Verzoekers, een gehuwd stel met een gezamenlijke schuldenlast van €401.800,94, dienden een verzoek in tot toelating tot de schuldsaneringsregeling en tot vaststelling van een dwangakkoord. De schulden zijn grotendeels ontstaan door financiële problemen in de onderneming van verzoeker sub 1, die sinds 2024 als ZZP’er werkt en een verbeterd bedrijfsresultaat heeft. Verzoeker sub 2 is gedeeltelijk herintreden in werk na een periode van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank beoordeelde het verzoek tot dwangakkoord op basis van de juiste uitvoering van schuldbemiddeling door een bevoegde instantie en de onredelijkheid van de weigering van enkele schuldeisers. De meerderheid van schuldeisers stemde in met het akkoord, behalve ANWB en Pensioenfonds Detailhandel die niet reageerden.
De rechtbank concludeerde dat het voorstel het maximaal haalbare is, dat het inkomen van verzoekers stabiel is en dat de schuldregeling gunstiger is dan toelating tot de Wsnp. De weigering van de schuldeisers werd als onredelijk beoordeeld. Het verzoek tot toelating tot de Wsnp werd als ingetrokken beschouwd.
De rechtbank beveelt Pensioenfonds Detailhandel en ANWB om in te stemmen met de schuldregeling. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld.