ECLI:NL:RBNNE:2025:5771
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke procedure inzake parkeerboete en termijnoverschrijding bij indienen beroep
Op 15 december 2025 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak betreffende een opgelegde boete op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De betrokkene had een boete van € 129,00 ontvangen voor het parkeren van een voertuig in een parkeerverbodzone op 9 april 2024. Betrokkene heeft tegen deze boete beroep ingesteld bij de officier van justitie, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard. Hierop heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 15 december 2025, waar zowel de betrokkene als de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. P.A. Veenstra, aanwezig waren, heeft de kantonrechter het beroep behandeld. De betrokkene voerde aan dat hij te laat in beroep was gegaan omdat de gemeente hem te laat had verwezen naar het CJIB. De kantonrechter oordeelde echter dat de termijn voor het indienen van het beroepschrift, die zes weken bedraagt, was overschreden en dat deze overschrijding niet verschoonbaar was. De kantonrechter stelde vast dat de inleidende beschikking duidelijk aangaf hoe beroep moest worden ingesteld en dat de betrokkene zelf meer attent had moeten zijn.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, omdat de betrokkene geen zekerheid had gesteld en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. De uitspraak werd onmiddellijk na de zitting gedaan, en het proces-verbaal werd opgemaakt door griffier D.W. Veenstra. De betrokkene werd geïnformeerd over de mogelijkheid om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, onder bepaalde voorwaarden.