Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
[medewerker WIJ] van WIJ Groningen en mevrouw [medewerker GKB 1] en mevrouw [medewerker GKB 2] van de Groningse Kredietbank (hierna: GKB). [gedaagde sub 2] heeft verklaard dat zij noch haar gemachtigde namens [gedaagde sub 1] procedeert. [gedaagde sub 1] is aldus niet verschenen. Ter zitting hebben partijen hun standpunten (nader) toegelicht. De griffier heeft hiervan aantekeningen gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
Nijestee de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
4.De beoordeling
Nijestee melding heeft gedaan bij de gemeente Groningen van de huurachterstand van [gedaagde sub 2] c.s.
31 oktober 2025 en hetgeen door Nijestee ter zitting is verklaard volgt dat de huurachterstand (berekend tot en met oktober 2025) is toegenomen en een bedrag van € 5.955,60 (acht maanden) omvat. Dit is door [gedaagde sub 2] , hoewel daartoe wel in de gelegenheid te zijn gesteld, niet betwist en daarom komen vast te staan. Gelet op het voorgaande zal de vordering tot betaling van de huurachterstand jegens [gedaagde sub 2] c.s. worden toegewezen, zoals hierna in de beslissing is vermeld.
€ 34,00. Dit is in strijd met artikel 6:96 lid 6 BW Pro en artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Een consument is namelijk slechts incassokosten verschuldigd als aan de voorwaarden van artikel 6:96 BW Pro wordt voldaan. Bovendien is de hoogte van de incassokosten voor consumenten gemaximeerd. Een dergelijke maximering bevat artikel 14.1. en 14.2. van de algemene voorwaarden niet. Zo wordt in artikel 14.2. van de algemene voorwaarden immers gesproken over tenminste 15%, waardoor een hoger percentage kennelijk ook mogelijk is, wat ertoe leidt dat onbeperkte kosten voor rekening van [gedaagde sub 2] c.s. zouden komen. Ook is in voornoemde artikelen niet bepaald dat Nijestee eerst een zogeheten veertiendagenbrief zal sturen, voordat [gedaagde sub 2] c.s. buitengerechtelijke kosten verschuldigd zijn. De artikelen kunnen zo worden begrepen dat [gedaagde sub 2] c.s. zonder enige
[gedaagde sub 2] c.s. als consument wordt verstoord. In deze omstandigheden kan niet terug worden gevallen op de wettelijke bedragen. Om die reden vernietigt de kantonrechter de bedingen en zal zij de vordering betreffende de buitengerechtelijke kosten afwijzen.