Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2025:5793

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
11470330 BU VERZ 24-3278
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken geldige schriftelijke machtiging bij administratieve boete

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het negeren van een inhaalverbod op 22 oktober 2022 te Hollandscheveld. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter, waarbij een gemachtigde namens de huisgenoot van betrokkene optrad.

De kantonrechter stelde vast dat de gemachtigde geen geldige schriftelijke machtiging van betrokkene had overgelegd, ondanks een verzoek daartoe door de griffie. Omdat deze machtiging ontbrak, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er vond geen inhoudelijke beoordeling van het beroep plaats.

De kantonrechter wees tevens een proceskostenvergoeding af. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van het vonnis.

Uitkomst: Het beroep tegen de administratieve boete wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige schriftelijke machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 253258206
zaaknummer: 11470330 BU VERZ 24-3278

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van2 december 2025

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
pretense gemachtigde: R. de Nekker, Zaakrecht .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘negeren inhaalverbod: bord F1’, verricht op 22 oktober 2022, om 14:39 uur, aan de Riegshoogtendijk te Hollandscheveld, gemeente Hoogeveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 259,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 2 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren de pretense gemachtigde en betrokkene niet aanwezig. Wel aanwezig was de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek.
1.3.
Na afloop van de behandeling op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden. Hij oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
3. De kantonrechter stelt vast dat R. de Nekker van Zaakrecht beroep heeft ingesteld namens [naam] , maar dat de boete is opgelegd aan [betrokkene] . Door gemachtigde is aangevoerd dat [naam] de huisgenoot is van [betrokkene] . De kantonrechter is van oordeel dat deze stelling onvoldoende is en dat een geldige machtiging ontbreekt. Indien de kantonrechter vaststelt dat een schriftelijke machtiging als hiervoor bedoeld ontbreekt dan wel niet toereikend is, kan niet-ontvankelijk verklaring volgen, indien de pretense gemachtigde schriftelijk in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen. [1] De griffie van deze rechtbank heeft de pretense gemachtigde op 11 november 2025 gevraagd een schriftelijke machtiging toe te sturen waaruit blijkt [betrokkene] [naam] machtigt om namens hem Zaakrecht in te schakelen en beroep in te stellen.. De kantonrechter constateert dat een deugdelijke machtiging tot op heden niet is overgelegd. Vorenstaande brengt met zich mee dat geen inhoudelijke beoordeling van het beroep zal plaatsvinden en de kantonrechter het beroep op grond van artikel 6:6 Awb Pro niet-ontvankelijk zal verklaren. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 juli 2018 (ECLI:NL:GHARL:2018:6361).