Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2025:5769

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
11694260 BU VERZ 25-1022
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond op boete voor parkeren in parkeerverbodszonde zonder laden en lossen

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het parkeren van een voertuig op een plek waar dat niet is toegestaan, namelijk een parkeerverbodszonde (bord E1). Betrokkene voerde aan dat sprake was van laden en lossen omdat hij boodschappen had uitgeladen en in huis had gebracht.

De kantonrechter oordeelde dat betrokkene geen zekerheid had gesteld over betaling en dat het door de leasemaatschappij overgelegde betalingsbewijs betrekking had op een andere boete. Hierdoor werd de zekerheid op nul gesteld en de zaak inhoudelijk behandeld.

Uit verklaringen van de verbalisanten bleek dat gedurende tien minuten geen activiteit bij het voertuig was waargenomen, wat niet voldoet aan de definitie van laden en lossen zoals vastgesteld in jurisprudentie. Betrokkene had eerst de boodschappen in huis opgeruimd in plaats van direct te laden of lossen.

De kantonrechter concludeerde dat er geen sprake was van laden en lossen, maar van parkeren in strijd met het parkeerverbod. De boete werd gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren in een parkeerverbodszonde wordt ongegrond verklaard en de boete wordt gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 266704868
zaaknummer: 11694260 BU VERZ 25-1022

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van15 december 2025

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R584 – ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 21 mei 2024, om 19:51 uur, op het [plein] in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. P.A. Veenstra.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom dat het geval is.
Standpunten
3. Betrokkene woont aan het plein en heeft zijn boodschappen opgeruimd in zijn woning. Dit heeft ongeveer twintig minuten geduurd. Hij stelt dat sprake was van laden en lossen.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is.
Overwegingen
5. De kantonrechter merkt op dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld. [1] Betrokkene heeft een betalingsoverzicht van zijn leasemaatschappij gestuurd, maar de door de maatschappij gemarkeerde betaling ziet op een andere boete dan die welke aan betrokkene is opgelegd. Uit raadpleging van de systemen van de CVOM blijkt dat niet is betaald in deze zaak. Omdat niet duidelijk is waar dit is misgegaan ziet de kantonrechter, met de vertegenwoordigster, aanleiding om de zekerheid op nul te stellen en de zaak inhoudelijk te behandelen.
6. De definitie van laden en lossen uit de jurisprudentie is: het onmiddellijk, nadat het voertuig tot stilstand is gebracht, bij voortduring inladen of uitladen van goederen gedurende de tijd die daarvoor nodig is. [2] Het moet gaan om goederen die niet of moeilijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht. [3] Vastgesteld moet worden of het voertuig uitsluitend heeft stilgestaan zo lang als nodig was voor het ononderbroken verrichten van het geheel van handelingen, dat redelijkerwijs noodzakelijk is om de goederen in of uit de auto te laden. [4]
6.1.
De verbalisanten hebben verklaard dat gedurende tien minuten geen activiteit is waargenomen bij de auto. De kantonrechter overweegt dat daardoor geen sprake meer is van onmiddellijk en bij voortduring uitladen van goederen. Betrokkene heeft de boodschappen eerst opgeruimd. Wat hij had moeten doen, is de auto tot stilstand brengen, de boodschappen uitladen, de auto parkeren en daarna pas de boodschappen in huis opruimen. Zoals betrokkene in dit geval heeft gehandeld, is geen sprake van laden en lossen, maar van parkeren.
7. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld. De kantonrechter ziet geen reden voor matiging van de boete en zal het beroep ongegrond verklaren.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 11 van Pro de Wahv.
2.Hoge Raad 12 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2760.
3.Hoge Raad 10 juni 1975, LJN:AJ4297.
4.Hof Arnhem-Leeuwarden 12 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7639.