In deze zaak is aan de betrokkene een boete opgelegd op basis van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) voor het parkeren van een voertuig in een verboden zone, aangeduid met bord E1. De overtreding vond plaats op 13 februari 2024 om 11:01 uur op de Rengerslaan in Leeuwarden. De opgelegde boete bedroeg € 119,00, inclusief administratiekosten. Betrokkene heeft tegen deze boete beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Hierop heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter, die de zaak op 15 december 2025 heeft behandeld. De vertegenwoordiger van de officier van justitie was aanwezig, maar betrokkene en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Na het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. De kantonrechter heeft het beroep ongegrond verklaard, omdat de betrokkene onvoldoende bewijs heeft geleverd om de boete aan te vechten. De kantonrechter oordeelde dat de verbalisant niet heeft hoeven controleren of de bebording aanwezig was, omdat de gemeente heeft bevestigd dat het bord E1 op de Rengerslaan aanwezig was in de relevante periode. De kantonrechter heeft het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.