ECLI:NL:RBNNE:2025:5853

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
C/18/249456 / FT RK 25/1171
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FwArt. 287 FwArt. 287b FwArt. 305 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek moratorium en voorlopige voorziening wegens forse huurschuld en niet aannemelijke toelating WSNP

Verzoeker heeft gelijktijdig met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium op grond van artikel 287b Faillissementswet om ontruiming van zijn woning te voorkomen. De rechtbank heeft een tussenvonnis gewezen en een tijdelijke voorziening getroffen, waarna de zaak op 26 november 2025 is behandeld.

De verhuurder heeft meerdere keren ontruimingsvonnissen verkregen en stelt dat verzoeker een zeer forse huurschuld heeft en dat andere huurders zich bedreigd voelen. Verzoeker ontkent bedreigingen en stelt dat hij goed contact heeft met de buren. De schuldhulpverlener bevestigt dat verzoeker de lopende huur kan betalen, maar er is geen spaarcapaciteit en een minnelijk traject lijkt niet te worden opgestart.

De rechtbank overweegt dat het moratorium bedoeld is als adempauze om een minnelijk traject voort te zetten, maar dat hier kennelijk geen minnelijk traject wordt nagestreefd. Gezien de omstandigheden, waaronder een eerdere beëindiging van de WSNP zonder schone lei vanwege niet-naleving van verplichtingen en ontoelaatbare communicatie, acht de rechtbank toelating tot de WSNP niet aannemelijk.

De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van de verhuurder, die het ontruimingsvonnis wil uitvoeren, zwaarder weegt dan het belang van verzoeker. Daarom wordt het verzoek tot voorlopige voorziening en moratorium afgewezen. Een beslissing op het verzoek tot toelating tot de WSNP volgt bij afzonderlijk vonnis.

Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening en moratorium wordt afgewezen vanwege een zeer forse huurschuld en een niet aannemelijke toelating tot de WSNP.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
zaaknummer: C/18/249456 / FT RK 25/1171

vonnis van 3 december 2025

in de zaak van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen verzoeker,
tegen
[verhuurder] B.V.mede handelend onder de naam
[bedrijf], vertegenwoordigd door Invorderingsbedrijf, Koningengracht 14-C, 2514 AA Den Haag,
hierna te noemen de verhuurder,
gemachtigde: mr. drs. J.J.F.M. Konings.

PROCESGANG

Op 27 oktober 2025 is door verzoeker tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Faillissementswet (Fw). Beide verzoeken zijn ingediend door Brezs.
Op 29 oktober 2025 heeft de rechtbank een tussenvonnis gewezen. Daarbij is de behandeling van de zaak verwezen naar de zitting van 26 november 2025, en is ter overbrugging van de tussenliggende periode een tijdelijke voorziening getroffen.
De verhuurder heeft bij akte van 20 november 2025 producties overgelegd.
Bij de behandeling van de zaak ter zitting op 26 november zijn verschenen:
  • verzoeker;
  • de heer [schuldhulpverlener van schuldhulpbedrijf] ;
  • de heer [beschermingsbewindvoerder van bewindvoerderskantoor ] , beschermingsbewindvoerder;
  • mevrouw [schuldhulpmaatje] , schuldhulpmaatje;
  • namens de verhuurder de heer [gemachtigde verhuurder ] en mr. drs. J.J.F.M. Konings.
Na afloop van de zitting hebben zowel de verhuurder als verzoeker nog nadere stukken aan de rechtbank toegestuurd. Omdat de behandeling ter zitting al gesloten was, heeft de rechtbank geen kennis genomen van deze stukken.

RECHTSOVERWEGINGEN

De gevraagde voorziening houdt in het van toepassing verklaren van artikel 305 Fw Pro om een ontruiming van de woning aan [adres] op 4 november 2025 te voorkomen.
Verzoeker heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij probeert om een minnelijke schuldregeling met zijn schuldeisers te treffen dan wel - als dat niet lukt - toelating tot de Wsnp zal verzoeken.
Op 20 november 2025 heeft [schuldhulpbedrijf] , de instelling die de buitengerechtelijke schuldregeling voor verzoeker uitvoert tussentijds verslag gedaan. Hieruit blijkt het volgende. Verzoeker is in staat om de lopende betalingsverplichting te voldoen, nu de beslaglegging op de huurtoeslag is opgeschort. Gelet op het ontbreken van spaarcapaciteit is de inschatting dat het Wsnp-verzoek na een definitieve toewijzing van het moratorium zal worden gehandhaafd en dat er een verzoek zal volgen het Wsnp-verzoek te beoordelen. Binnen een Wsnp kan ook kritischer gekeken worden naar de juistheid van de ingediende vordering door de verhuurder.
De huur van de maand november 2025 is betaald.
Namens de verhuurder is ter zitting aangevoerd dat een belangenafweging in het voordeel van de verhuurder moet uitvallen. De verhuurder heeft meerdere keren vonnis gehaald en een verzoek om de woning te mogen ontruimen is twee keer door de kantonrechter toegewezen. Andere huurders van de verhuurder voelen zich bedreigd door verzoeker. Ook heeft verzoeker enige tijd geleden bedreigende whatsapp-berichten gestuurd naar de regiomanager van de verhuurder. Daarvan is aangifte gedaan, waarop nog niet is beslist. Er is reeds sinds 2020 een huurachterstand, die alleen maar groter wordt Verder heeft verzoeker geen verbeterplan opgesteld..
De heer [schuldhulpverlener] heeft ter zitting verklaard dat de huur van de maand november 2025 tijdig is betaald en dat er sprake is van een positief budget. Verzoeker is in staat is om de lopende huurtermijnen te voldoen. Verzoeker heeft goed contact met zijn schuldhulpmaatje en na het einde van de Wsnp is [bewindvoerderskantoor] benoemd tot beschermingsbewindvoerder. Verzoeker voldoet dan ook aan de voorwaarden van het moratorium.
De heer Olde Scheper heeft ter zitting verklaard dat er sprake is van een redelijke samenwerking met verzoeker.
Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat hij geen strafblad heeft. Verzoeker heeft voorts ontkend dat hij Whatsapp-berichten heeft gestuurd met bedreigingen en stelt dat hij goed contact heeft met de buren. Volgens verzoeker probeert de verhuurder hem zwart te maken.
De verzochte voorlopige voorziening strekt ertoe dat de verhuurder op grond van artikel 287b Fw gedurende een periode van 6 maanden wordt verboden om tot ontruiming over te gaan van de woning die verzoeker van de verhuurder huurt. Bij vonnis van 17 juni 2025 van de kantonrechter is verzoeker onder meer veroordeeld tot ontruiming van deze woning.
De rechtbank overweegt dat de voorlopige voorziening van artikel 287b Fw tot doel heeft om een soort adempauze te bereiken die de schuldenaar in staat moet stellen het minnelijk traject voort te zetten om met zijn schuldeisers een regeling van zijn schulden te bereiken c.q. af te ronden (Kamerstukken I 2006-2007, 29 942, C, p. 5).
De rechtbank leidt uit het verslag en hetgeen ter zitting is aangevoerd door de schuldhulpverlener dat er rechtstreeks een beroep zal worden gedaan op de Wsnp omdat er niets kan worden aangeboden in een minnelijk traject aan de schuldeisers en dat er binnen een Wsnp ook kritischer gekeken kan worden naar de juistheid van de ingediende vordering door de verhuurder.
De rechtbank is van oordeel dat niet aan de voorwaarden van artikel 287b Fw wordt voldaan, nu het kennelijk niet de bedoeling om een minnelijk traject op te starten.
Gezien de inhoud van de stukken zal de rechtbank het onderhavig verzoek als een verzoek op grond van artikel 287 lid 4 Fw Pro aanmerken. Deze voorziening dient ter overbrugging van de periode tussen het indienen van een verzoek tot toelating tot de Wsnp en de beslissing daarop door de rechter.
Voor toewijsbaarheid van het verzoek is allereerst vereist dat door verzoeker is aangetoond dat sprake is van een spoedeisende situatie. Daarvan is sprake nu ontruiming van de woning per 4 november 2025 is aangezegd.
Met betrekking tot de verzochte voorlopige voorziening dient de rechtbank een belangenafweging te maken tussen de belangen van verzoeker enerzijds en de belangen van de verhuurder anderzijds.
Het belang van verzoeker bestaat eruit dat hij in afwachting van een beslissing van deze rechtbank op het door hem ingediende verzoekschrift ex artikel 284 Fw Pro in zijn huurwoning kan blijven wonen.
Het belang van de verhuurder bestaat erin dat zij het vonnis van 17 juni 2025 ten uitvoer kan leggen.
Bij de belangenafweging van betrokkenen dient tevens te worden meegenomen de kans dat verzoeker al of niet zal worden toegelaten tot de Wsnp. Het verzoek dient te worden afgewezen als voorshands moet worden aangenomen dat verzoeker niet tot de Wsnp zal worden toegelaten.
Naar het oordeel van de rechtbank dient de belangenafweging in dit geval in het voordeel van de verhuurder uit te vallen. De rechtbank stelt vast dat er sprake is van een zeer forse huurschuld en dat reeds eerder een ontruimingsvonnis is gewezen (in april 2023).
De rechtbank stelt verder vast verzoeker op 3 januari 2024 is toegelaten tot de Wsnp en dat deze Wsnp bij vonnis van 5 maart 2025 tussentijds is beëindigd zonder schone lei, omdat verzoeker zich niet heeft gehouden aan de informatie- en sollicitatieverplichting. Daarbij heeft de rechtbank vastgesteld dat verzoeker zich in een aantal e-mails aan de Wsnp-bewindvoerder op volstrekt ontoelaatbare wijze heeft uitgelaten. Gelet op de weinig saneringsgezinde houding die verzoeker heeft laten zien tijdens de Wsnp, die minder dan een jaar geleden is geëindigd zonder schone lei, en de wijze waarop verzoeker de toenmalige Wsnp-bewindvoerder heeft bejegend, acht de rechtbank toelating tot de Wsnp voorshands niet aannemelijk.
De gevraagde voorziening zal dan ook worden afgewezen.
Op het verzoek tot toelating tot de Wsnp zal bij afzonderlijk vonnis worden beslist.

BESLISSING

De rechtbank
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.A. Baarsma en in het openbaar uitgesproken op
3 december 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.