ECLI:NL:RBNNE:2025:5770

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
11694204 BU VERZ 25-1020
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens te late indiening in verkeersboetezaak

In deze zaak heeft de Rechtbank Noord-Nederland op 15 december 2025 uitspraak gedaan in een kort geding betreffende een verkeersboete die aan de betrokkene was opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De betrokkene had een boete van € 189,00 ontvangen voor het rijden tegen de verplicht rijrichting in op een eenrichtingsweg. Betrokkene heeft tegen deze boete beroep ingesteld, maar dit beroep is te laat ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken en begint op de dag na de verzending van de beslissing door de officier van justitie. Het beroepschrift was pas op 15 december 2024 bij de CVOM binnengekomen, terwijl het uiterlijk op 13 december 2024 ontvangen had moeten zijn.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat betrokkene problemen ondervond bij het indienen van zijn beroep, maar heeft geoordeeld dat deze problemen niet verschoonbaar waren. Betrokkene had gedurende een week meerdere pogingen gedaan om zijn beroep in te dienen, maar had ook andere opties kunnen overwegen, zoals het per post indienen van het beroepschrift of het instellen van een pro forma beroep. De kantonrechter heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat de zaak niet inhoudelijk is behandeld.

De uitspraak benadrukt de verantwoordelijkheid van de betrokkene om tijdig en correct te handelen bij het indienen van een beroep. De kantonrechter heeft geen aanleiding gezien om de termijnoverschrijding te verontschuldigen, ondanks de problemen die betrokkene heeft ervaren. De beslissing kan worden aangevochten door hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden binnen zes weken na de datum van de uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 268217596
zaaknummer: 11694204 BU VERZ 25-1020
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 december 2025
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘tegen de verplicht rijrichting in rijden (bord C3, eenrichtingsweg)’, verricht op 17 juli 2024, om 15:52 uur, op de Harddraversdijk in Dokkum, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie
mr. P.A. Veenstra.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

2. De kantonrechter stelt vast dat het beroepschrift te laat is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken. [1] De termijn gaat in op de dag na de dag waarop de officier van justitie zijn beslissing heeft verstuurd. [2] Het beroepschrift is op 15 december 2024 bij de CVOM binnengekomen. Het beroepschrift had echter uiterlijk op 13 december 2024 ontvangen moeten zijn.
3. Betrokkene voert aan dat hij problemen had bij het indienen van het beroep. De door hem in administratief beroep overgelegde bijlagen kon hij niet verwijderen, waardoor het beroep bij de kantonrechter de maximale bestandsgrootte zou overschrijden na het toevoegen van nieuwe bijlagen. Betrokkene heeft gedurende een week meerdere keren contact gehad met de CVOM en meerdere keren geprobeerd zijn beroep in te dienen, maar hij kon de bijlagen niet verwijderen. Uiteindelijk lukte het op 15 december 2024, maar toen was de beroepstermijn al verstreken.
4. De kantonrechter ziet hierin geen aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Hij neemt wel aan dat betrokkene tegen problemen aan liep, maar betrokkene is een week ermee bezig geweest. Hij had ook kunnen zeggen “dan doe ik het maar zo”. In die tijd had hij het beroepschrift ook per post kunnen versturen, of een pro forma beroep kunnen instellen dat hij later had kunnen aanvullen wanneer de bijlagen wél aangepast konden worden. Het was de verantwoordelijkheid van betrokkene om maatregelen te nemen. Daarom zal de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk verklaren en de zaak dus niet inhoudelijk behandelen.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht.
2.Artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht.