Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[betrokkene] (de betrokkene),
Inleiding
mr. P.A. Veenstra.
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak heeft de Rechtbank Noord-Nederland op 15 december 2025 uitspraak gedaan in een kort geding betreffende een verkeersboete die aan de betrokkene was opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De betrokkene had een boete van € 189,00 ontvangen voor het rijden tegen de verplicht rijrichting in op een eenrichtingsweg. Betrokkene heeft tegen deze boete beroep ingesteld, maar dit beroep is te laat ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken en begint op de dag na de verzending van de beslissing door de officier van justitie. Het beroepschrift was pas op 15 december 2024 bij de CVOM binnengekomen, terwijl het uiterlijk op 13 december 2024 ontvangen had moeten zijn.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat betrokkene problemen ondervond bij het indienen van zijn beroep, maar heeft geoordeeld dat deze problemen niet verschoonbaar waren. Betrokkene had gedurende een week meerdere pogingen gedaan om zijn beroep in te dienen, maar had ook andere opties kunnen overwegen, zoals het per post indienen van het beroepschrift of het instellen van een pro forma beroep. De kantonrechter heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat de zaak niet inhoudelijk is behandeld.
De uitspraak benadrukt de verantwoordelijkheid van de betrokkene om tijdig en correct te handelen bij het indienen van een beroep. De kantonrechter heeft geen aanleiding gezien om de termijnoverschrijding te verontschuldigen, ondanks de problemen die betrokkene heeft ervaren. De beslissing kan worden aangevochten door hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden binnen zes weken na de datum van de uitspraak.