kenteken 5] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).
1.6.
De zesde overtreding (25-877) waarvoor een boete is opgelegd is: A902 – ‘voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden’, geconstateerd bij een registercontrole door de RDW Veendam, op 19 juni 2023, om 17:03 uur, betreffende een snorfiets, met kenteken [kenteken 6] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).
1.7.
De zevende overtreding (25-878) waarvoor een boete is opgelegd is: N010C – ‘niet voorzien juiste ktpla(a)t(en) of ktpla(a)t(en) vtg geen goedkeur.merk of niet deugd. voor- en/of achterzijde bev. (het kenteken op de aanhanger kwam niet overeen met dat op de auto)’, verricht op 24 juni 2023, om 14:00 uur, op de N31 bij Opeinde, met een personenauto, met kenteken [kenteken 4] . De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten).
1.8.
De achtste overtreding (25-879) waarvoor een boete is opgelegd is: A902 – ‘voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden’, geconstateerd bij een registercontrole door de RDW Veendam, op 31 januari 2024, om 17:06 uur, betreffende een snorfiets, met kenteken [kenteken 7] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).
1.9.
Betrokkene heeft tegen de boetes beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft de beroepen niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, behalve in 25-876 en 25-879. Die beroepen zijn ongegrond verklaard. Tegen deze beslissingen heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.10.
De kantonrechter heeft de beroepen op 15 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. P.A. Veenstra aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie. Betrokkene heeft via videobellen aan de zitting deelgenomen omdat hij de reis naar Nederland niet kon maken.
1.11.
Na afloop van de behandeling op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt de beroepen aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom dat het geval is.
Overwegingen
3. De kantonrechter constateert als eerste dat betrokkene in geen van de zaken zekerheid heeft gesteld. [1] In betrokkenes draagkrachtverweer ziet hij aanleiding om de zekerheid op nul te stellen.
4. Vervolgens constateert de kantonrechter dat betrokkene in alle zaken te laat bij hem in beroep is gegaan. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken. [2] De termijn gaat in op de dag na de dag waarop de officier van justitie zijn beslissing heeft verstuurd. [3]
4.1.
De beroepstermijn in de zaken 25-872, 25-873, 25-875 en 25-878 is op 14 augustus 2024 verstreken. In de zaak 25-874 verstreek de termijn op 23 maart 2023, in de zaken 25-876 en 25-877 op 2 september 2024 en in de zaak 25-879 op 23 augustus 2024. In alle beroepen is betrokkene pas op 13 oktober 2024 in beroep gegaan.
4.2.
Betrokkene heeft persoonlijke omstandigheden aangevoerd om de te late beroepen te verklaren. Vanwege problemen met zijn bedrijf die al zijn aandacht opeisten, is hij in de schulden beland, zijn inventaris kwijtgeraakt en uiteindelijk door psychische klachten naar Spanje verhuisd. Via zijn ouders heeft hij de post wél ontvangen. Betrokkene is volgens eigen zeggen nalatig geweest in zijn administratie. Hij had dusdanige problemen dat hij geen hulp kon zoeken. Door een vijftiental boetes (totaal meer dan €10.000,00) ziet hij inmiddels door de bomen het bos niet meer. Bij elk contact wordt hij van het kastje naar de muur gestuurd. Hij krijgt geen enkele hulp. Uiteindelijk heeft hij op 13 oktober 2024 alles opgepakt en is hij in beroep gegaan.
4.3.
Hoewel de kantonrechter begrip heeft voor de omstandigheden van betrokkene, oordeelt hij dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn. De beslissingen van de officier van justitie zijn naar het juiste adres verstuurd, omdat betrokkene zich niet heeft geregistreerd op een ander adres, en zijn daar tijdig ontvangen. Daar is geen verschil van mening over. Betrokkene had psychische klachten die wegens de ellende waarin hij zat, wel voorstelbaar zijn; deze waren echter, gelet op wat hij daarover heeft verteld, niet zo ernstig dat hij niet meer voor zichzelf kon handelen of hulp kon zoeken. Betrokkene had het instellen van beroep uit handen moeten geven of voorlopig beroep moeten instellen. De omstandigheden rechtvaardigen in elk geval de flinke termijnoverschrijdingen niet.
5. De vertegenwoordigster heeft tijdens de zitting toegezegd dat zij ervoor gaat zorgen dat de administratieve verhogingen van de boetes ongedaan gemaakt gaan worden door het CJIB. De originele bedragen van de boetes (in totaal € 2.492,00, inclusief administratiekosten) zullen dan overblijven. Voor deze bedragen kan betrokkene een betalingsregeling treffen met het CJIB, volgens de vertegenwoordigster.
6. De kantonrechter geeft betrokkene tot slot de tips van de vertegenwoordigster nog mee: er staat volgens haar nog een aantal voertuigen op naam van betrokkene dat niet verzekerd of geschorst is. Hiervoor moet hij een oplossing vinden met de RDW om meer boetes te voorkomen. Betrokkene moet er ook voor zorgen dat zijn actuele adres bekend wordt bij de officiële instanties.

Conclusie

De kantonrechter verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 11 van Pro de Wahv.
2.Artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Artikel 6:8 van Pro de Awb.