Betrokkene kreeg twee boetes opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv): één voor fietsen zonder licht en één voor fietsen op het trottoir. Tegen beide boetes stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die deze ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de boete voor fietsen zonder licht terecht was, omdat betrokkene de al gekochte verlichting niet had gemonteerd. Voor de boete wegens fietsen op het trottoir werd echter een onjuiste feitcode (R315A) gebruikt, die alleen voor motorvoertuigen geldt. De juiste feitcode is R309, die een lagere boete kent.
De kantonrechter wijzigde daarom de feitcode en het boetebedrag, maar handhaafde de boete voor fietsen zonder licht. Betrokkene had geen zekerheid gesteld, maar een onderbouwd draagkrachtverweer gevoerd, waardoor de zekerheid op nul werd gesteld en inhoudelijke behandeling plaatsvond. De uitspraak werd mondeling gedaan op 15 december 2025 in Leeuwarden.