Op 15 december 2025 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Nederland in Leeuwarden uitspraak gedaan in twee zaken betreffende boetes opgelegd aan de betrokkene op basis van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De eerste boete, voor het niet voeren van zichtbaar licht op de fiets, werd opgelegd voor een overtreding op 24 april 2024. De tweede boete, voor het fietsen op het trottoir, werd opgelegd voor een overtreding op 8 mei 2024. Betrokkene heeft tegen beide boetes beroep ingesteld, maar de officier van justitie verklaarde deze beroepen ongegrond. De kantonrechter heeft de beroepen op 15 december 2025 gelijktijdig behandeld, waarbij de betrokkene en de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig waren.
De kantonrechter oordeelde dat de boete voor het fietsen zonder licht in stand blijft, maar dat de feitcode voor het fietsen op het trottoir onjuist was. De kantonrechter wijzigde de feitcode van R315A naar R309, die correct is voor fietsers, en verlaagde het boetebedrag. Betrokkene voerde aan dat hij persoonlijke problemen had en dat de boetes averechts werkten, maar de kantonrechter oordeelde dat de overtredingen vaststonden en dat de boetes terecht waren opgelegd. De kantonrechter verklaarde het beroep tegen de eerste boete ongegrond en het beroep tegen de tweede boete gegrond, met wijziging van de feitcode en het boetebedrag.