Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2025:5767

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
11765022 BU VERZ 25-1302
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wahv R346
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond op boete wegens afslaan zonder richting aan te geven

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het niet aangeven van richting bij het afslaan op 31 maart 2024 in Surhuisterveen. Betrokkene voerde aan dat het knipperlicht rechtsachter defect was, waardoor het leek alsof hij geen richting aangaf, terwijl de voorzijde wel brandde.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, en de kantonrechter behandelde het beroep op 15 december 2025. Betrokkene en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting.

De kantonrechter oordeelde dat het defect aan het knipperlicht niet relevant was omdat betrokkene geen richting had aangegeven bij het afslaan. De verbalisant verklaarde dat betrokkene viermaal geen richting had aangegeven, zowel links als rechts. Betrokkene ontkende de gedraging niet tijdens de staandehouding, waardoor deze kon worden vastgesteld.

De boete werd niet gematigd of vernietigd en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens afslaan zonder richting aan te geven wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 265192898
zaaknummer: 11765022 BU VERZ 25-1302

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van15 december 2025

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: Boete.nu.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R346 – ‘afslaan zonder richting aan te geven (met de arm of richtingaanwijzer)’, verricht op 31 maart 2024, om 17:36 uur, op het Torenplein in Surhuisterveen, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. P.A. Veenstra aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie. Betrokkene en de gemachtigde zijn niet verschenen.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom dat het geval is.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat het knipperlicht rechtsachter defect was. Daardoor leek het alsof hij geen richting aangaf, maar aan de voorzijde brandde de richtingaanwijzer wel. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is.
Overwegingen
5. De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. Dat het knipperlicht
rechtsachterdefect zou zijn geweest is niet relevant, omdat betrokkene geen richting heeft aangegeven terwijl hij
linksafsloeg. Daarnaast heeft de verbalisant verklaard dat betrokkene viermaal geen richting heeft aangegeven, zowel links als rechts. Ook is van belang dat betrokkene de gedraging tijdens de staandehouding niet heeft ontkend. De gedraging kan daarom worden vastgesteld. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. De proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.