ECLI:NL:RBNNE:2025:5804

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
11453363 BU VERZ 24-3035
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • R. Krikke
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 sub c WahvArt. 13a WahvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete wegens verlopen keuringsbewijs en overschrijding redelijke termijn

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met een voertuig waarvan het keuringsbewijs zijn geldigheid had verloren op 14 augustus 2023. Betrokkene stelde dat het voertuig al bij de garage stond en dat de garage het voertuig te laat had afgemeld, onderbouwd met een vrijwaringsbewijs van 21 augustus 2023.

De kantonrechter oordeelde dat het vrijwaringsbewijs niet aannemelijk maakte dat het voertuig vóór 21 augustus 2023 al bij de garage stond, terwijl de registercontrole op 14 augustus 2023 plaatsvond. Betrokkene was op dat moment nog kentekenhouder en daarmee verantwoordelijk voor de geldigheid van het keuringsbewijs.

Hoewel de overtreding vaststond, matigde de kantonrechter de boete met 25% vanwege een overschrijding van de redelijke termijn tussen het moment van de overtreding en de uitspraak. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot een proceskostenvergoeding van €113,38. De kantonrechter verklaarde zich onbevoegd over de wijze van uitbetaling van de proceskosten.

Uitkomst: De boete wegens verlopen keuringsbewijs wordt met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 260210772
zaaknummer: 11453363 BU VERZ 24-3035

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van12 november 2025

in de zaak van

[betrokkene] (hierna: betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De overtreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘voor het motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs geldigheid verloren’, verricht op 14 augustus 2023, om 17:00, volgens de RDW Veendam (registercontrole), met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 12 november 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. P. Veenstra.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gedeeltelijk gegrond is en zal de boete matigen met 25%. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde heeft het administratief beroepschrift bijgevoegd. Hierin voert betrokkene aan dat de auto is overgedragen aan de garage, die de auto zou afmelden. De garage heeft dit echter veel te laat gedaan. Gemachtigde doet beroep op artikel 8 sub c Wahv Pro. In dit geval is sprake van een vrijwaringsbewijs. Daarnaast stelt gemachtigde dat de omstandigheden van het geval het opleggen van een boete niet rechtvaardigen, omdat het voertuig ten tijde van de registercontrole bij de garage stond. Gemachtigde herhaalt een deel van deze beroepsgronden in zijn beroepschrift in de kantonfase en heeft een afbeelding van het vrijwaringsbewijs bijgevoegd. Het voertuig stond bij de garage waar het zou worden verkocht. Gemachtigde stelt dat het voertuig zich, voor het verlopen van de APK, niet meer op de openbare weg bevond. Het vrijwaringsbewijs is van 21 augustus 2023, nog voordat betrokkene de sanctie heeft ontvangen op 23 augustus 2023. Betrokkene was dus niet op de hoogte van de sanctie toen het vrijwaringsbewijs werd opgesteld.
4. De vertegenwoordiger stelt ter zitting dat een kentekenhouder te allen tijde verantwoordelijk is voor de geldigheid van het keuringsbewijs of het laten schorsen van het kenteken. Betrokkene was op de pleegdatum nog kentekenhouder, waardoor hij aansprakelijk was voor de geldigheid van het kentekenbewijs. De omstandigheid dat er met het voertuig niet op de openbare weg is gereden geeft onvoldoende aanleiding om de boete te matigen. Wel verzoekt de vertegenwoordiger de kantonrechter de boete te matigen met 25% en een proceskostenvergoeding voor de kantonfase toe te kennen, vanwege een overschrijding van de redelijke termijn.
Overwegingen
De verkeersovertreding
5. De kantonrechter overweegt dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld, aangezien het kenteken van het voertuig op de datum waarop de overtreding werd geconstateerd op naam van betrokkene stond, het keuringsbewijs zijn geldigheid had verloren en de geldigheid van de tenaamstelling niet was geschorst. Uit het dossier blijkt dat de vervaldatum van de keuring 13 juni 2023 was. Gemachtigde heeft een vrijwaringsbewijs overgelegd van 21 augustus 2023. Het voertuig stond echter ten tijde van de registercontrole op 14 augustus 2023 nog op naam van betrokkene. De omstandigheid dat betrokkene de boete pas op 23 augustus 2023 heeft ontvangen, doet hier niet aan af.
5.1.
De kantonrechter ziet in de beroepsgronden van gemachtigde ook geen reden om de boete te matigen. Betrokkene is als kentekenhouder verantwoordelijk voor het tijdig laten keuren of schorsen van zijn voertuig. Gemachtigde stelt dat het voertuig al bij de garage stond, maar dat de garage het voertuig te laat heeft afgemeld. Uit het overgelegde vrijwaringsbewijs valt echter niet af te leiden dat het voertuig vóór 21 augustus 2023 al bij de garage stond. Daardoor is onvoldoende aannemelijk geworden dat het voertuig al was overgedragen aan de garage en dat het voertuig niet op de openbare weg is geweest.
De redelijke termijn
6. Wel zal de kantonrechter de boete matigen met 25% tot € 129,00 (inclusief administratiekosten), omdat de redelijke termijn is geschonden. [1] In deze zaak is namelijk meer dan twee jaar verstreken tussen het moment waarop betrokkene kon verwachten dat hij een boete zou krijgen en deze uitspraak.
De proceskostenvergoeding
7. Omdat de kantonrechter het beroep gedeeltelijk gegrond zal verklaren in verband met de schending van de redelijke termijn, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene in de kantonfase. Hij zal één punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter met een waarde van € 907,00.
7.1.
Omdat de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 is bekendgemaakt, past de kantonrechter de extra wegingsfactor toe als bedoeld in artikel 13a, tweede lid, onder a, Wahv.
7.2.
De berekening is als volgt: 1 (procespunt) x € 907,00 (tarief) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 113,38. De kantonrechter zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 113,38.
7.3.
Artikel 13a, vijfde lid, van de Wahv regelt dat uitbetalingen op grond van een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de boete is opgelegd. Gelet op de jurisprudentie is de kantonrechter niet bevoegd om over deze feitelijke uitvoering van zijn/haar beslissing een oordeel te geven. [2]

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;
  • wijzigt de beslissing van de officier van justitie en matigt de sanctie tot € 129,00 (inclusief administratiekosten);
  • bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt;
  • veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 113,38;
  • verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de wijze van uitbetalen.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. F. Sijens, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 6, eerste lid, van het EVRM.
2.Hof Arnhem-Leeuwarden 17 juni 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4051.